De wetenschapsredactie van de Volkskrant beantwoordt prangende vragen van lezers. Deze week: waarom helpt in het licht kijken soms als je moet niezen?
schrijft voor de Volkskrant over historische onderwerpen.
Ha. Ha-ha-hatsjjjj – verdraaid, nee, toch niet. Soms kan een nies je vreselijk in de weg zitten en dan helpt het om even naar het licht te kijken. Hoe kan dat toch, vraagt lezer Remko Gerssen zich af.
Interessante vraag. Wereldwijd heeft ongeveer een op de vier mensen een lichtgestuurde niesreflex, waardoor ze bij plotselinge blootstelling aan fel (zon)licht moeten niezen. Dit zogeheten photic sneezing of Autosomal Dominant Compelling Helioopthalmic Outburst (Achoo, uitspreken op z’n Engels) is erfelijk bepaald. Wie een ouder heeft met een niesreflex, heeft 50 procent kans zelf ook te niezen bij (plotseling) fel licht.
Het probleem beperkt zich niet tot mensen alleen. De Amerikaanse hoogleraar Georg A. Petroianu schreef in 2022 in een wetenschappelijk artikel over de niesreflex dat zijn hond Boo (een geadopteerde golden retriever) óók moet niezen van zonlicht.
Petroianu geeft in zijn artikel een uitgebreid historisch overzicht van wetenschappelijke belangstelling voor de niesreflex in het algemeen en niezen door zonlicht in het bijzonder. Die interesse gaat terug tot de Griekse wijsgeer Aristoteles die een van de boeken van zijn Problemen wijdde aan niezen. Hij schreef de reactie toe aan zonnewarmte die zou leiden tot ‘transpiratie in de neus’. De Britse filosoof Francis Bacon (1561-1626) ontdekte met een eenvoudig proefje dat het niet de warmte was maar het licht: hij ging met zijn ogen dicht in de zon staan, zonder te niezen.
Ondanks al die eeuwen studie is nog steeds niet helemaal duidelijk hoe niezen precies werkt, schrijft Petroianu: ‘Sternutatio (niezen) is een complex, slecht begrepen fysiologisch verschijnsel. […] Verschillende variaties van de niesreflex, waaronder de lichtgestuurde nies, worden nog veel minder begrepen.’
Tot voor kort werd aangenomen dat photic sneezing een onbedoeld gevolg was van overspringende signalen tussen de oogzenuw en de nervus trigeminus (drielingzenuw), die verantwoordelijk is voor gevoeligheid van het gelaat. Een piepje op de ene zenuw zou bij lichtniezers onbedoeld leiden tot een reactie op de andere.
Het lijkt toch iets complexer dan dat. Wetenschappers van de Universiteit Zürich onderzochten een aantal jaren geleden hersenactiviteit bij lichtniezen met behulp van EEG. Tien proefpersonen met een niesreflex en een controlegroep zónder photic sneezing kregen visuele prikkels terwijl de elektrische activiteit in hun hersenen werd gemeten. De visuele cortex (het hersengebied dat zich bezighoudt met visuele informatie) bleek bij de niezers gevoeliger voor prikkels dan bij de controlegroep. Dat is opvallend én interessant. De cortex (het hersenschors) is normaal gesproken niet betrokken bij reflexreacties. ‘De ‘photic sneeze reflex’ is dus niet een klassieke reflex die zich alleen voordoet in de hersenstam of het ruggenmerg’, schrijven de onderzoekers.
Een verklaring voor de niesreactie is volgens de auteurs dat de extra prikkeling van de visuele cortex leidt tot prikkeling van de somatosensorische cortex, het hersengebied dat zich onder meer bezighoudt met pijn, tast en temperatuur, met een niesreactie tot gevolg.
Zelf een vraag voor deze rubriek? Mail naar willenweten@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant