Home

De snor van nu is een knipoog, een subtiele grap, een politieke uiting

Snorren De moderne snor – smal en tot in de puntjes verzorgd – is met zijn queer roots een teken van rebellie, of de drager dat nu doorheeft of niet, schrijft Kelli van der Waals.

Op een winderige najaarsdag keek een jongen me aan vanaf een reclameposter voor een masteropleiding. Heel precies heb ik hem niet meer voor me, het was niet deze herfst, maar wat ik me herinner: zijn jeugdige twintigerswangen, zijn snorretje en mijn constatering dat de snor zich had gevestigd. De abri-campagne toonde dat de snor, die eerder nog de smaak-aristocratie toebehoorde, via de jonge, trendgevoelige voorhoede en route was gegaan naar de mainstream, en dat we hem officieel konden bijzetten in de canon van moderne gezichtshaardracht.

Het voelde als meer dan een nieuwe variant op wat we al kenden, namelijk de baard. Daar was het geen continuering van, leek me, maar juist een breuk mee. Teken van een nieuw tijdsgewricht.

Het zei me ook dat een nieuwe generatie aan zet was, de jonge snorrendragers van Gen Z, en dat mijn eigen (millennial)generatie ouder en een tikkie overbodiger was geworden, een stapje verder af stond van wat we ‘de cultuur’ plegen te noemen. Wellicht dat hij me ook daarom zo fascineerde – en blijft fascineren, nu hij zich heel wijd heeft verbreid, alsof er tussen die eerste hippe snorharen stuifmeelkorrels zaten die op winderige dagen naar andere bovenlippen zijn geblazen en daar rap ontkiemden.

Hoog opgetrokken sokken

Inmiddels heeft de snor een veelheid aan dragers. Jong en minder jong, androgyn en heteronormatief. Vele acteurs (Timothée Chalamet, Michael B. Jordan, Milo Ventimiglia). Studenten, activisten, fleecedragende mannengroepjes die samenzweerderig op het terras hangen. Jongens op snelle sneakers met een clipboard onder hun arm. Barista’s, vaders met hoog opgetrokken sokken achter kinderwagens, een enkele verdwaalde hippe Duitser in mijn eigen stad. Ik zag er een op een foto van de teleurgestelde achterban van politieke partij NSC na de verkiezingsuitslag. Er werd me er een opgedrongen in een online reclamefilmpje van de Belastingdienst, zijn aanwezigheid even geforceerd jeugdig als de slogan „Laat je niet interneppen”.

Acteur Timothée Chalamet en zanger Abel Tesfaye (The Weeknd).

Ook bij veel nog-baarddragers komt hij voorzichtig tevoorschijn, als een te onderscheiden deel van die baard. Dan is het haar boven de lip wat meer uitgesproken, langer en voller dan de overige begroeiing, waardoor er naast de baard ook (of misschien in eerste plaats) een snor zit. Zo zag ik hem bijvoorbeeld op het gezicht van Zohran Mamdani, de nieuw verkozen socialistische burgemeester van New York. De snor is tegelijk specifiek en veralgemeniseerd, uitgesproken en toch al wat doorsnee.

De nieuwe burgemeester van New York Zohran Mamdani.

En de betekenis ervan begin ik toch te zoeken bij de baard, want die begrijp ik, als cultureel artefact. Die behoort mijn generatie toe, domineerde de jonge gezichten van de jaren tweeduizendtien. Eerst die van wat we hipsters noemden, met hun intellectualistische voorkomen: baarden, dikke brilmonturen, skinny broeken en On the Road van Jack Kerouac in de linnen tas.

Later overheerste het ‘lumberseksuele’ subgenre: houthakker-achtige mannen die samen met die baard een geruit overhemd droegen en misschien een paar leren boots, en daarmee een theoretisch verlangen naar de wilde natuur uitdrukten. Theoretisch, want met de echte kille viezigheid van het buitenleven had deze stedelijke witte middenklasse man weinig te maken. Hij was juist heel verzorgd, lag in het verlengde van wat we rond de eeuwwisseling metroseksueel noemden.

Dat was ook precies waar de Amerikaanse journalist Tim Teeman over viel in een vinnig essay uit 2014: dit was gestolen van de gays! „Eerst kwamen de hetero’s voor de gladde, mooie gay look, en nu komen jullie voor onze harige broeders”, schreef Teeman (en vergat daarbij even dat zijn subcultuur die hypermannelijke look zelf ook geleend had, van de houthakkers van weleer). Decennialang was de baard-ruitenshirt-combinatie een manier geweest voor mannen om te signaleren dat ze homo waren. Nu zag iedereen er zo uit, verdorie.

Petite, goed onderhouden en queer

Dat zou nog wel even zo blijven. Het duurde láng, zo lang, voordat ze werden afgeschoren. Het hoogst modieuze mannenblad Fantastic Man spoorde de achterban in 2013 al aan tot verandering – scheer af dat masker – maar de baard bleef, breidde zich uit, raakte aan inflatie onderhevig. Willem-Alexander liet hem staan, en nóg duurde het jaren voordat de aanwezigheid van de baard mondjesmaat zou verminderen.

