Home

Schoof blikt terug op uitzonderlijk jaar: 'In deze coalitie zat vanaf dag één geen liefde'

Demissionair premier Dick Schoof kan terugkijken op een onstuimig jaar. Twee keer stapte een partij uit zijn kabinet. NU.nl ging vlak voor de jaarwisseling met hem mee op troepenbezoek in Roemenië en sprak hem uitgebreid. "In deze coalitie zat vanaf dag één geen liefde."

Schoof heeft vanuit Nederland oliebollen meegenomen naar Câmpia Turzii, een basis vlak bij de Roemeense stad Cluj-Napoca. Daar zijn enkele tientallen Nederlandse militairen gestationeerd.

Hij heeft een vol programma. Tussendoor komt daar nog een ingelaste call met de regeringsleiders van de 'coalitie van bereidwilligen' voor Oekraïne bij. Een vredesplan is in de maak.

De premier belt ook nog even apart met zijn Britse ambtgenoot Keir Starmer, die niet bij de digitale bijeenkomst aanwezig was. In een kleine, witte zeecontainer praat Schoof hem bij.

Schoof voelt zich prettig in die internationale rol. De Haagse sores zijn hier ver weg. Want een partijloze premier bleek toch niet te werken, concludeert hij nu. En de leiders van PVV, VVD, NSC en BBB dreven hem soms tot het uiterste.

"Ik ben een keer ontzettend boos geworden."

Wat was het voor een jaar?

"Ja, jeetje. Een jaar van uitersten, denk ik. Met de val van het kabinet. Twee keer. In eerste instantie natuurlijk door Geert Wilders. Terwijl we bezig waren met de asielwetten, kwam hij met een tienpuntenplan. In mijn beleving niet gericht op een oplossing, maar op een strategische breuk in het kabinet."

"Er zat vanaf dag één geen liefde in deze coalitie."

Was die spanning de hele tijd voelbaar?

"Er was niet echt spanning. Het gebrek aan elkaar iets gunnen was er altijd. Dat lag echt aan de partijleiders van de oude coalitie."

In het boek dat NRC-journalisten Petra de Koning en Lamyae Aharouay over u hebben geschreven, komt het beeld naar voren dat u helemaal geen grip had op die vier partijleiders. Ziet u dat ook zo?

"Grip krijgen op partijleiders is sowieso ingewikkeld. Kijk, ik was geen partijleider en normaal gesproken is de premier dat wel. Dat geeft je een bepaalde positie. Ook ten opzichte van de partijleiders in het parlement."

"Die positie had ik niet. Ik had alleen mezelf."

Toen formateur Richard van Zwol u aankondigde als kandidaat-premier, sprak hij zijn waardering voor u uit omdat u aan zo'n zware klus begon. Heeft u die waardering in het algemeen gevoeld het afgelopen jaar?

"Dat is een interessante vraag. Er werd aan de ene kant op sociale media heel negatief geschreven over dit kabinet. En soms ook over mij persoonlijk. Daar heb ik me misschien wel op verkeken."

"Tijdens het eerste debat over de regeringsverklaring werd al gesproken over 'een historische fout' (door DENK-leider Stephan van Baarle, red.) door met de PVV te regeren. We werden weggezet als een PVV-kabinet."

"Ik zag dat echt anders. We hadden een prima hoofdlijnenakkoord van alle vier de coalitiepartijen."

Waarom hebt u geen aanpassingen meer gemaakt in het hoofdlijnenakkoord?

"Ik heb de belangrijkste aanpassing achteraf gedaan bij de asielnoodwet. Het kroonjuweel van Wilders. Dat hebben we uiteindelijk weten om te vormen naar de twee asielwetten."

Daar werd u toch toe gedwongen omdat er geen 'dragende motivering' was om het noodrecht te gebruiken?

"Ik heb daar heel erg veel in geïnvesteerd. In overleg met zowel Wilders als met Nicolien van Vroonhoven (fractieleider van NSC, red.). Kan ik die twee bij elkaar brengen?"

"Vervolgens heb ik ook met Dilan Yesilgöz (VVD) en Caroline van der Plas (BBB) gesproken. Dus ik heb daar heel veel van mijn eigen kapitaal ingezet, zal ik maar zeggen."

Had u op een gegeven moment zelf het idee dat uw kabinet ging vallen?

"Ik dacht weleens: waar gaat dit heen? Maar uit de gesprekken met de fractievoorzitters had ik steeds het gevoel dat we dit bij elkaar zouden houden."

"We hebben de asielnoodmaatregelen voor elkaar weten te boksen. Dat was een soort lakmoesproef voor dit kabinet. Aan het eind van 2024 hadden we een zware ministerraad over discriminatie en racisme. Ook daar zijn we met elkaar uit gekomen."

Was het eruit komen een doel op zich?

"Dat telde mee, maar ook dat de inhoudelijke punten overeind bleven staan."

Maar het er uitkomen was niet per se op een fraaie manier, toch? Er werden na de rellen met Maccabi-fans in Amsterdam stevige uitspraken gedaan over integratieproblemen. Ook door u. Zonder dat u toen echt wist wat er precies was gebeurd.

"Er met elkaar uit komen is ook belangrijk."

Ten koste van alles?

"Nou, ik denk uiteindelijk niet ten koste van alles. Maar we hadden een regeerprogramma dat we wilden uitvoeren."

Staat u nog steeds achter uw uitspraak dat we een integratieprobleem hebben?

"Alle berichten die we op dat moment kregen, duidden niet op supportersrellen."

Maar met de kennis van nu. We weten inmiddels dat die Maccabi-supporters zich toen hebben misdragen. Zij zijn bij een eventuele volgende voetbalwedstrijd ook niet meer welkom in Amsterdam.

"Ik heb toen gezegd wat ik heb gezegd en ik vond dat ook. Op dat moment was dat mijn gedachte. Er was ook wel iets gebeurd die nacht in Amsterdam."

"Maar ik heb in de maanden erna in meerdere gesprekken met groepen uit de samenleving, ook met moslimjongeren, gezegd dat die uitspraken misschien wat stevig waren. Ik moest ook wel weer de verbinding zoeken."

Bent u anders over politiek gaan denken?

"Ik kende de politiek al vrij goed, vooral achter de schermen. Ik heb nu gezien hoe dat met de partijen in de Kamer gaat, omdat ik daarmee moest wheelen en dealen."

"Dan merk je hoe ontzettend belangrijk partijpolitiek is. Die dynamiek voelt echt volstrekt anders dan wanneer je als ambtenaar adviseert."

Viel dat mee of tegen?

"Dat valt ook wel tegen."

Welk onderdeel precies?

"De hardheid van de onderhandelingen is veel steviger dan ik had gedacht."

U zei vlak voor uw eerste debat dat u juist tevreden was met uw ervaring als onderhandelaar.

"Als ambtenaar voerde ik als werkgever bijvoorbeeld onderhandelingen met de vakbonden over de politie-cao. Dat ging ook hard tegen hard."

"Alleen had ik een eigen, strakke positie. Dan kun je geven en nemen. Dat onderhandelen kon ik überhaupt altijd goed."

"Maar als het gaat om partijpolitiek, om waarden, dan is dat heel anders. Ik moest de ministerraad voorzitten, de fractievoorzitters in de coalitie elke keer weer op één lijn zien te krijgen. Daar ben ik niet slecht in. En toch was het rete-ingewikkeld."

Wat is het grootste verschil tussen een politicus en een ambtenaar?

"De voorgrond en de achtergrond. Als baas van de NCTV en de AIVD heb je een heel specifieke verantwoordelijkheid, maar uiteindelijk zit je altijd onder de paraplu van de politieke verantwoordelijkheid. Die paraplu heb ik nu niet meer omdat ik er zelf sta."

"Ik sta er ook als een partijloze premier. Dat had een kracht moeten zijn, omdat de vier partijleiders elkaar niet lagen. Dus ik dacht: dat is voor mij als ongebonden premier een kans om hen misschien wat dichter bij elkaar te krijgen. Maar dat bleek uiteindelijk juist ingewikkeld."

Uw voordeel werd een nadeel?

"Precies. Ik kon natuurlijk altijd zeggen dat ik ermee ophield. Maar ja, dat kun je maar één keer doen."

Heeft u dat weleens gedaan?

"Nee, want anders had ik hier nu niet meer gezeten. Dat dreigement kun je één keer inzetten. Men wist wel dat die kaart op tafel lag."

Maar u sprak dat nooit heel hard uit?

"Nou, niet in die precieze woorden. Je moet je kaarten nooit uitspelen. Het is ook een beetje pokeren."

Heeft uw premierschap effect gehad op uw zelfvertrouwen?

"Mijn wilskracht is niet aangetast. Tot op de dag van vandaag staan we als kabinet op een paar belangrijke onderwerpen nog steeds stevig. Met name op internationale veiligheid."

U oogt meer ontspannen sinds de PVV uit het kabinet is gestapt. Bent u dat ook?

"Dat is ervaring. Ik heb met alle vier de fractievoorzitters van de coalitiepartijen op persoonlijk vlak altijd gewoon goed contact gehouden."

"Kijk, ze waren af en toe genadeloos in debatten. Vooral Wilders. Dat was de eerste dag al meteen raak."

Hij noemde u 'slappe hap'.

"Iedereen kiest zijn eigen woorden. Dat doe ik ook. Mensen waardeerden dat ik gewoon rustig en respectvol bleef."

"Ik ben een keer ontzettend boos geworden. Na het vertrek van de PVV moesten de drie overgebleven partijen de asielportefeuille verdelen. Dat werd ruzie."

Op een gegeven moment heb ik gezegd: 'Jongens, zoek het uit!' Toen ben ik echt ontzettend boos weggelopen. Ik was er zo klaar mee."

Zou u het opnieuw doen?

"Ja. Ik was akkoord met het hoofdlijnenakkoord. Ik vroeg me wel af of ik het fysiek en mentaal aankon. Ik ben ook niet meer de jongste."

"Red ik het met mijn vriendin en mijn twee dochters? Houd ik mijn sociale leven nog een klein beetje overeind? Dat is best ingewikkeld."

Op Prinsjesdag zei u dat u niet cold turkey wilt stoppen met werken. Wat zou u hierna nog graag willen doen?

"Ik denk dat ik 69 ben als deze baan stopt, want ik ben op 8 maart jarig. Ik zou dan nog wel een baan achter de schermen willen doen. In de internationale veiligheid, bijvoorbeeld."

"Maar ik ben natuurlijk nu nog steeds premier. Weliswaar dubbeldemissionair. Maar dat is mijn eerste opdracht."

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next