Home

Opinie: Nederland mag zijn rol in de Venezolaanse crisis niet langer ontkennen

De Amerikaanse inmenging in Venezuela kan niet worden begrepen zonder te kijken naar de grote historische rol die Nederland heeft gespeeld in het voeden van de huidige spanningen in de regio.

Op zaterdag 3 januari kwamen de spanningen in het Caribisch gebied plots tot uitbarsting. Nadat de Verenigde Staten meer dan twintig boten in de Caribische Zee liet zinken en olietankers enterde, ontaardde de situatie in een ware coup. Het Amerikaanse leger bombardeerde belangrijke steden en legerbasissen in Venezuela en ontvoerde president Nicolás Maduro. Trump stelde zelfs in zijn toespraak dat de VS de macht in het land voorlopig zal overnemen.

Terwijl de zorgen op de vlakbij Venezuela gelegen eilanden Aruba, Bonaire en Curaçao al langer toenemen, mengt nu ook de Haagse politiek zich volop in de kwestie. Maar de toon is tot dusver terughoudend en voorzichtig. Nederland lijkt zich aan de zijlijn te willen houden. Dat is vreemd, en heeft zelfs een ongepast randje: Nederland speelde namelijk een historische sleutelrol in het opwekken van de buitenlandse honger naar Venezolaanse olie, en in de verregaande westerse inmenging in de Venezolaanse politiek.

Nederlandse vakantiebrochures associëren Curaçao nog altijd primair met strand en zee. Het stalen geraamte van de omvangrijke olieraffinaderij die tot op heden boven Willemstad uittorent wordt in dergelijk promotiemateriaal graag buiten beeld gelaten. Lang was Curaçao echter het thuis van de grootste olieraffinaderij ter wereld. Dit vanwege de ligging van het eiland: ruwe olie werd aangevoerd vanuit Venezuela, en verscheept naar Nederlandse bondgenoten in Noord-Amerika en Europa.

Tot in de jaren zeventig liep het Nederlandse bedrijf Shell – eigenaar van de raffinaderij – binnen op de Europese en Amerikaanse drang naar brandstof, en de gewilligheid van Venezolaanse politici om ruwe olie af te staan in ruil voor macht en politieke steun. Met de opening van een Amerikaanse raffinaderij op Aruba raakten Nederland en de VS nog nauwer met elkaar verwikkeld.

Over de auteur

Thomas van Gaalen is onderzoeker aan het Radboud Institute for Culture and History (RICH) aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en richt zich op politieke organisaties en activisme op en rondom het Curaçao van de 20ste eeuw.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Olie-industrie beschermen

Om de olievoorraden veilig te stellen, sloegen Nederland en de VS dikwijls de handen ineen – vaak ten koste van Venezolaanse burgers. Er werden weinig middelen geschuwd om de olie-industrie te beschermen en politieke tegenstand de kop in te drukken. Voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog leverden de Nederlandse autoriteiten op Curaçao woonachtige politieke vluchtelingen, vakbondsleden en voorvechters van democratisering uit aan Venezuela. Velen van hen eindigden in erbarmelijke gevangenissen, of stierven tijdens dwangarbeid.

Soms vond het geweld zelfs plaats op Nederlandse koloniale bodem: in 1929 werd de Venezolaanse activist Hilario Montenegro op klaarlichte dag doodgeschoten in Willemstad. Toen een coalitie van Venezolaanse en Curaçaose activisten en oliewerkers in datzelfde jaar een explosieve expeditie op touw zette om de Venezolaanse dictator Juan Vicente Gómez te verdrijven, sloeg de Nederlandse koloniale overheid de noodklok. Met medewerking van de VS werden Venezolaanse migranten zonder proces gearresteerd, verhoord en uitgezet. Ook inwoners van Curaçao leden onder de vergeldingen: uitgesproken eilanders konden rekenen op politiebezoek, de censuur werd aangescherpt, en mogelijkheden tot onafhankelijke politieke vereniging en samenkomst werden verder ingeperkt.

De verkiezing van de linkse Venezolaanse presidentskandidaat Hugo Chávez in 1999 kan deels worden gezien als reactie op de langdurige inmengingen van buitenaf en de westerse honger naar olie. Chávez – de voorganger van Nicolás Maduro – beloofde een einde te maken aan armoede en zwoer om de westerse inmenging aan banden te leggen. De regering-Chávez zette daarom de reeds lopende pogingen om de Venezolaanse olievoorraden te nationaliseren stevig door. Gezien de historische rol van Nederland is het niet geheel verbazingwekkend dat Chávez zijn pijlen ook meermaals richtte op Den Haag, dat zich volgens de socialistische president samen met de VS schuldig maakte aan het voortzetten van 'agressie' en inmenging.

Erkenning

De situatie is vandaag vanzelfsprekend anders dan een eeuw geleden. Shell vertrok immers in 1976 uit het Caribisch gebied. Daarnaast heeft de huidige Nederlandse overheid niet gevraagd om het beleid dat Donald Trump nu voert. Desalniettemin zou een erkenning van de historische rol die Nederland speelde in de regio gepast zijn. Nederland heeft de aanval op Venezuela en de ontvoering van Maduro – allebei illegaal, zo stellen mensenrechtenexperts – nog steeds niet veroordeeld.

Ook herbergen de ABC-eilanden nog altijd twee Amerikaanse vliegbases. Juist zulke acties sterken de voorstanders van Maduro, en lijken het beeld te bevestigen dat Nederland uit is op interventie.

Aruba, Bonaire en Curaçao, en niet Den Haag, lopen daardoor het grootste risico. Het zou Den Haag dus sieren om haar omvangrijke verleden van inmenging in Zuid-Amerika te erkennen en daar resoluut mee te breken.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next