Nieuwe koormuziek Onder amateurkoren is er veel bevlogenheid voor nieuwe muziek. Ze vormen een broedplaats voor jonge componisten en een community waar gevestigde namen graag voor schrijven. „De passie doet het zogenaamde amateurisme teniet.”
Generale repetitie voor de nieuwe kamerkooropera ‘Brandon’s Voyage’ van Rens Tienstra door Kamerkoor Next, onder leiding van dirigent Fokko Oldenhuis. Utrecht, november 2025.
Huiverig turen 29 zangers gehuld in laarzen, visserstrui en regenjack in de verte: stilte voor de storm. Tot even daarvoor deinden de milde lijnen van het Utrecht String Quintet nog rustig heen en weer. Nu zetten de vijf strijkers fel in met minimal-achtige figuren die als ijskoude striemen regen tegen de wangen slaan. Het eerder zo kalm golvende, op gregoriaans gestoelde koorgeluid ontaardt in een tuimeling van stemmen. Aangejaagd door doodsangst zwelt het koor aan in een wanhopig gebed om Gods genade tijdens deze storm op zee.
Op een novemberavond klinkt in het Utrechtse Stadsklooster de première van de voorstelling Brandon’s Voyage. De nieuwe kamerkooropera van de Noordwijkse componist Rens Tienstra (1988) in regie van Zephyr Brüggen (1994) vertelt de legende van de zesde-eeuwse Ierse abt Brandaan, die met twaalf monniken over de Atlantische Oceaan zeilde op zoek naar het Eiland van de Eeuwige Jeugd. Tienstra schreef het vijftig minuten durende werk in opdracht van het Utrechtse Kamerkoor Next, een amateurkoor dat regelmatig muziek van eigentijdse Nederlandse componisten zingt.
Voor de nieuwste koormuziek van Nederlandse bodem kun je zo nu en dan terecht bij professionele koren. Afgelopen oktober ging bij het Groot Omroepkoor Canto Paradiso van de Oekraïens-Nederlandse componist Maxim Shalygin (1985) in première en in april zingt het Nederlands Kamerkoor Het Lied van Koios van Mathilde Wantenaar (1993). Toch is het aantal premières – en Nederlandse muziek in het algemeen – bij profkoren te beperkt om er als koorliefhebber je concertagenda mee te vullen. Wie nieuwsgierig is naar wat er in Nederland aan nieuwe koormuziek wordt gecomponeerd – en trouwens ook aan bestaand werk – vindt bij amateurkoren een rijk aanbod. Die laten met regelmaat nieuwe stukken componeren door Nederlandse of hier gevestigde componisten: ter gelegenheid van een jubileum bijvoorbeeld, of als eigentijdse aanvulling op een thematisch programma. Sommige amateurkoren hebben het samenwerken met componisten zelfs tot speerpunt gemaakt.
Generale repetitie voor ‘Brandon’s Voyage’ bij Kamerkoor Next.
Kamerkoor Next-dirigent Fokko Oldenhuis (1967) werd als student al gegrepen door eigentijdse muziek. „In mijn studententijd had je het Koor Nieuwe Muziek, geleid door Huub Kerstens, dat alleen maar nieuwe muziek zong. Hoe kón je die moeilijke of bizarre partituren met doodgewone amateurs voor elkaar krijgen? Geweldig!”, vertelt hij een paar dagen na de première van Brandon’s Voyage aan zijn keukentafel. Met zijn eigen koor voor nieuwe muziek, Neon, en diverse andere amateurkoren die hij onder zijn hoede heeft, voert hij al zijn hele loopbaan regelmatig opdrachtcomposities uit. „Ik heb stukken gedaan waarvan ik echt dacht: ik heb geen idee hoe dit moet. Hoe gaan we dit voor elkaar krijgen? Hoe laat ik die mensen dit uiteindelijk zingen? Ik ben altijd weer verbaasd over het enorme enthousiasme en de betrokkenheid van de zangers.” Intussen dirigeerde Oldenhuis bij zijn amateurkoren al meer dan honderd opdrachtcomposities. „Van de week was ik de lijst aan het bijwerken en besefte ik: jeetje, op dit moment ben ik bij drie verschillende koren gewoon met tien nieuwe stukken tegelijk bezig.”
