Home

Wat had je dan gedacht, in de meest toeristische straat van de meest toeristische wijk van Barcelona?

Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Om wat tijd te doden liepen we door de anus van Barcelona. Zojuist waren we bij een Thais restaurant naar binnen gegaan, maar daar was pas over twintig minuten plek. Elders eten was geen optie, omdat het rond zessen was en de meeste andere restaurants pas uren later opengingen.

Het restaurant – een kleine, betaalbare vreetschuur met goed eten – zat in een zijstraatje van de Ramblas, dicht bij het Plaça Reial. Toen ik ruim twintig jaar geleden voor het eerst in Barcelona was, was deze hoek al het domein van dronken toeristen en straatverkopers.

Op en rond de Ramblas is de afgelopen jaren voldoende veranderd en vernieuwd, voornamelijk afgestemd op het type mens dat ook naar Dubai op vakantie gaat. De echte Barcelonees – laat staan iemand anders met een klein beetje gevoel voor goede smaak – mijdt deze omgeving doorgaans.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Ons ommetje bracht ons langs dure ijssalons, schreeuwerige restaurants en straatjes die naar pis roken. We sloegen een hoek om en kwamen uit op een brede straat, waar het wemelde van toeristen. Ze (of, in dit geval is een ‘we’ beter op zijn plek) krioelden over de stoep, de straat, zonder enig gevoel van richting of doel. Sommigen leken geen bewustzijn te hebben.

Mijn vrouw en ik liepen met onze dochters over de stoep. Twee aan twee, een beetje schuin achter elkaar. Dus niet met zijn vieren naast elkaar als een handbalverdediging; er was nog loopruimte op de stoep – ik zeg het er maar even bij.

Het was alleen niet voldoende voor de persoon die ons tegemoet kwam lopen. Een man van een jaar of 40, tenger, donker haar, zwarte kleding en een zwarte bril met transparant oranje glazen. Een local, zo zou mijn vrouw hem later omschrijven (zij kan het weten, ze heeft hier gewoond).

Hij was net klaar met het inhalen van een ouder stel toen hij de volgende hindernis op zijn weg vond: ons. Hij zuchtte diep, rolde met zijn ogen, wierp zijn hoofd zo ver in zijn nek dat die leek te breken en zette theatraal een paar passen opzij opdat wij konden passeren. Het nieuwe jaar was pas net begonnen, maar deze man had het al he-le-maal gehad.

Ik had hem graag een tip willen geven over verwachtingsmanagement. Iets in de trant van: wat had je dan gedacht, in de meest toeristische straat van de meest toeristische wijk van Barcelona? Maar hij leek niet open te staan voor een goed gesprek. Het enige wat hij wilde, was dat wij doodgingen, of dat hij zelf doodging. Kon ik hem niet bij helpen.

Daar, hartje anus van Barcelona, gaf hij het gewoon op. Wij waren zijn breekpunt. Behalve medelijden kon ik enig gevoel van trots niet onderdrukken.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next