Venezuela De huidige veiligheidsstrategie van president Trump is goed te verklaren door naar de geschiedenis te kijken, schrijft Haroon Seikh.
Protest in Seoul tegen de ingreep van de VS in Venezuela
Veel is nog onduidelijk over wat er straks gaat gebeuren met Venezuela en de grote rijkdommen van het land, na de inval van de VS. Er wordt al volop gespeculeerd over de implicaties voor Iran, Oekraïne en Taiwan, maar we kunnen al veel directere conclusies trekken over het westelijk halfrond. Uit uitspraken van de Amerikaanse regering en de recente Nationale Veiligheidsstrategie tekent zich een nieuw beleid af.
Haroon Sheikh is bijzonder hoogleraar filosofie aan de VU en senior onderzoeker bij de WRR.
Om dat te begrijpen moeten we eerst kijken naar de geschiedenis van het Amerikaanse beleid richting in de regio.
In de negentiende eeuw voerde de VS een korte oorlog met Canada en nam het gebieden als Texas, Nieuw Mexico en Arizona af van Mexico, waardoor het de onbetwiste leider van Noord-Amerika werd. Voor het hele Westelijk halfrond werd de Monroe-doctrine geformuleerd, een primair defensieve doctrine om Europese machten aan hun kant van de oceaan te houden. Bovenop de Monroe Doctrine kwam in 1904 de Roosevelt Corollary, waarmee de VS zichzelf het recht gaf om in andere landen op het halfrond in te grijpen.
Ondertussen was de VS een mondiale grootmacht geworden.
Het nam Cuba over van de Spanjaarden in 1898 en nam controle van het Panamakanaal. Tijdens de Eerste Wereldoorlog probeerde Duitsland een bondgenootschap te sluiten met Mexico zodat die het verloren territorium van de VS kon terugveroveren. Ook tijdens de Koude Oorlog was de VS bevreesd voor de invloed van rivalen in de eigen regio waardoor het militaire intervenieerde en coups steunde van Cuba tot Chili en Nicaragua.
Toen eindigde de Koude Oorlog en volgde een periode van desinteresse van Amerika naar het westelijk halfrond. Geen van de landen op het halfrond was sterk genoeg om de VS uit te dagen en zonder steun van de Sovjet-Unie had de VS niets meer te vrezen.
Dat gebeurde met de zogeheten Draai naar Links , een beweging waar Hugo Chávez, de voorganger van de nu opgepakte Venezolaanse president Nicolás Maduro, een leider van was. Overal op het continent kwamen linkse bewegingen aan de macht waarvan een aantal zeer anti-Amerikaans was, zoals in Bolivia en Ecuador. Kenmerkend voor deze fase was de tirade van Hugo Chávez tegen president G.W. Bush bij de VN in 2006, terwijl Bush geen interesse in hem had. Die had zijn ogen gericht op het Midden-Oosten.
Die fase is nu ten einde gekomen in Washington. Nu is de Amerikaanse regering weer heel intensief begaan met westelijke halfrond. Twee ontwikkelingen staan centraal in het denken van de huidige Amerikaanse regering. Allereerst het besef dat het niet langer de enige grootmacht is en met andere grootmachten als China in een strijd om suprematie verwikkeld is. Ten tweede dat grondstoffen als metalen, olie en gas een centrale rol spelen in die strijd. Die twee ontwikkelingen samen leiden tot een nieuw beleid richting het westelijk halfrond: andere grootmachten moeten er weer weggehouden worden en de VS moet controle krijgen over de rijkdom aan grondstoffen in Noord- en Zuid-Amerika.
In de recente Veiligheidsstrategie werd dan ook de ‘Trump-corollary’gelanceerd, die stelde dat geen speler van buiten de regio enige machtspositie op het halfrond mag hebben. De aanvallen op Venezuela en de ontvoering van Maduro passen hier precies in. Het land heeft sterke banden met rivalen China en Rusland, die op deze afstand echter niets voor Venezuela kunnen betekenen. Daarnaast bezit het de grootste bewezen olievoorraden in de wereld.
De vraag is nu: wat betekent dit voor de rest van de regio?
Strategisch kan het antwoord op die vraag in vier categorieën verdeeld worden. Allereerst de bondgenoten. Nayib Bukele Ortez als president van El Salvador en Javier Milei Milei als president van Argentinië verbinden zich aan Trump en worden daarvoor rijkelijk beloond met speciale deals die hun regimes sterker maken.
Dan zijn er de landen die wat afstand tot de VS houden en inzetten op meerdere partners. Landen als Brazilië, Peru, Colombia, maar ook Suriname zullen waarschijnlijk veel economische druk te verduren krijgen om hun andere banden te verbreken en de VS de toegang tot hun grondstoffen te geven.
Echt spannend wordt het voor de laatste twee type landen. Dat zijn de landen die zich net als Venezuela als tegenstanders van de VS hebben gepositioneerd, zoals Nicaragua en vooral ook Cuba. Het zou heel goed kunnen dat Trump daar ook een ander regime wil. Veel machtige Amerikanen in de Republikeinse Partij, waaronder Marco Rubio, zijn van oorsprong Cubanen met een afkeer voor het communistische regime van het land. Na decennialange gefaalde pogingen zou Cuba binnenhalen een ultieme prestigeprijs zijn. Aangezien Cuba ook afhankelijk is van gesubsidieerde olie uit Venezuela kan de VS nu ook gemakkelijk de druk opvoeren.
Dan is er nog een laatste categorie. Dit zijn niet de landen die voor of tegen de VS zijn, maar die geografisch zo dichtbij de VS liggen, dat ze in het vizier komen van een op macht gericht Washington: de buren in Noord-Amerika. Helemaal aan het begin van zijn termijn sprak Trump al van inname van Canada. Mexico’s ervaring met de wispelturigheid van de VS werd al mooi uitgedrukt door de vroegere president José de la Cruz Porfirio Díaz Mori Porfirio Diaz in het begin van de vorige eeuw: „Arm Mexico, zo ver van God en zo dichtbij de VS”.
Landinname is ergens anders echter het gemakkelijkst: op het dunbevolkte grondstofrijke Groenland. En als dat gebeurt, is het een Europees probleem geworden. Ik hoop dat onze leiders dat scenario nu heel serieus nemen.
Terugblikken, extra analyses en leestips bij de laatste uitzending van de podcast Wereldzaken.
Source: NRC