Home

Pas nu bedenkt Rinus Gerritsen hoe fantastisch de Earring was. ‘Dat mag weleens gezegd worden, beter laat dan nooit’

Ze groeiden op in hetzelfde Haagse buurtje en maakten sinds de jaren zestig samen muziek. Rinus en George. Ze kenden elkaar van haver tot gort. Eh..., nee, toch niet. Pas nu George Kooymans dood is beseft Rinus Gerritsen in wat voor fantastisch bandje ze hebben gespeeld.

is verslaggever van Volkskrant Magazine.

Gebogen zit Rinus Gerritsen op een stoel in zijn thuisstudio, starend naar de punt van zijn sportschoenen. Uit de boxen druppelt het nummer dat hij voor de vorig jaar overleden George Kooymans heeft geschreven, Flying.

Piano... gedempte trombone..., en dan de stem van Rinus – met de brommende intonatie van Lou Reed zaliger – over Sjors, zoals hij George noemt.

You and me... it will never end but it did... this song will forever be here.

Hij richt zich op, als de laatste noot aanstaande is, en kijkt me vragend aan: mooi toch? Hij is geen zanger, dat weet hij ook wel, maar sommige nummers kan een ander echt niet zingen. Dit is gewoon van hem, voor George, weet je wel.

Het gaat dus over de vlucht die ze al die jaren hebben gemaakt. Die reis die ze met zijn tweeën in hun buurtje in Den Haag zijn begonnen, begin jaren zestig. Rinus Gerritsen, de bassist, terughoudend, op de achtergrond, en George meer up front, op gitaar, zang en componerend. Dat bandje dat de Golden Earring werd, en waar tien jaar later Barry Hay en Cesar Zuiderwijk bij kwamen.

Bam, zij samen, forever.

Reis maar even mee naar de meest Earring-achtige momenten: twee keer Madison Square Garden in New York. Wat een plek. In 1974 met The Who en vier jaar later met Aerosmith. Daar stonden ze toch mooi als Hollandse jongens die serieus werden genomen. ‘We’ve got a thing that’s called radar love.’

In de tekst van Flying zijn Earring-songtitels verwerkt, om op elke fase van de reis te plakken. Sometimes it feels like flying on a bird with strange wings. Ja, dat klinkt een beetje psychedelisch, maar zo was het wel. Achteraf was het alsof ze met zijn allen door de lucht hebben gezweefd.

Een echt liedje wil hij Flying – dat deel uitmaakt van Rinus’ Garage, en eerdaags wordt uitgebrachtniet noemen, meer een piece, een muziekstuk, vol tempowisselingen, jammend. De muziek had-ie al een tijd liggen.

Je moet weten dat hij meer een muzikant is dan een songwriter, zoals George dus was. Die speelde en schreef tegelijk. Eerlijk, hij is geen man van lyrics. De meeste teksten van de Golden Earring kent hij niet eens. Het ging doorgaans zo in de studio: eerst de muziek, en als de vocals werden opgenomen, ging hij iets anders doen. Bij optredens had Rinus het veel te druk met zichzelf om op de zang te letten.

Weet je dat hij nu pas in de gaten heeft hoe goed sommige teksten van Barry waren? Jaaaa... man... echt te gek.

Nou ja. dus toen de Earring definitief ermee kapte in 2021, na de dramatische boodschap van Kooymans, toverde hij dat oude muziekje tevoorschijn. Die muziek had die sfeer die hij zocht. Nu de tekst. Hij moest er wat over zeggen, over George en zijn ziekte. Over die lange story die zij hadden meegemaakt, al vanaf hun pubertijd. En dat gebeurde dus.

George heeft Flying nog gehoord, thuis in Rijkevorsel.

Nwah, zei George, nwah.

Dat betekent... iets van ... uhh.. tis niet compleet kut. En dat is al heel wat. Want ze waren nooit zo van... joh, wat goed... en zo. Complimenten, weet je wel. Dat hoorde er niet bij. Er was geen adoratie over en weer. Je zei pas wat in de Earring als je ergens iets op aan te merken had.

Zo gek is dat toch niet, dat heb je in heel veel bands. In heel veel huwelijken.

Wat goed is, is normaal.

Nu speelt-ie weleens met anderen mee, van die rockdingetjes, weet je wel. Joh, als-ie dan klaar is, is het een grote vrijpartij. Iedereen is helemaal blij met mekaar. Ohhh, wat te gek.

Dat is wel effe wennen voor Rinus.

Niet dat ze in de Earring nooit aardig waren voor elkaar, hoor. Natuurlijk wel, want anders hou je het niet zo lang vol. Maar het is wel zo, zegt Rinus, dat hij eigenlijk nu pas beseft hoe fantastisch de Earring was. Dat mag weleens gezegd worden, hahaha, beter laat dan nooit.

Rinus Gerritsen (79) staat in de keuken van zijn huis in Voorburg, waar hij al vijftig jaar woont, inmiddels alleen. Zijn twee dochters zijn hier opgegroeid, en zijn ex-vrouw is vijf jaar geleden overleden. Zijn vriendin woont in Rotterdam.

Als hij praat, dansen de zinnen op z’n Haags door de kamer, bijgelicht door zijn pretoogjes.

De jukebox in de keuken staat er al dertig jaar, leeg, zonder singles. Na de reparatie kwam het er niet van om ’m te vullen. Neeee, dat worden ze-ker geen Earring-plaatjes. Zo zit hij niet in elkaar, hij luistert nooit naar zijn eigen muziek. Nou ja, de laatste tijd eigenlijk wel, want hij waagt zich aan een theatertour, Iconic Albums, waarin hij oud werk bespreekt.

Die George hé, zegt Rinus, als hij de koffiekoppen op tafel zet. Die George speelde al sinds zijn 9de. Denk daar ’ns over na. Wat een waanzinnig talent, die mentaliteit van er vol ingaan. Altijd beter willen worden. Zelfs een voetbalwedstrijd bekeek hij met een gitaar op zijn schoot. Ja, dan word je vanzelf virtuoos.

Andere gitaristen hoorde je vaak zeggen: wat doet-ie eigenlijk? Wat speelt-ie raar. Hij zet zijn duim anders. De akkoorden breidt-ie op zijn eigen manier aan elkaar.

Pfff, Rinus kon het wel dromen, het spel van George. Dat krijg je als je met elkaar bent opgegroeid. Broekies waren ze toen hun eerste single uitkwam, Please Go. En ze gingen met sprongen vooruit, gewoon een stel lulletjes uit Den Haag. Twee jaar later schreef George al A Little Peace of My Heart. Raar he, toen stonden ze er nooit echt bij stil. Het ging gewoon zo. Die tekst... Die melodie... Hoe kon zo’n Haagse ventje zoiets maken? Waar haalde-ie het vandaan?

Weet je, nu George er niet meer is, denkt Rinus heel vaak: man man, het was echt heel speciaal.

Wat er al die tijd speelde met George had Rinus niet in de gaten – maar George zelf ook niet. Ze hadden met de Earring dat optreden in Ahoy gedaan, in november 2019. George zou op pad gaan met Boudewijn de Groot en Henny Vrienten als Vreemde Kostgangers. De Earring had een vol programma met festivals in de zomer en optredens in clubs en sporthallen.

En toen kwam corona en lag alles plat. Rinus en George hadden amper contact, maar in het najaar van 2020 was er een belletje. Er was wat mis, zei George, zijn plectrum viel zomaar uit zijn handen. Waarschijnlijk was het een spierziekte, althans, daar leek het op.

Begin 2021 was het duidelijk, de diagnose: Amyotrofische Laterale Sclerose (ALS). George Kooymans kon amper spelen. Als dat zo is, zeiden de anderen, dan zetten we er gelijk een punt achter. Helemaal klaar, weet je wel. Zonder George is het onzin. Dat zo’n Queen gaat optreden zonder Freddie Mercury, met een andere zanger, dat snap je al niet, en die was dood. George leeft nog; je gaat niet spelen als hij ligt te creperen.

Ja, en toen... nou George was niet iemand die zei van: o,o,o. Beetje zitten sikkepitten. Nee joh, hij was ’n nuchtere gozer. Toen het eenmaal bekend werd, stond de wereld op zijn kop. Ging het retehard. Kreeg je die kerktorens die allemaal Radar Love gingen spelen, dat soort gedoe, hoewel een mooi gebaar, hoefde dat voor de Earring niet zo nodig.

Anders gezegd: ze waren maar gewone jongetjes die deden wat ze leuk vonden – en de mensen vonden het leuk. Professionele amateurs, ja toch, die alles zelf hebben uitgevonden. Speelden ze met Led Zeppelin in Detroit, waren er van die goeie speakers. Knoeperdhard! Ging hij met een schroevendraaier die dingen open maken. Heeft-ie ze thuis nagemaakt.

Zo! Heb je effe? Je moet eens weten wat ze allemaal zelf hebben bedacht, aan geluid, shows, licht enzovoortsss.

Trouwens, kijk maar eens om je heen, hier in zijn huis in Voorburg. Alles heeft Rinus zelf gebouwd en bij elkaar geklust, afgezien van een een stukadoortje hier en daar. Die handigheid heeft-ie van zijn vader. Samen maakten ze ooit zijn eerste basgitaar. Die pa van hem wist niet hoe geniaal-ie was. Hij was zo iemand die, als-ie een mooie lamp bij de Bijenkorf had gezien, ’m meteen namaakte.

Hij lijkt wel een beetje op zijn pa, bij vlagen dan. Zijn vader dronk een jonge jenevertje op zijn tijd, sigaartje erbij, maar Rinus heeft nooit iets moeten weten van drank. En drugs. En vlees. En nicotine. En dat in een wereld waar drank en drugs, meestal in combinatie met seks, toch het ritme van de rock-’n-roll bepaalden.

Het was heel simpel, zegt Rinus. Als jochie wilde hij profvoetballer worden. Dus roken, dat deed je niet. Je eerste sigaret roken in een portiek, stiekem, met vijf anderen, op school, dat vond-ie zo’n zielige zooi. Drinken vond-ie sowieso vies, en al helemaal niet stoer.

In de Earring-tijd: hij zat bij wijze van spreken kruiswoordpuzzeltjes te maken als die gasten losgingen. Waarom moest hij dat doen? Hij dacht vaak genoeg: jullie zijn allemaal gek, jullie gaan naar de klote, maar ik niet.

Hij weet echt wel waar het vandaan kwam: die jongens hadden toch een zekere mate van onzekerheid. Ze wisten wel hoe het moest, maar ze hadden het idee: het is misschien niet goed genoeg. Als je gaat snuiven of drinken, ga je dat maskeren voor jezelf. Door een flinke snuif coke kun je blijven drinken. Je wordt euforisch. Je krijgt last van zelfoverschatting.

George was zo verdomd nerveus voor een optreden, bang dat het fout zou gaan, van godverdegodver. Altijd moest hij effe inspelen, met zijn gitaar de kleedkamer in, versterkertje erbij. Minuutje voor een optreden, zat hij in te spelen, als enige. Zo was hij nou eenmaal.

Gek, toen George bij de Vreemde Kostgangers zat, werd hij weer de oude jonge George. Rinus zag het op een documentaire gebeuren, die mannen bij elkaar. Makkelijk. Relaxed. Heerlijk. Wijntje erbij. Je zag aan hem dat hij niet per se het voortouw hoefde te nemen, met gasten als Henny Vrienten en Boudewijn de Groot om zich heen. Gewoon lachen, niks te bewijzen of te scoren.

George voelde bij de Earring dat iedereen naar hém zat te kijken. Zo van: kom eens met een song. Het meeste kwam toch bij hem vandaan. Als een ander wat maakte, had hij er moeite mee om dat te interpreteren en mee aan de slag te gaan. George kon alleen maar van zichzelf uitgaan. Hij kon ook geen covers spelen.

George kon alleen maar George zijn.

Ze hebben het er nooit over gehad, George en hij, over die stress, en het verschil tussen spelen met de Earring en als Vreemde Kostgangers. Wel merkte Rinus dat George steeds softer werd toen ’ie ziek was. De spanning was weg. Tegen een gezamenlijke vriend had hij gezegd: ‘Ik heb een hartstikke mooi leven gehad.’ Dat was toch ontroerend om dat zo te horen.

Zulk soort gesprekken had hij niet met George. Nee... joh... Ze waren meer familieleden dan vrienden. Iedereen in de band had zijn eigen sociale circuit. Ze woonden niet meer, zoals vroeger, bij elkaar om de hoek. Maar qua denklevel zaten ze bij de Earring honderd procent op één lijn, qua communicatie en vooral: qua humor! Ze konden alleen maar de Golden Earring zijn. Door dat talent waren ze tot elkaar veroordeeld.

Het is een overlevingsgebeuren, zo’n band. Alles wat voorbij kwam: rages, nieuwe muziek, tegenslagen, gezeik. Luister maar, zegt Rinus. In de jaren tachtig wilden ze er eigenlijk mee kappen, maar toen kregen ze succes met Twilight Zone en When the lady smiles. Weer naar Amerika, leuke dingen. Daarna toch weer de studio in. En toen stortte het zakelijk in elkaar, eind jaren tachtig. Er waren grote schulden bij Willem van Kooten, met wie ze jaren hadden samengewerkt.

Belastingaanslagen, invallen van de fiscus. Een of andere slimmerd had een belastingconstructie verzonnen via Liechtenstein. Ze moeten om die reden allemaal naar België verhuizen, dat zou gunstiger zijn. Ja daaaag! Rinus bleef lekker in Voorburg, maar huurde voor de show een studentenkamertje in Antwerpen waar hij nooit kwam. Cesar zat op naam bij een uitgever in Brussel. George ging echt in België wonen, en Barry trok hoegenaamd bij hem in.

Maar bam! De boel ontplofte. De fiscus wilde weten hoe het zat. George had het zo gezegd, je moet echt in België gaan wonen. Nou lekker dan. Dus Rinus zei: jongens, we moeten wat verzinnen. Anders gaan we naar de klote. We moeten de financiële zooi opruimen. Akoestisch is nu hip en hot, kijk maar naar MTV Unplugged. Eric Clapton deed het. Paul McCartney, Bob Dylan. Allemaal mensen met een repertoire. We kunnen wel een nieuwe plaat opnemen, maar dat kost bakken met geld, en dan weet je niet wat het oplevert. Laten we akoestisch proberen, we hebben nummers zat.

Nou, zegt Rinus, en wat er toen gebeurde. Eerst wilde niemand, want sodemieter op, je gaat toch niet je ouwe shit akoestisch uitrollen. We doen geen sell out!, riepen George en Barry. Maar toen Rinus zei, ik heb godverdomme heel veel schulden, net als Cesar, kwam iedereen in actie. We doen het voor jullie.

The Naked Truth werd opgenomen, een akoestisch album, naderhand gespeeld in theaters. Opeens was er iets nieuws geboren, en ze konden er hun muzikale ei in kwijt. De subtiliteit beviel de Earring wel. Stampvolle zalen, The Naked Truth en het vervolg werd een ongekende bestseller. What the fuck!

Kijk, dat was nou helemaal des Earrings, zegt Rinus. Bij toeval ontstaat er iets, en dan ga je ervoor, met elkaar. George wilde nooit op maandag spelen, en opeens kon alles. Maar toen was het niet zoiets van: nou Rinus, dat heb je toch goed gezien. Prima. Ieder had zo zijn rol, en dat was de zijne.

Twee weken voor zijn dood zag Rinus George voor het laatst. Er was wel contact, via de kinderen, de vrouwen en vriendinnen, zo’n familie-app en zo. De laatste keer hebben ze in Rijkevorsel met elkaar gegeten, aanhang erbij. Rinus haalde meestal eten bij Bogor, een Indisch restaurant in Den Haag. Lekkere blauwe hap, en nam dat mee naar België. Daar was George dol op. Maar op een gegeven moment at hij niet meer. Dan ging het toch vooral om de sfeer.

Er was zoveel respect voor die gozer, hoe George alles heeft ondergaan. Zo lang mogelijk wilde hij het volhouden, al kon-ie op het laatst niks meer. Hij spiegelde zich aan Stephen Hawking, de Britse wetenschapper die maar niet van ophouden wist, ondanks de ALS.

Uiteindelijk kwam het toch onverwachts. Ineens, boem, zonder afscheid te kunnen nemen. Ze zaten sowieso in een flow van vijf jaar, waarin je zat af te tellen met zijn allen, nou ja, niet zo heel bewust, De dochter van George belde hem op om tien uur ’s morgens, op 23 juli. Een uur eerder was hij overleden. Nee, hij is er niet meer heen gereden. Rinus wilde George herinneren zoals hij bij leven was.

Ja, en dan moet je verder zonder George, zegt Rinus. Dan sta je stil bij wat je allemaal aan die gozer te danken hebt, aan die fantastische reis. Meer dan zestig jaar. Je kende elkaar van haver tot gort. Of... nou ja... ook weer niet. Je weet veel niet, om het zo maar te zeggen.

Want toen George gestorven was, zag Rinus dat er een andere George was, met zijn eigen wereld. Die in België zijn eigen leven heeft gehad, waar zijn kinderen zijn opgegroeid, en naar school gegaan. Met veel vrienden in de buurt, die hij niet kende. George tenniste met de gymleraar van de school van zijn kinderen.

Ja, dat zie je dan, na zijn overlijden, bij zo’n afscheidsceremonie. Maar dat is logisch, want George kende niet alle vrienden van Rinus. Dat ze zwagers waren – George was getrouwd met de zus van Rinus – dat maakte niet uit. Daarbij is er zoiets als de Gerritsen-kwaal; je bent familie van elkaar, maar je loopt niet de deur bij elkaar plat. Zijn broer Robbie was jarenlang de chauffeur, boeker en administrateur van de Earring, en die woont hij Rinus om de hoek. Toch spreekt-ie hem amper. Ze houden allemaal van elkaar, maar hebben hun eigen leven. En Rinus is sowieso een loner.

Onderweg naar de afscheidsceremonie in Rijkevorsel bedacht Rinus wat hij ging zeggen. Ze hebben trouwens allemaal een woordje gedaan, Barry en Cesar ook. Allemaal op zijn Earrings, niks voorbereid, zomaar wat gezegd, uit de losse pols. Met humor, en zelfspot.

Rinus wilde niet iets van een papiertje voorlezen, aan een stuk doorlullen voor de vuist weg lukt ’m een stuk beter. Uiteindelijk vertelde hij een verhaal over de trap in zijn huis in Voorburg die zeventien treden heeft. Dat weet hij precies, omdat hij ze telt, een rare tik.

De laatste jaren dacht hij elke keer aan George als hij die trap opliep, en de treden telde. Dat hij de trap moeiteloos nam, en dat George dat niet meer kon. En dat heeft hij nog steeds, zeventien treden lang, elke stap is er eentje voor George.

En natuurlijk ging hij spelen. George had dat gedaan bij de uitvaart van zijn eigen moeder en vader, zoiets moet je doen. Maar ja, Rinus is geen zanger of performer. Daarom bedacht hij een alternatief, iets dat hij al in het theater had gedaan. Gewoon meespelen met een Earring-nummer, waarin George glorieerde, samen met saxofonist Bertus Borgers. Laptoppie mee, bas inpluggen en klaar.

Het werd Are you Receiving Me, het langste, bijna 10 minuten durend nummer van het album Moontan (1973). Het mooiste moment is een filmische, energieke gitaarsolo van George, halverwege, waarin hij uiteindelijk helemaal los gaat. Dus werd in de originele track de bas weggedraaid, en speelde Rinus als vanouds met George mee. Eerst hoorde je bom-bom-bom, de bas van Rinus, en dan George, de hele dekselse George op gitaar, niet te stoppen.

Een treffender tribute aan George kon Rinus niet bedenken.

Rinus staat op, hij moet naar Spijkenisse, met zijn dochter een bank ophalen. Dat moet ook gebeuren. Kijk, daar heb je George, zegt hij, daar bij die stapel papier in de hoek. Op de cover van De Gitarist prijkt George die helemaal opgaat in zijn gitaar. Een speciaal filter geeft het beeld iets iconisch, als een soort rock-’n-rollbidprentje. Die blijft daar liggen, zegt Rinus, open en bloot. Dat snap je zelf ook wel.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next