Als broedplaats draagt de amateursector wezenlijk bij aan de ontwikkeling van koorcomponisten. Want hoewel zingen Nederlands grootse hobby is (1,7 miljoen samenzingende Nederlanders, van wie de helft in georganiseerd koorverband volgens de European Choral Association) klinken uit de sector geluiden dat componeren voor koor op het conservatorium wat in de schaduw staat van instrumentale muziek. „Veel componisten studeren af zonder ooit iets voor een a cappella-koor te hebben geschreven”, zei aankomend artistiek leider van Cappella Amsterdam Krista Audere en docent koordirectie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag eerder in een interview.
Fokko Oldenhuis maakte composities voor meerdere amateurkoren : „Ik ben altijd weer verbaasd over het enorme enthousiasme en de betrokkenheid van de zangers.”
Hoe het op andere conservatoria zit, durft compositiedocent Anthony Fiumara (1968) niet te zeggen, maar voor het Fontys Conservatorium in Tilburg geldt die positie aan de zijlijn voor koormuziek zeker niet. „Je merkt wel dat studenten het orkest een mythische bezetting vinden: daar wil iedereen heel graag voor schrijven”, zegt hij in een telefoongesprek. „We vertellen ze wel dat ze daar later niet hun geld mee gaan verdienen. Een orkestwerk wordt één, twee, misschien drie keer uitgevoerd en verdwijnt daarna in de kast. Met ensemble- en koorwerken heb je veel meer kans dat ze vaker klinken.”
Fiumara bevestigt de waarde van amateurkoren als kweekvijver voor compositietalent. Sinds 2021 werkt hij samen met Capella Brabant: ieder jaar selecteren hij en zijn collega Celia Swart een student die een nieuw werk schrijft voor het koor. „Amateurkoren vinden het ontzettend leuk om met componisten te werken en het is geweldig als componist om je zo welkom te voelen. Je hebt niet de druk van werken met een professioneel koor, bijvoorbeeld dat er een repetitie is met strikte tijden of dat je alleen via de dirigent mag praten. Je hebt heel direct contact met zangers. Die stellen je vragen over wat je hebt opgeschreven en hoe je het precies had bedacht. Dat is niet alleen leuk maar ook leerzaam. Ze leren technische dingen, zoals wat een stem wel of niet kan of hoe je iets handiger op kan schrijven. Of dingen over het repeteren zelf, bijvoorbeeld hoe je op zo’n moment goed communiceert en dat je niet álles hoeft te zeggen.”
Ook componist Joost Kleppe (1963) zette zijn eerste schreden in de koorcompositie bij een amateurkoor, het Utrechtse Venus. Nadat hij zich had gespecialiseerd in vocale muziek en ook opdrachten voor onder meer het Nederlands Kamerkoor en Groot Omroepkoor had binnengehaald, schrijft hij nog altijd graag en regelmatig voor amateurkoren. Momenteel werkt hij aan een nieuw stuk voor het Galakoor Queer Klassiek Amsterdam, op de speech van toenmalig burgemeester van Amsterdam Job Cohen, 25 jaar geleden, bij de voltrekking van de allereerste homohuwelijken.
Componeert hij anders voor professionals dan voor amateurs? „Je schrijft automatisch andere noten: bijvoorbeeld niet al te diepe voor de bassen, niet al te hoge voor de sopranen. Maar dat wil niet zeggen dat het minder mooi is. Een zekere beperking is juist stimulerend. Het is net of je met een leeg blad begint te tekenen en dat iemand zegt dat je alleen blauw en groen mag gebruiken. Dan ga je vanzelf denken: wat voor moois kan ik tekenen met alleen blauw en groen?” Fiumara kijkt er hetzelfde tegenaan: „De amateurkoren zijn voor mij geen tweede divisie. Ja, ik kan wat verder gaan met bepaalde vocale technieken of complexiteit van de compositie, maar ik schrijf niet wezenlijk anders voor amateurs dan voor professionele zangers. Bovendien is het niveau van amateurzangers echt verbazingwekkend hoog.”
