De laatste bladzijde Fred Jacobs speelde een grote rol in de herrijzenis van de ‘vergeten’ snaarinstrumenten luit en theorbe. Hij kon niet zonder musiceren, bleek toen hij lichamelijke klachten kreeg.
Fred Jacobs in 2020
Wie luitist Fred Jacobs interviewde over bijvoorbeeld de vergeten 17de-eeuwse Italiaanse componist Johannes Hieronymus Kapsperger ging daarna huiswaarts – enigszins duizelend – met een schatkist vol kennis. Want muziek weerspiegelt de wereld waarin zij ontstaat, vond Jacobs. En de componist Kapsperger verkeerde met beroemde tijdgenoten als astronoom Galileo Galilei, paus Urbanus VIII en beeldhouwer Gian Lorenzo Bernini. Dus een verhandeling over politiek, godsdienst, wetenschap, architectuur, kunst en filosofie uit die eerste helft van de 17de eeuw kreeg je er van Jacobs gratis bij.
„Mocht de homo universalis nog bestaan dan was hij er beslist één”, zegt sopraan Emma Kirkby. „Fred wist meer van mijn Engelse erfgoed dan ik.” Kirkby en Jacobs deden tournees met 17de-eeuwse Britse songs. „Een geliefd lied van hem was ‘Grant Me Ye Gods’ van John Blow, dat begint met: ‘Schenk me, o goden, het leven dat ik liefheb.’ En Fred had het lief. Overal waar hij binnenkwam – als musicus of mens – strooide hij met levenslust.”
Jacobs liefde voor de luit begon halverwege zijn tienerjaren. Met zijn jongere broer Rob groeide hij op in het Brabantse Asten. Hun vader werkte op het kantoor van machinefabriek Te Strake. De lokale muziekschool bood een beperkte keuze aan instrumenten, Jacobs begon op viool en gitaar. Op het Peellandcollege in Deurne ontdekte hij als scholier de barokmuziek en zong in het koor 16de-eeuwse stukken. Maar zijn viool kon die magische klankwereld niet voortbrengen.
Midden jaren zeventig kwam plots de openbaring. Hij kreeg het album Julian Bream plays Dowland cadeau en viel als een blok voor het spel van de Britse gitarist. „Twee jaar, elke ochtend bij het opmaken van mijn bed, luisterde ik ernaar. Pas toen het cassettebandje de geest gaf, hield dat op. Geen opname heb ik vaker gehoord in mijn leven”, zei hij in NRC. Sindsdien wilde Jacobs niets anders dan zijn bestaan wijden aan de luit, het instrument waarvoor Dowland (1563-1626) zijn stukken schreef.
Fred Jacobs in 1985.
Het studiepad dat hij koos, vergde financiële offers van het gezin. „We doen het”, besloot zijn vader. „Maar dan moet je wel heel goed worden.” Woorden die Jacobs de rest van zijn leven meedroeg – hij wilde ook niets liever. Hij begon aan het conservatorium van Maastricht om, zodra de kans zich voordeed, te verhuizen naar Amsterdam, waar de Britse musicus Anthony Bailes luit en theorbe onderwees.
Beide snaarinstrumenten werden herontdekt rond de jaren zeventig met de opkomst van de oude-muziekbeweging, nadat ze zo’n anderhalve eeuw uit het zicht verdwenen waren. „Ik ben blij dat ik niet in de 19de eeuw ben geboren”, zei Jacobs altijd. Vanaf de jaren tachtig ontwikkelde hij zich tot een voortrekker in het doen herrijzen van luit en theorbe. Het was de tijd waarin hij innige muzikale banden smeedde met onder anderen dirigent Jos van Veldhoven.
„Fred was Engelser dan de Engelsen, Franser dan de Fransen en Italiaanser dan de Italianen”, zegt Van Veldhoven. „Hij kroop in de haarvaten van hun muziek. Hij was één met zijn instrument. En met zijn onweerstaanbare spel lokte hij mensen binnen in zijn cirkel van klank.”
De twee werkten zo’n drie decennia samen in de Nederlandse Bachvereniging. „Buiten de concertzaal bleef Fred een Brabander, die hield van gezelligheid, drinken en eten, van de laatste roddels en anekdotes. En hij nam geen blad voor de mond. Ik herinner me een concert van de Bachvereniging rond de Vrede van Utrecht, met veel hoge gasten onder wie koningin Beatrix. Het krappe podium hield geen rekening met de twee meter lange theorbes. Fred zat bijna op schoot bij de koningin, waarop hij de legendarische woorden sprak: ‘Majesteit, zou u misschien een stukje willen opschuiven?’ Ze deed het zonder morren.”
Jacobs was een aanjager in verschillende barokensembles. Het langst – veertig jaar – speelde hij in de Britse Gabrieli Consort en Players van Paul McCreesh, die hem „zonder overdrijving” rekent tot de beste luitisten en theorbe-spelers ter wereld. „Behalve dat was Fred gezegend met gevoel voor humor en elegantie. Ik zag hem welgeteld eenmaal in spijkerbroek. En hij bezat een eigenschap die wij Britten waarderen: zelfspot. Ooit deden we ‘The Fairy Queen’ van Henry Purcell in de immense Royal Albert Hall. Ik wilde de slotdans op gitaren spelen. Fred vond het niks. „Jij kunt dat”, zei ik. „Natuurlijk”, grijnsde hij. „Maar je denkt toch niet dat ik met een gitaarkoffer door Londen ga lopen?”
De verfijning waarvan hij hield, vond Jacobs vooral in Franse muziek. „Hij zocht altijd naar het sublieme”, zegt oud-leerling Arjen Verhage. Voor zijn pupillen aan het conservatorium van Amsterdam was dat inspirerend en tegelijkertijd zwaar – hij eiste van hen dezelfde overgave. Toch bleven ze allemaal tot het einde van hun studie bij hem.
„Zijn toonvorming was bijzonder”, zegt Verhage. „Hij streefde naar een vlezige klank: het gebruik van de hele vingertoppen. ‘In de snaren’, noemde hij dat. Vergelijk het met het verschil tussen klavecimbel en piano. Bij klavecimbel laat een haakje – in ons geval een vingernagel – de snaar trillen. Dat geeft een wat nasale toon. Bij de piano slaan hamertjes met vilt op de snaren, wat een ronde, zoete toon oplevert. Dat was de stijl van Fred.”
Zes jaar geleden kreeg Jacobs last van tinnitus en later van artrose in zijn speelhand. „Twee keer eerder had Fred een zware tijd gehad met klachten aan nek en rug”, zegt zijn partner Jan Spee met wie hij ruim dertig jaar samen was. „Daar was hij uitgekomen. Ook nu bleef hij zoeken naar genezing, maar ditmaal vergeefs. Spelen werd onmogelijk. Een ondraaglijke gedachte voor Fred. Musiceren was zijn levensbron, waar alles uit voortkwam.”
Ook sopraan Johannette Zomer, met wie Jacobs veel albums maakte, zag hoe hij „zich door zijn lichaam in een hoek gedrukt voelde. We zeiden: ‘Je weet zoveel, geef die kennis door, schrijf boeken, doe lezingen.’ Maar hij was vergroeid met zijn instrument. Altijd trad Fred naar voren als queen of the party, vol leven, één wolk energie, muzikaal zoekend naar nieuwe horizonten. Hij liet anderen – ook mij – schitteren. En solo vond ik hem nog fenomenaler. Dan bleek hij in zijn element, want hij hoefde eens niet dienstbaar te zijn.”
Spee zag hoe Jacobs zich afzonderde. „Zijn wereld kromp. Begin dit jaar stierf zijn moeder, aan wie Fred veel steun had. Hij wilde niet meer. Ik zag hem lijden. Hij sprak met een arts over euthanasie, maar dat zou een zich jaren voortslepende weg zijn geworden. Ten slotte besloot hij de regie over zijn dood in eigen hand te nemen.”
Fred Jacobs overleed op 29 augustus, op 63-jarige leeftijd.
Praten over zelfdoding kan 24/7 anoniem en gratis via de landelijke hulplijn 113, of via chat op www.113.nl.
In deze rubriek elk weekeinde een portret van iemand die recent is overleden.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC