Home

Deze zedenverdachte had geen geldige VOG maar stond toch voor de klas – en hij is geen uitzondering

Zedenzaken Om voor de klas te kunnen staan, heb je een VOG nodig. Maar het systeem is allesbehalve waterdicht. Dat laat de zaak tegen Stijn P. zien. Tuchtrechtelijke veroordelingen worden meestal niet meegenomen. Dat moet anders, vindt de Nationaal Rapporteur Seksueel Geweld.

Om voor de klas te mogen staan, moeten leraren een verklaring omtrent gedrag (VOG) kunnen overleggen.

„Wie maakt mij wat, dacht ik vaak. Brutale mensen hebben de halve wereld.” Het is 21 augustus, aan het woord is Stijn P. (24). Hij staat dan voor de rechter in Haarlem. De ex-voetbaltrainer en voormalig basisschooldocent beantwoordt een vraag over zijn seksueel getinte communicatie met minderjarige jongens. „Het is niet dat ik hier opgewonden van raakte”, benadrukt hij. Toch schrijft de rechtbank in het latere vonnis dat P. op „geraffineerde en strategische wijze te werk ging om deze jongens zover te krijgen dat zij foto’s of filmpjes met een seksuele strekking naar hem stuurden”. Met twee jongens probeerde P. volgens de rechter af te spreken om seksuele handelingen te verrichten.

Om voor de klas te mogen staan, moeten leraren een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) kunnen overleggen. Die toont aan dat ze van onbesproken gedrag zijn, en moet dus de garantie bieden dat verdachten of veroordeelden in zedenzaken buiten de kinderopvang, onderwijs en sport blijven. In 2019 was Stijn P. ook al zedenverdachte, maar die zaak werd geseponeerd wegens gebrek aan bewijs.

P. werkte op scholen in Amsterdam, Heemstede en Haarlem. Daarnaast kwam hij ook op de sportvelden geregeld in contact met minderjarigen. Hij was trainer bij verschillende amateurclubs uit de regio van Haarlem, het langst bij de Koninklijke HFC, tussen juni 2019 en december 2023. Daarnaast had hij een bedrijfje waarmee hij voetbalkampen organiseerde.

Hij is veroordeeld voor ontuchtige handelingen die hij als voetbaltrainer verrichtte. Volgens de rechter heeft hij acht minderjarige jongens gevraagd naaktbeelden van zichzelf te sturen. Dat deed hij vaak via Snapchat, een app die de video’s en foto’s – en dus eventueel belastend materiaal – vanzelf verwijdert. P. bood de jongens geldbedragen, kaartjes voor Ajax of dure sneakers. Verschillende slachtoffers deden aangifte. Ondanks het lopende onderzoek door politie en justitie kon hij zijn werk als gymdocent maandenlang voortzetten. Vier verantwoordelijke instanties – twee uitzendbureaus en twee scholen – waren nalatig bij het controleren van de authenticiteit van zijn VOG.

De eerste school vroeg niet eens om de VOG. Het tweede schoolbestuur deed dat wel, maar P. kon op dat moment geen geldig document aanleveren. Zijn aanvraag is door Justis, de instantie die namens het ministerie van Justitie en Veiligheid de controles doet, herhaaldelijk afgewezen. Daarbij gaan Justis-medewerkers na of de aanvrager in het verleden met justitie in contact is geweest: naast veroordelingen kijken ze ook naar strafbeschikkingen en openstaande zaken, zowel in eerste aanleg als hoger beroep.

P. wil ondanks zijn mislukte VOG-aanvraag dolgraag in het onderwijs werken. Om de baan alsnog te krijgen, vervalst hij het document. De Amsterdamse basisschool ontdekt de fraude niet, neemt hem aan en biedt P., zo zegt hij maanden later in de rechtbank, zelfs snel een vast contract aan. Het schoolbestuur weet niet dat P. dan verdachte is in een zedenzaak. De verantwoordelijke directeur wil niet reageren op vragen van NRC. Hij laat weten „geen interesse” te hebben mee te werken aan het verhaal, waarna hij het telefoonnummer blokkeert.

Wel gaat de directeur in gesprek met het Openbaar Ministerie, waar voor de rechtszaak grote verbazing heerst over het feit dat zedenverdachte P. ondanks zijn strafrechtelijke vervolging actief blijft in het onderwijs. Het OM legt contact met beide scholen – bij de eerste blijkt hij niet meer te werken, en de tweede stuurt P. weg na de waarschuwing van justitie aan de school. Er is vaker contact tussen het OM en schoolbesturen over zedenonderzoeken, ook als een verdachte nog niet is veroordeeld.

Kwetsbaarheden

Deze zaak toont de kwetsbaarheden van het Nederlandse strafrechtsysteem aan, met name in de fase voordat iemand is veroordeeld en het aankomt op de preventieve werking van de VOG. Instanties informeren elkaar niet, VOG-controles op scholen en sportclubs worden niet of laks uitgevoerd en slachtoffers durven vaak geen aangifte te doen, waardoor daders lang buiten beeld van de politie en justitie blijven.

In oktober maakte het Openbaar Ministerie bekend een 39-jarige basisschoolleraar uit Vlissingen te vervolgen op verdenking van seksueel misbruik van een oud-leerling. Ook zou de man, naast docent eveneens voetbaltrainer- en scout, volgens justitie heimelijk videobeelden hebben gemaakt van douchende jongens bij drie Zeeuwse clubs, over een periode van vijftien jaar. Pas na aangifte van het minderjarige slachtoffer trof de politie de beelden aan bij hem thuis. De zaak uit Vlissingen heeft overeenkomsten met die van een tennis- en basisschoolleraar uit Pijnacker, die in 2023 werd veroordeeld tot een celstraf van zeven jaar omdat hij vijftien jaar lang meisjes seksueel heeft misbruikt en grote hoeveelheden kinderporno bezat.

In 2023 publiceerde NRC een verhaal over een jeugdtrainer in Schagen die werd weggestuurd bij zijn club wegens seksueel getint grensoverschrijdend gedrag tegenover minderjarigen. De KNVB was daarvan op de hoogte, maar kon vanwege „privacyregels” niet voorkomen dat de trainer bij een nieuwe club aan de slag kon. Ondertussen werkte hij op twee basisscholen, ook nadat de voetbalbond hem voor vijf jaar schorste vanwege seksuele intimidatie. De KNVB-sanctie heeft geen gevolgen voor zijn VOG: een voetbalschorsing blijft buiten het strafblad. Het bestuur van de laatste school „schrikt zich te pletter” na een tip van buitenaf over de docent, en stuurt hem alsnog weg.

De Amsterdamse basketbalcoach Gideon van der H. hoort eind december zijn straf van de rechtbank, nadat hij jarenlang meerdere jeugdteams trainde. Bij zijn eerste club werd hij weggestuurd omdat zijn VOG-aanvraag was afgewezen wegens bezit van kinderporno. Jaren later neemt een andere club hem alsnog aan, volgens het bestuur had hij op dat moment wel een geldig VOG. Uiteindelijk is hij vervolgd omdat hij stiekem videobeelden maakte van minderjarige jongens onder de douche. Hij heeft voor de rechter bekend dat hij al zijn hele leven met „pedoseksuele gevoelens” worstelt, melden verschillende media.

De rode draad in al deze zaken: (jonge)mannen die vanuit een gezagsverhouding binnen en buiten het onderwijs en sport eenvoudig jarenlang seksueel getint contact met minderjarige slachtoffers kunnen onderhouden. Ze weten vaak precies waar de mazen in de wet zitten. Hun machtspositie als leraar of sporttrainer werkt intimiderend, slachtoffers durven vaak geen aangifte te doen. Politie, justitie, sport- en schoolbesturen kunnen daardoor pas laat ingrijpen, met vele slachtoffers tot gevolg.

Conny Rijken, nationaal rapporteur seksueel geweld en mensenhandel, vertelde vorig jaar aan NRC dat na iets meer dan de helft van de gemelde incidenten over seksueel grensoverschrijdend gedrag een aangifte volgt. En op basis van die aangiften vindt de politie volgens Rijken in 40 procent van de zaken geen verdachte. Daders van seksueel grensoverschrijdend gedrag kunnen dus lang buiten het zicht van de opsporingsdiensten blijven.

In een vroeg stadium in beeld

Maar ook als een verdachte wel in een vroeg stadium in beeld komt bij politie en justitie, hoeft dit niet altijd gevolgen te hebben voor een baan in het onderwijs of de zorg. Zo werkte Stijn P. maandenlang in het onderwijs terwijl justitie zijn handelingen onderzocht én hij in 2019 al zedenverdachte was in een uiteindelijk geseponeerde zaak.

P. heeft in de rechtbank bekend zijn VOG te hebben vervalst om in het onderwijs te kunnen blijven werken. „Dat is stom geweest”, zei hij tegen de rechter. Op de school waar hij tussen juli 2024 en november 2024 werkte, werd hem „een vast contract aangeboden, net als op vier andere scholen”, zo zei P. in de rechtbank. Tijdens de inhoudelijke behandeling had de officier van justitie zich al fel uitgesproken tegen de lakse handelswijze van de scholen en uitzendbureaus. „Als dit soort instanties al geen controles uitvoeren, blijft er van de beschermende werking van de VOG niets over.”

Een ander probleem is dat Justis een aanvraag uitsluitend beoordeelt op justitiële gronden en niet op basis van arbeidsrechtelijke of tuchtrechtelijke veroordelingen. In de praktijk kan dit betekenen dat een voetbaltrainer die door de KNVB geschorst is vanwege seksueel grensoverschrijdend gedrag, gewoon kan blijven werken in het onderwijs als daar geen aangifte van is gedaan. Het register seksuele intimidatie, waar schoolbestuurders voorheen konden zien of iemand tuchtrechtelijk was veroordeeld, bestaat inmiddels niet meer, onder meer door strengere privacywetgeving.

Nationaal rapporteur seksueel geweld Conny Rijken en regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag Mariëtte Hamer pleiten er al langer voor om tuchtrechtelijke veroordelingen mee te wegen bij een VOG-procedure, maar een woordvoerder van het ministerie van Justitie en Veiligheid laat weten dat „dit voornemen er op dit moment niet is”. Het departement wil tucht- en strafrecht niet met elkaar vervlechten.

Wel werkt het ministerie aan een andere, door Hamer en Rijken voorgestelde aanscherping. Nu is het zo dat als een VOG in het onderwijs eenmaal is toegekend, die in principe zonder verloopdatum geldig blijft. Het ministerie wil dat veranderen en een zogeheten continue screening invoeren, iets wat al bestaat in de zorg en taxibranche. Dat betekent dat de overheid actief controleert of toegekende VOG’s nog volstaan. Blijkt dat vanwege een verdenking of veroordeling niet het geval, dan kan de inspectie een werkgever inlichten. Het ministerie wil dit ook in het onderwijs invoeren, via een wetsvoorstel dat in de komende maanden af moet zijn.

Contactverbod

De rechtbank veroordeelde Stijn P. in september tot een gevangenisstraf van achttien maanden (waarvan de helft voorwaardelijk) en legde hem een contactverbod op voor minderjarigen. Zo mag hij, als hij zijn straf heeft uitgezeten, niet in contact komen met kinderen zonder andere volwassenen erbij.

Daarnaast heeft de rechter bepaald dat hij na zijn vrijlating niet meer in het onderwijs, bij sportverenigingen, de zorg of crèches mag werken. De reclassering controleert of hij zich aan die voorwaarden houdt. Dat doet de toezichthouder door regelmatig met P. in gesprek te gaan en eventueel risicovol herhaalgedrag te identificeren. Reclasseringsambtenaren mogen alleen met de cliënt contact hebben, maar geen contact opnemen met een school of voetbalclub als het vermoeden bestaat dat P. daar (vrijwillig) werk uitvoert. Zo blijft het risico bestaan dat hij opnieuw in contact komt met minderjarigen.

De meeste amateurvoetbalclubs negeren het advies van de KNVB en sportkoepel NOC*NSCF om de VOG te verplichten voor trainers en vrijwilligers. Sinds de coronatijd is de afhankelijkheid van amateurclubs van vrijwilligers gegroeid. Zij willen de drempel om iemand kosteloos te laten meedraaien in de kantine of het trainingsveld zo laag mogelijk houden – een VOG-verplichting past daar niet bij. Zo is het dus mogelijk dat P. zich wederom meldt als vrijwilliger bij een vereniging die niet bekend is met zijn verleden.

Tijdens de zitting in Haarlem is de rechter nieuwsgierig hoe P. de rest van zijn leven voor zich ziet. Omdat hij een groot deel van zijn gevangenisstraf al in voorarrest heeft uitgezeten, zal hij relatief snel vrijkomen. Daarna wil P. in de evenementensector werken, zegt hij. „Toch niet met kinderen?”, vraagt de rechter, waarop hij lachend „nee” antwoordt.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next