Modeontwerper Marga Weimans werkt aan allerlei projecten tegelijk: theaterkostuums, textielontwerp, AI-kunstinstallaties. Tegelijkertijd probeert ze rust en regelmaat in te bouwen. Als onze gids dit weekend deelt ze waar ze enthousiast over is, van bergwandelen tot black hair.
schrijft voor de Volkskrant over mode.
Met een frons op haar voorhoofd staat Marga Weimans (55) backstage bij haar eigen modeshow op Amsterdam Fashion Week. Vanachter de zware gordijnen tuurt ze naar de catwalk, waar modellen ontwerpen tonen die wel gemaakt lijken van gesneden en ingenieus gevouwen papier. De spanning is hoog, de show moet vlekkeloos verlopen. Het zijn beelden uit de documentaire Fashion House, Marga Weimans (2015), die Weimans volgt op de route naar haar droom: een eigen modehuis in Parijs.
Tien jaar later zit diezelfde Weimans doodkalm achterover in een leunstoel in een hoek van een hoog, licht atelier in haar thuisstad Rotterdam. ‘Parijs?’ zegt Weimans. ‘Hm. Ik geloof dat ik daar eigenlijk niet zo goed over had nagedacht.’
In de documentaire lijkt ze nog vastberaden, en bovendien goed op weg. Weimans studeerde in 2005 af aan de modeopleiding van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. Ze werd bekend met haar architecturale ontwerpen: stuk voor stuk onderzoeken naar ruimtelijkheid, technologie en Weimans’ eigen identiteit als zwarte vrouw. Ze ontving de ene na de andere subsidie, kreeg een solotentoonstelling in het Groninger Museum – en er kwam dus een documentaire.
Op het moment dat de documentaire werd gefilmd zat ze feitelijk nog vol vragen, zegt ze. ‘Ik wist niet wat ik precies in Parijs wilde gaan doen en vooral niet hoe het duurzaam kon. In het ontwikkelen van nieuwe collecties gaat zo ontzettend veel geld, tijd, materiaal en energie zitten. En ik had ook al zo veel gemaakt. Ik besefte dat ik eigenlijk even op mijn lauweren wilde rusten.’
Jaren focuste ze op andere zaken: het mentoren van jonge kunstenaars, en met culturele instellingen werken aan het verbeteren van diversiteit en inclusie. Haar eigen ontwerppraktijk ging op een lager pitje. Sinds een poosje is ze weer autonoom aan het werk. ‘Ik heb weer tijd, en een eigen atelier. Het is goed om even met mezelf te zijn.’ Daarmee voelt ze ook haar eigen kracht als ontwerper terugkeren, vertelt ze.
Onlangs rondde Weimans een groot project af: een gigantisch gordijn voor de salon van La Columeta, een monumentaal pand in Rotterdam. ‘De huidige eigenaar was in het verleden een van mijn eerste modeklanten,’ vertelt Weimans. ‘Hij en zijn partner kochten het pand in 2018, met de bedoeling het te gebruiken als woonhuis en publieksruimte. Toen ik voor het eerst in de salon kwam, dacht ik meteen: hier wil ik een gordijn maken.’
‘La Columeta is een prachtige constructie van staal en glas. Het was oorspronkelijk van een staalbedrijf; met dit pand wilde de fabrikant de kracht van staal laten zien. Mij leek het interessant om het materiaal behalve een passieve functie ook een actieve aanwezigheid te geven.’ Het gordijn in de salon is een directe kopie van de achterliggende façade, inclusief het uitzicht dat je door de ramen ziet, maar daartussen staan grote brokken mineralen – staal in zijn ruwe vorm, zegt Weimans. ‘Ze komen als een soort space invaders de ruimte in.’
Ruimte, materiaal en macht zijn terugkerende thema’s voor Weimans. Hoe wordt bepaald wie er ruimte krijgt, en hoe die ruimte er vervolgens uitziet? Kun je materialen – of mensen, trouwens – klakkeloos inzetten voor eigen gewin? Of hebben die zelf ook iets te willen, iets te zeggen?
Die vragen stelt ook de voorstelling Moeder van Europa, de theatervoorstelling van gezelschap Orkater die in februari in première gaat in Almere, waarvoor Weimans de kostuums ontwierp. In Weimans’ atelier staat een rek met proefmodellen. Die zijn letterlijk ruimtelijk: ze hebben pofmouwen en zware plooien. Er komen nog prints op, die Weimans ontwikkelde met behulp van AI, en waarvoor ze haar eigen oeuvre als bronmateriaal gebruikte. ‘Het haalt een enorme speelsheid in me naar boven.’
Maar AI heeft keerzijden. AI gebruikt veel energie en water, en de algoritmes zijn gebiased, zegt Weimans. ‘Er zitten naar verhouding heel weinig data in AI-modellen van en over zwarte mensen.’ Dus werkt ze daarnaast nog binnen het project Embodied Restoration Lab aan het ontwikkelen van dekoloniale, open source AI-modellen met een lichter energieverbruik.
Echt rusten op die lauweren? Dat is nog een hele oefening. Weimans: ‘Ik ben nog steeds ambitieus – ik zie alles wat ik doe eigenlijk nog altijd als een stap naar iets groters.’
‘Mijn vader was een Surinaamse Marron. De Marrons zijn nakomelingen van de mensen die aan de slavernij zijn ontsnapt. Er is altijd op de Marrons neergekeken; dat was natuurlijk rassendiscriminatie. Maar er is steeds meer interesse in hun geschiedenis, hun cultuur.
Heel bijzonder van de Marrons is de fantastische kunst: prachtig houtsnijwerk, schilderwerk, textiel. Kunst wordt je er met de paplepel ingegoten. Het is iets wat je gewoon doet, wat je meekrijgt in het leven van alledag. Neem mijn vader, die ons als kinderen leerde om een sinaasappel te schillen zonder dat de schil afbreekt. Schillen, snijden, knippen: dat is praktisch, maar je kunt er ook iets moois van maken.
Ik ontdek van steeds meer kunstenaars dat zij ook een Marron-achtergrond hebben. Veel van hen zijn creatieve ondernemers, acteurs, eigenwijze eigenheimers. Er is momenteel veel werk van kunstenaars met een Marron-achtergrond te zien in de tentoonstelling Wi Sranan in Museum Cobra, waaraan ik ook heb bijgedragen. Aanrader.’
‘Ik weet al heel lang dat ik ADHD heb. Mensen met ADHD, of autisme, hebben vaak veel last van schaamte, omdat je zo veel negatieve feedback krijgt uit je omgeving. Ik heb daar ook echt last van gehad.’
‘De groeiende aandacht voor ADHD en autisme op sociale media heeft mij echt geholpen. Vooral de manier waarop gen Z daarover praat vind ik prettig: zo open, dat helpt om voorbij de schaamte te komen. Ik heb er ook allerlei tools geleerd om beter om te gaan met mijn ADHD. Plannen, mijn energie reguleren, acceptatie vinden. Als je denkt dat je neurodivergent bent: zoek deze gemeenschap op. Je hoeft echt niet alle tips ter harte te nemen, het gaat erom dat je weet wat voor je werkt. Daarmee kun je heel ver komen.’
‘In Antwerpen vond ik mezelf. Ik heb er zes jaar gewoond, de tijd dat ik aan de academie studeerde. De stad is dichtbij en toch zo anders dan steden in Nederland, het heeft iets surreëels. Er is in Antwerpen enorm veel aandacht voor, en toewijding aan, schoonheid en lekker eten. Dat kan ik echt waarderen.
Antwerpen heeft overeenkomsten met Rotterdam. Het is ook een havenstad, natuurlijk, en de mensen zijn er net als in Rotterdam vrij no-nonsense. En je hebt er, net als in Rotterdam, heel sterke ontwerpers met een internationaal profiel zonder dat er een hele nadrukkelijke scene is of heel veel ego-gedoe. Mensen zitten er gewoon hun dingetje te doen.’
‘Ik ben geïnteresseerd in architectuur en ruimte. Dat komt ook door mijn jeugd in Rotterdam, waar ik als kind al omringd was door de naoorlogse nieuwbouwprojecten. De ouders van klasgenootjes waren architecten en stedenbouwers. Er was geen ontkomen aan – en nu is het deel van mijn DNA.
In mijn eigen werk heb ik veel mee gespeeld met schaalniveaus: hoe je van een jurk naar een gebouw kunt gaan en terug, bijvoorbeeld. Gordijnen zitten daar een beetje tussenin. Ze zijn een geweldige en snelle manier om een ruimte totaal te veranderen of te definiëren, gewoon met een lap stof. Ook dat leerde ik als kind. Van mijn moeder kreeg ik oude gordijnen. Ik knipte er panelen uit en hing die voor mijn stapelbed. Dan had ik een soort gebouw gemaakt. Zo simpel kan het zijn.’
‘Ryan Cooglers film Sinners (2025) heb ik meerdere keren in de bioscoop gezien. De film speelt zich af in het Amerika van de jaren dertig en gaat over twee zwarte tweelingbroers die een jazzbar opzetten. Hun neefje, een uitzonderlijk muziektalent, komt er de eerste avond spelen. Maar die dolle openingsavond trekt een Ierse vampier aan, die leeft op bloed en creatief talent. En dan gaat het natuurlijk he-le-maal mis.
De film laat mooi het soort onderlinge begrip zien tussen zwarte mensen en Ieren, vanwege de onderdrukking die ze beiden hebben doorgemaakt. De Ierse vampier zit alleen vast in zijn eigen witte suprematie. Dat is een complex verhaal, dat zelden wordt verteld.
De film gaat ook over de moeite die we als zwarte mensen moeten doen om te overleven. Er is altijd wel iemand die ons te grazen wil nemen, maar het lukt ons desondanks om te bestaan en te floreren.’
‘Ik houd heel erg van bergen, mede door mijn partner, die al voordat we elkaar leerden kennen veel bergwandelingen maakte: echt tot aan de gletsjers, dat werk. Vroeger deed niemand dat in mijn omgeving, naar de bergen gaan. Dat was echt iets voor witte mensen, net als diepzeeduiken, afdalen in grotten, of kamperen – van die dingen waarvan je denkt: waarom zou je dat vrijwillig doen? Maar ja, ze zijn toch aanstekelijk.
Mijn partner en ik zijn samen veel wandelingen gaan maken door de Alpen. Om zes uur beginnen met wandelen, en dan twaalf uur lopen. Dat verandert je, het landschap is zo subliem. Sinds we kinderen hebben maken we alleen nog kleine tochtjes, in Spanje of op Tenerife. Maar die momenten in de Alpen draag ik voor altijd bij me, en in de toekomst wil ik weer eens terug.’
‘Ik hou van hyperpop. Caroline Polachek, Charli XCX, Addison Rae, Zara Larsson... Die muziek houdt mijn aandacht vast, en dat is nogal wat, want ik verveel me snel. Pop heeft het trekken van aandacht echt tot kunst verheven. Het appelleert aan bijna iedereen. Hyperpop is alleen nog wat artistieker dan reguliere popmuziek. Als er nieuwe releases zijn ga ik er echt voor zitten.
Charli XCX is een favoriet. Ik was al voor brat summer fan van haar. Haar muziek was goed, maar ze brak steeds net niet door. Op een gegeven moment zag ik: hee, ze heeft dansles genomen, haar video’s worden beter, haar marketing wordt beter. Ik geloof niet dat mensen zomaar ontdekt worden, je moet strategisch zijn. Charli XCX begrijpt dat.’
‘The Nap Ministry is het platform van dichter en activist Tricia Hersey. Ik ken het vooral van Instagram. Hersey stelt rust voor als een vorm van radicale actie tegen witte suprematie en kapitalisme. Dat idee spreekt me aan. Ja, er is aandacht voor diversiteit en inclusie. Als mensen van kleur mogen we steeds vaker meedoen, aan tafel zitten. Maar wie zijn wij, en wat vinden we prettig? Willen we wel meedoen aan de kapitalistische maatschappij? Wat hebben wij eigenlijk nodig? Misschien wel kwetsbaarheid, rust, aandacht voor onszelf – even niet de harde werker zijn. Dat perspectief vind ik prachtig, en belangrijk.
Ik pas het zelf ook toe in mijn leven. Ik doe heel vaak op zaterdag letterlijk niks. Ja, de kinderen moeten eten. Maar ik doe verder niks productiefs, ik lig de hele dag op de bank. Ik laat me niet opjagen. Dat heb ik me wel moeten aanleren. Echt ontspannen, grenzen stellen, emotioneel reguleren. Helemaal als neurodivers persoon; soms kan mijn zenuwstelsel een situatie gewoon niet meer aan. Dan kan ik beter loslaten en naar huis gaan.’
‘Er is steeds meer aandacht voor black hair, maar er bestaan nog altijd dogma’s over wat je ermee moet doen en met welke dure producten. Dan heb ik het vooral over haartype 4c, dat het meest krult en ook het kwetsbaarst is. Het ziet er sterk uit, maar het breekt heel snel, zeker als je het niet goed verzorgt. Het heeft me echt wel tijd gekost voordat ik mijn haar ontdekte en begreep, en al helemaal voordat ik het kon accepteren – het gevoel had dat het er gewoon mocht zijn.
Als ik in een ruimte beweeg, komen daar op den duur krullende haren op de grond te liggen. Vroeger was mijn reactie: bah, opvegen, weggooien. Tegenwoordig zie ik het bijna als een vorm van technologie. Als bijzonder materiaal, maar ook als een dataset, iets dat iets zegt over mij, dat mensen met elkaar samenbrengt. Ik heb er vorig jaar een kunstwerk over gemaakt: The 4c Body. Dat is een trap opgebouwd uit zwarte krullen, waarop vrouwfiguren zitten die elkaars haar vlechten. Niets heroïsch, maar wel iets belangrijks, dat mensen bindt.’
24 juni 1970 Geboren in Rotterdam.
1999-2005 Studeert mode aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten (KASK) in Antwerpen.
2005 Studeert als eerste Nederlandse ontwerper af aan de KASK; wint i-D Styling Award met afstudeercollectie.
2006 Begint eigen label in Rotterdam, presenteert eerste collectie Debut.
2006 Verwerft meerjarig stipendium Groninger Museum.
2008 Toont Debut in Parijs.
2013 Presenteert collectie Body Archive op Amsterdam Fashion Week; de collectie wordt genomineerd voor de Rotterdam Designprijs.
2013 Wint hoofdprijs International Apparel Foundation in Shanghai.
2014 Solotentoonstelling Marga Weimans. Fashion House in Groninger Museum.
2015 Documentaire Fashion House, Marga Weimans.
2016 Presenteert performance Carnival Carnivalesque (Trade) in museum Palais de Tokyo in Parijs.
2021-2025 (heden) Geeft les aan Design Academy Eindhoven.
Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant