In de rubriek De broeikas schrijft klimaatverslaggever Jeroen Kraan wekelijks over wat hem opvalt. Deze week: AI-datacenters gaan steeds meer energie verbruiken, maar we kunnen de technologische ontwikkeling ook een klimaatvriendelijke kant op sturen.
Techverslaggever en medeblogger Rutger Otto is nog met vakantie, dus deze week een onderwerp dat ook wel zou passen in zijn uitstekende blog Schermtijd. De ontwikkeling van kunstmatige intelligentie (AI) is namelijk niet alleen een fascinerend technologisch onderwerp, maar heeft ook grote gevolgen voor het klimaat.
De investeringen in AI-infrastructuur lopen de komende jaren in de vele biljoenen (duizenden miljarden) euro's, verwachten analisten. Het gaat dan niet alleen om datacenters en kabels, maar ook de benodigde energievoorziening.
Want energie, daar slurpen datacenters nogal graag van. Het wereldwijde stroomverbruik van datacenters zal in vijf jaar verdubbelen, voorspelt het Internationaal Energieagentschap.
De toename is vergelijkbaar met het totale elektriciteitsverbruik van Frankrijk of Duitsland. Het stroomverbruik neemt nog sneller toe door elektrisch vervoer en verduurzaming van de industrie. Maar in die gevallen vervangen we fossiele brandstoffen door schonere elektriciteit en gaat het klimaat er juist op vooruit.
Dat is bij de grote AI-ontwikkelingen in de VS allerminst het geval. Plannen om energiecentrales op gas, kolen en zelfs olie te sluiten, worden vanwege de energiehonger van datacenters door het hele land in de ijskast gezet.
Die passen ook daar lang niet allemaal op het stroomnet, dus zetten bedrijven als xAI van Elon Musk er vervuilende gasgeneratoren naast om eigen elektriciteit op te wekken. Over de CO2-voetafdruk van AI is nog veel onduidelijk, maar hij is vermoedelijk vergelijkbaar met die van een land als Oostenrijk, bleek onlangs uit onderzoek.
Afgelopen maand las ik het boek Power and Progress van de economen Daron Acemoglu en Simon Johnson, die in 2024 de Nobelprijs voor de economie hebben gewonnen. Het is een razend interessant boek, dat verkent hoe de ontwikkeling van nieuwe technologie in de loop van de menselijke geschiedenis steeds voor extra productiviteit zorgde, maar ook voor meer ongelijkheid.
Pas als we actief ingrijpen - bijvoorbeeld via vakbonden of overheidsregulering - verspreidt de behaalde winst zich naar de rest van de maatschappij.
Je hoeft geen waarzegger te zijn om te zien dat dit ook bij AI het geval zal zijn. 'Hulpjes' als ChatGPT en Gemini zuigen nog meer van onze privégegevens op, waarmee de al zo machtige techbedrijven ons vervolgens nog beter in hun greep kunnen houden. De rest van de maatschappij zit met de gevolgen, zoals overvolle stroomnetten en extra CO2-uitstoot, om nog niet te spreken van de tieners die door AI-modellen zijn geholpen bij zelfdoding.
Als je de techmiljardairs moet geloven, hoort dit allemaal simpelweg bij de move-fast-and-break-thingsmethodiek die bedrijven uit Silicon Valley zo groot en succesvol heeft gemaakt. AI-modellen hebben weliswaar veel energie nodig, maar uiteindelijk worden ze zo slim dat ze het klimaat wel zullen "fixen", beweerde OpenAI-directeur Sam Altman bijvoorbeeld.
Dat is een gok die, laat ik het voorzichtig zeggen, geen garantie voor succes biedt. Maar we hoeven die gok ook niet te wagen, betogen Acemoglu en Johnson. Als maatschappij kunnen wij bepalen hoe we de ontwikkeling van nieuwe technologie willen sturen.
De huidige revolutie in schone energie kwam er bijvoorbeeld mede doordat Duitsland de installatie van zonnepanelen grootschalig begon te subsidiëren. Sinds de ondertekening van het Parijsakkoord is het logisch dat je als bedrijf meer brood ziet in de ontwikkeling van duurzame energietechnologie dan van een efficiëntere kolencentrale.
In de AI-wereld gebruiken bedrijven meer en meer energieslurpende chips om hun modellen te trainen. De AI-race (of AI-bubbel) is vooral een wedloop om de grootste te worden, niet om meer te doen met minder. Maar we kunnen ook afdwingen dat zuinige AI-technologie de standaard wordt.
Neem Groningen: daar komt met Nederlandse en Europese subsidies een relatief kleine 'AI-fabriek' voor wetenschappers, kennisinstellingen en innovatieve mkb'ers. De rekenkracht van dit datacenter komt beschikbaar voor lokale projecten die op een verantwoorde wijze AI willen gebruiken.
Ondertussen wordt ook het plan geopperd om een AI-gigafabriek bij Rotterdam te bouwen. Dat enorme datacenter zou veel meer schaarse stroom gaan gebruiken - vergelijkbaar met een miljoen huishoudens - en vooral nuttig zijn om een taalmodel als ChatGPT mee te trainen. Maar er bestaat helemaal geen Nederlands bedrijf dat dit kan, waarschuwt adviesbureau Ecorys in een rapport voor het ministerie van Economische Zaken.
We zouden die fabriek dus bouwen om een buitenlands techbedrijf een handje te helpen, terwijl we ondertussen onze energietransitie bemoeilijken. Of - misschien een gek idee - we doen het niet.
Volgende week weer een klimaatfilmtip, nu eerst mijn top vijf van de beste films die ik in 2025 voor het eerst heb gezien. In alfabetische volgorde:
Ik ontvang graag jullie vragen, feedback en tips! Je kan me bereiken via jeroen@nu.nl.
Source: Nu.nl algemeen