Wie alleen de concertagenda’s van professionele koren in de gaten houdt, loopt een levendig deel mis van wat koorcomponisten in Nederland te bieden hebben. Opdrachtwerken voor professionele koren stromen, mits er vocaal-technisch geen al te gekke toeren worden uitgehaald, nog wel eens door naar het amateurcircuit. Andersom gebeurt dat veel minder snel. „Dat is best gek”, zegt Fiumara. „Als ik naar mijn eigen stukken voor amateurkoor kijk: die zijn echt niet te simplistisch ofzo, daar is niks mis mee.” Kleppe sluit zich daarbij aan. „Let wel: stukken worden sowieso niet zo heel vaak in reprise genomen. Maar ik denk dat toch wel 80 procent van de stukken geschreven voor amateurs voor professionals ook fijn zijn. En neem Donde habite el olvido, dat ik schreef voor het Nederlands Studenten Kamerkoor, dat zijn amateurs, maar wel hele goeie. Wat ik voor hen schrijf kan ik niet slijten aan het gemiddelde amateurkoor, dat is vanwege de solo’s en divisies in de stemmen te pittig.”
Repetitie Kamerkoor Next.
„Ik zou het woord amateurkoor zelf niet eens gebruiken”, zegt Kleppe. „Dat klinkt meteen al zo veel minder dan het is. Het is zijn heel dankbare zangers om voor te schrijven. Als mensen een half jaar of een paar maanden aan een stuk werken, dan gaat het stuk in hen leven. Dat is het grote voordeel van werken met amateurs. Een profkoor moet het vaak doen met drie repetities. De beste koren kunnen dan toch ook muzikaal nog veel doen, maar omdat de noten er zo snel in moeten krijgt het soms ook wel eens iets glads.”
Dat herkent Oldenhuis: „Je hoort natuurlijk verschil in zangtechniek tussen amateurkoor en professioneel koor. Maar als ik met amateurzangers aan een stuk repeteer, dan ben ik weken bezig: die graven zich in en zitten op een gegeven moment helemaal in dat stuk. Ik ken componisten die hun muziek liever bij een amateurkoor horen dan bij een beroepskoor. Met hun misschien beperktere technische mogelijkheden, zijn amateurs expressief soms sterker.”
De toegewijde expressie van amateurzangers maakt dat technische rafeligheden in de luisterervaring lijken weg te vallen, merkt Kleppe op. „Bij een amateurorkest en proforkest merk je het verschil in technisch kunnen veel sterker: dan kunnen mensen vaak hun instrument technisch nog niet helemaal aan. Bij amateurkoren zitten er natuurlijk ook technisch mindere zangers bij. Maar zingen staat zo dichtbij mensen dat er toch veel gevoel in de muziek kan komen. Zeker bij de betere amateurkoren doet de passie het zogenaamde amateurisme teniet.”
Voorjaar 2026, Galakoor Queer Klassiek met een opdrachtwerk van Joost Kleppe. Info: galakoor.nl
17/1 & 18/1, Kamerkoor Venus met The Flying Dutchman van Henk Stoeten. Info: kamerkoorvenus.nl
29/1, Koor Neon met composities van studenten HKU voor koor en live elektronica. Info: nicolaiconcerten.nl
7/2 t/m 1/3, Nederlands Studenten Kamerkoor met een opdrachtwerk van Eva Beunk. Info: nskk.nl
1/3 & 7/3, Kamerkoor Ad Parnassum met Distance van Jo Sporck. Info: kamerkooradparnassum.nl
12/4 & 19/4, Capella Brabant met een opdrachtwerk van Jonatan Repokari. Info: capellabrabant.nl
12-14/6, Vocaal Ensemble MUSA met een opdrachtwerk van Frieda Gustavs. Info: musa.nu
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC