Deze witte week voelt vertrouwd, maar is dat allang niet meer. Door de opwarming van het klimaat daalt het aantal sneeuwdagen in Nederland sneller dan gedacht. Hoeveel witte dagen kunnen we in ons opwarmende klimaat nog verwachten?
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
Wekker gezet, jas aan en dan naar buiten met een meetlat. Het is deze dagen het vaste ochtendritueel van enkele honderden weerliefhebbers, verspreid over het land. Voor het KNMI houden de vrijwilligers op een vast tijdstip bij hoe dik het pak sneeuw is, dat daarbuiten in de tuin ligt.
Toch valt er voor de vrijwilligers steeds minder te meten. In de winter valt er in ons land door het opwarmende klimaat weliswaar zo’n 25 procent méér neerslag dan vijftig jaar geleden. Maar omdat diezelfde klimaatverandering ons land inmiddels ook een slordige 2,5 graad heeft opgewarmd, valt die winterneerslag steeds vaker in de vorm van regen.
Sneeuw heeft immers winterse temperaturen nodig om in vlokvorm het oppervlak te halen, en daar te blijven liggen. En het aantal ijsdagen, met het hele etmaal een temperatuur onder nul, is afgelopen decennia razendsnel afgenomen: van gemiddeld zo’n twee weken per jaar in de jaren vijftig, tot nog maar drie per jaar nu.
En zelfs op ‘potentiële sneeuwdagen’, zoals dat in jargon heet – dagen waarop de sneeuw wél kan blijven liggen – valt er minder, blijkt uit berekeningen die KNMI-onderzoeker Hylke de Vries alweer bijna tien jaar geleden uitvoerde. Dat komt omdat de koude dagen die er nog wél zijn, vaker worden aangezwengeld door koude lucht die over land vanuit het noordoosten komt. ‘En deze noordoostelijke, continentale wind is droog en geeft minder sneeuw’, vertelt De Vries.
Nee, voor sneeuw moet je omstandigheden hebben zoals deze week. Een hogedrukgebied bij Scandinavië zorgt ervoor dat een band vochtige, arctische lucht vanuit het noorden onze kant op stroomt. Met als gevolg: dagenlang sneeuwval. De verwachting is dat het nog de hele week soms kan sneeuwen, al wordt het na dinsdag minder wit.
Intussen is duidelijk dat de sneeuwval door de jaren heen inderdaad afneemt, en niet zo’n beetje ook. In De Bilt ging het aantal witte dagen van gemiddeld enkele tientallen per jaar midden vorige eeuw naar nog maar een handjevol nu. Een dik pak sneeuw, van vijf centimeter of meer, lag er rond 1970 haast ieder jaar wel een paar dagen, en een enkele winter zelfs tien of twintig dagen. Sinds 2000 is het echter nog maar zeven keer gebeurd dat er meer dan vijf centimeter lag, en altijd maar op een of enkele dagen.
Ga in ons land uit van ruim 10 procent minder sneeuwdikte per graad opwarming, blijkt uit een andere inschatting, van onderzoekers van het KNMI en de Universiteit Utrecht. En de afname versnelt zichtbaar sinds de jaren 1980, analyseerden ze. Áls er nog ergens sneeuw blijft liggen, is dat vaak niet meer dan een miezerig dun laagje.
Bovendien, vertelt De Vries, valt de eerste sneeuw steeds later. ‘De eerste sneeuwvlok trekt dieper de winter in’, zoals hij zegt. ‘Tegenwoordig valt de eerste sneeuw typisch rond 1 januari. Rond 1960 was dat zo’n tien, vijftien dagen eerder.’ Dat zijn overigens wel gemiddelden, benadrukt hij. Winterverschijnselen zoals sneeuw zijn berucht variabel van jaar tot jaar.
Minder dagen sneeuw, minder dikke sneeuw: het is een patroon dat voor heel Europa geldt, blijkt uit de berekeningen van De Vries. Een uitzondering is er ook: de hoge delen van de bergen van Scandinavië en de Alpen. Die liggen dermate hoog dat de door de opwarming toegenomen neerslag daar nog wel degelijk neerkomt als sneeuw, legt De Vries uit. Met als gevolg: niet minder, maar juist méér sneeuw.
‘Maar of die sneeuw in skigebieden ook echt langer blijft liggen, is wel de vraag’, tekent hij aan. ‘Als het weer omslaat, kan de sneeuw ook extra snel weer verdwijnen.’ Vooral in de wat lager gelegen skigebieden speelt dat een rol.
Dan valt de klimaatonderzoeker, aan de telefoon vanuit de omgeving Amsterdam, ineens stil. ‘Sorry hoor’, verontschuldigt hij zich. ‘Ik keek even naar buiten, het gaat echt van de planeet! Er vallen hier céntimeters bij.’ En dat biedt, behalve verkeersoverlast, ook vertier. ‘Als hardloper wil ik niets liever dan de sneeuw in. Ik vind het machtig om in van die diepe sneeuw te ploeteren’, vertelt hij.
Tijdens glad winterweer stijgt bij de eerste hulp het aantal patiënten met een botbreuk. Gek genoeg niet zozeer bij kwetsbare ouderen, maar vooral bij dertigers, veertigers en vijftigers.
Dat blijkt althans uit een analyse die artsen van het Medisch Centrum Haaglanden uitvoerden nadat Nederland in januari 2013 tien dagen lang te maken kreeg met sneeuw en ijs. In vergelijking met de veel mildere januari van een jaar eerder, belandden in die periode ruwweg tweemaal zoveel patiënten met een botbreuk op de ehbo, schrijven de onderzoekers in vakblad International Journal of Emergency Medicine.
Dat de toename vooral zit bij volwassenen van 31 tot en met 60 jaar, is opmerkelijk en wijkt af van vergelijkbare studies in andere landen, aldus de Haagse artsen. Waarschijnlijk komt dat doordat extreem glad weer in ons land tegenwoordig zo weinig voorkomt, denken de onderzoekers: de oudsten blijven veilig thuis, terwijl de mensen die naar hun werk gaan de situatie onderschatten.
Overigens was het voor alle meldingen bij elkaar tijdens de korte winterperiode niet drukker op de eerste hulp. Kennelijk stelden sommige patiënten met een andere klacht hun bezoek aan de ehbo vanwege het gladde weer uit of af.
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant