Home

De taal leren kostte veel energie, nu voert hij als barbier diep persoonlijke gesprekken

Op zijn 15de gevlucht uit Iraaks Koerdistan, moest Nero de Boer wel wat scepsis en vooroordelen overwinnen toen hij zijn barbiershop begon in Ermelo. Hij nam de achternaam van zijn Nederlandse vrouw aan, volhardde en breidde in tien jaar uit naar vijf locaties.

Zijn klanten, louter mannen, komen graag samen in ‘de ontmoetingsplek’, zoals Nero de Boer (45) zijn barbershop omschrijft. ‘Niet iedereen komt voor een knipbeurt. Sommigen willen even hun ei kwijt.’ Of een ‘bakkie’ van zijn eigen koffiemerk Boon-apart. Eenmaal in de chromen kappersstoel met lederen zitkussens stellen de mannen zich makkelijk open voor hun barbier. ‘Tijdens het knippen is er geen direct oogcontact’, zegt hij. ’Dat maakt praten gemakkelijk.’

Het zijn de gesprekken die een klant ‘binden’ aan de kapper, legt De Boer uit. Als 15-jarige vluchtte de telg van een ondernemersfamilie uit Koerdistan in noordelijk Irak. In de eerste jaren op de kappersacademie in Nederland ging al zijn energie naar het leren van de taal. ‘Ik voelde me doof. Mensen begrepen mij verkeerd en hadden hun oordeel al klaar.’

Hij kreeg de kans om in Londen ervaring op te doen in een barbershop. Na acht jaar besloten hij en zijn vrouw terug te keren naar Nederland. ‘Toen ik in Engeland trouwde met mijn Nederlandse vrouw, nam ik officieel haar achternaam over. Ik wilde van de vooroordelen af zijn.’

Hij had dat achteraf gezien niet anders gedaan. ‘De Boer heeft me veel gebracht. Anders had ik nog harder moeten knokken om geaccepteerd te worden.’ Het vertrouwen winnen was te belangrijk. Als ondernemer en als barbier. ‘Gesprekken met klanten zijn soms heel persoonlijk. Vaak gaan we bij volgende afspraken verder waar we gebleven waren.’

Het gekriebel aan het hoofd geeft ook een ‘gevoel van vertrouwen’, vertelt de eigenaar in zijn shop in Ermelo. ‘We praten over relatieproblemen, verlies van dierbaren of financiële beslissingen. Ik weet dingen over mijn klanten die niemand anders van ze weet. Zelfs hun partner niet.’ De band die hij opbouwt is diepgaand. Op verzoek knipte hij een overleden klant in zijn kist. ‘Dat was zijn wens.’

Decor als een Tarantino-film

Toen De Boer zijn zaak in 2013 begon, zeiden vrienden en familie dat het nooit zou gaan lopen. De inwoners van de Gelderse plattelandsgemeente zouden te veel verschillen van die in de barbershop in Londen. Toch waagde hij de sprong. Zijn grootste criticus? ‘Mijn schoonmoeder’, zegt De Boer met een knipoog.

Wie over de schaakbordpatronen vloer van Nero Barbershop in de binnenstad van Ermelo loopt, waant zich in een film van Quentin Tarantino. De Amerikaanse koelkast heeft een jasje van een Volkswagen Transporter uit de jaren zestig. De retro stoelen glunderen klanten tegemoet. ‘Er zit een klein hendeltje aan de zijkant van de stoel’, zegt kapper Tygo Verduin (18). ‘Zo kan die helemaal plat. Dat doen we als een klant geschoren wil worden. Heerlijk ontspannen.’

Verduin houdt met een zwarte kam in zijn linkerhand de haren op het achterhoofd van zijn klant overeind. De goudkleurige tondeuse ritst hij met zijn rechter in vloeiende bewegingen langs zijn kam. Het gezoem van zijn ’clipper’ klinkt luid en ritmisch. Verduin is geconcentreerd. Voor een ‘zachte overgang’ in het haar telt elke millimeter.

Scheren gebeurt hier enkel en alleen met het klassieke open scheermes, het zogeheten krabbertje. De meeste klanten vragen om kleine bewerkingen. Een strakkere baardlijn op de wang en de haren weghalen in de nek. ‘Ik heb in twee jaar drie keer meegemaakt dat een klant volledig geschoren wilde worden’, zegt Verduin. ‘Dat is uitdagend. Vooral de rondingen onder de lip of het midden van de snor zijn lastig.’

De onderneming

In deze wekelijkse rubriek vertellen ondernemers over hun bedrijf. Vandaag: Nero Barbershop, opgericht in 2013, met 16 werknemers, vestigingen in Ermelo, Harderwijk, Bussum, Laren en Amsterdam, en een jaaromzet van ongeveer 1 miljoen euro.

Eigenaar De Boer leerde het door op zijn been te oefenen. ‘Je merkt het dan vanzelf als je te hard drukt’, zegt hij met een glimlach. ‘Sommigen schuimen een ballon op en scheren die. Als die knapt, zit je onder het scheerschuim. Zo leer je je fouten wel af.’

Voor de ondernemer was het kappersvak zijn toevluchtsoord. Hij had tal van slecht betaalde bijbaantjes voordat hij de kappersopleiding in Nederland afrondde. ‘Maar het vak, het sociale, aanvoelen of je klant wel of niet wil praten en waarover, dat heb ik in de barbershop in London geleerd.’ In 2017 reisde hij naar Lesbos om vluchtelingen een cursus knippen te geven. ‘Ik weet hoe het is om hulp te missen.’

Buitenkans in Amsterdam

In tien jaar is Nero Barbershop uitgebreid naar vijf vestigingen. Het succes, zo geeft hij toe, heeft hij deels te danken aan de gelijktijdige opkomst van Schorem, de barbershop uit Rotterdam die onder de naam Reuzel over de hele wereld haar- en baardverzorgingsproducten aan de man brengt. Het verschil tussen een herenkapper en een barbier is de verzorging van de baardharen. Naast een fris kapsel modelleert Nero Barbershop ook het sikje, de baard of de snor. Een knipbeurt kost hier 42 euro. Wie ook de baard wil laten boetseren, legt 69 euro neer.

Verduin woont in Harderwijk, waar Nero Barbershop eveneens een locatie heeft. Toen in de beginjaren de agenda in Ermelo volliep, bleek een deel van de klanten uit de nabijgelegen stad over te reizen. Daarom opende De Boer in Harderwijk zijn tweede locatie. Door de lockdowns tijdens de coronapandemie kwam in Amsterdam een kapperszaak vrij. ‘In de hoofdstad een locatie openen was een buitenkans die ik niet kon laten liggen. Ondanks het risico in die periode.’

De ondernemer ziet genoeg verschillen tussen zijn locaties. In Amsterdam komen veel klanten op de ‘bonnefooi’ binnen, waar in Ermelo de agenda voor de komende maanden al vaststaat. Ook de kapsels en baarden lopen uiteen. ‘Nieuwe trends komen in Amsterdam binnen en belanden drie jaar later in Ermelo. Op dit moment zien we de ‘mullet’ terugkomen. Oftewel een matje.’

Zelf zou hij het liefst ook nog een kleine metamorfose willen ondergaan. ‘Mijn echte achternaam. Baban. Als het kon, zou ik die dolgraag weer met trots willen dragen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next