En toen het eindelijk gebeurde, kortgeleden, bleef er dus wat achter op de gezichten van onze hipste mannen. Iets waar we de koning niet snel mee zouden zien (al weet je het nooit, natuurlijk).

Waar hij vandaan kwam? Voor de pandemische jaren waarde hij rond in de New Yorkse gay scene. „Maak kennis met de gezichtshaar-stijl die elke gay bar in de stad overneemt”, is hoe New York Magazine hem introduceerde in het voorjaar van 2019, in een stuk getiteld ‘Cruisin’ With the Mustache Crew’. Er mocht geen twijfel bestaan over de vorm van deze nieuwe mode: „Hij is petite, goed onderhouden en net als zijn drager overtuigd queer: de skinny mustache.”

Heel anders dus, werd in een bijzin benadrukt, dan de ‘pornstache’ zoals we die kennen van acteur Tom Selleck. Die is dikker, woester, en eigenlijk bij niemand anders dan Selleck zelf serieus te nemen. Dat werd eerder al onderschreven met Sellecks gastrol in jaren-negentig-sitcom Friends, waarin hij een tijdje de oudere geliefde van Monica speelde, Richard. De snor had daarbij zijn eigen rol, als symbool voor ouderwetse volwassenheid die eigenlijk idioot was om na te streven.

Tom Selleck (Richard) met Courteney Cox (Monica) in 1996 in de serie Friends.

In een van die afleveringen gaan Chandler en Joey met Richard de hort op. Aanvankelijk met tegenzin, ze vinden hem oud. Maar daarna, geïnspireerd door Richards volwassen mannelijkheid, proberen ze hem na te doen. Dan staat Joey naar zichzelf te kijken in een handspiegel met een onaangestoken sigaar in zijn mond, en komt Chandler binnenlopen met een snorretje dat beduidend kleiner en dunner is dan dat van Selleck – kinderlijk en ongevaarlijk als een onaangestoken sigaar.

Dit is precies de positie die de snor vele decennia heeft gehad: een reliek uit vroegere tijden, iets van een vaderfiguur, een ouderwetse oom. Denk Ted de Braak, Chiel Montagne en een van de twee opa’s uit de tv-serie Oppassen!!!

En anders een komisch relikwie. De snorren in de popcultuur van mijn generatie namen een extreem manbeeld op de hak, zoals met het Will Ferrell-typetje Ron Burgundy in de Anchorman-films (2004 en 2014). Burgundy is een nieuwslezer in de jaren zeventig, „een tijd waarin alleen mannen het nieuws mochten lezen”. Burgundy’s racisme, seksisme en zijn snor zijn gelijke delen van een retro-kostuum dat moet verwijzen naar een absurde tijd die gelukkig achter ons ligt.

Nick Offerman als Ron Swanson in de sitcom Parks and Recreation.

Iets later dan Ron Burgundy kwam snorrendrager Ron Swanson ten tonele, in de sitcom Parks and Recreation (2009-2015). Een overheidsmedewerker die anti-overheid is, trots exorbitante hoeveelheden vlees consumeert en neerkijkt op zacht en ‘vrouwelijk’ gedrag. Ook bij deze Ron is zijn snor een indicatie van overdreven conservatisme, en duidelijk een grap.

Spelen met gender

In de snor die het huidige straatbeeld kleurt zit die grap ook wel, maar dan subtieler. Net als de lumberseksuele look destijds is de huidige snor onmiskenbaar camp – die ongrijpbare esthetische sensibiliteit waarvan Susan Sontag in 1964 al probeerde de contouren te schetsen in haar beroemde essay Notes On ‘Camp’.

Camp is de specifieke, maar steeds veranderende, smaak die eigen is aan het tijdperk van massacultuur. Het is artificieel en soms ook kitsch, maar op een zelfbewuste, kunstzinnige manier. Het is een visie op de wereld, schrijft Sontag, die wordt uitgedrukt met een specifiek soort stijl.

Spelen met gender hoort daarbij: androgynie is heel erg camp, zegt Sontag, maar het overdrijven van seksuele eigenschappen en maniertjes óók. Zoals een snor. Wel altijd met een knipoog, want met camp wordt alles tussen aanhalingstekens gezet. Een vrouw is een ‘vrouw’; een man een ‘man’.

Dit zagen we in Nederland vrij letterlijk uitgebeeld door rapper Merel Pauw, die als haar alter ego Elmer optrad in een mannenpak en met een plaksnor. Door van zichzelf een personage te maken voelde ze meer vrijheid, zei ze in een interview met Volkskrant Magazine: „Ik ga nu door een periode waarin ik me onttrek aan het dwingende vrouwbeeld, juist door precies het tegenovergestelde te doen.” (Maar, zei ze toen al, „die snor gaat op een gegeven moment verdwijnen.”)

Merel Pauw als haar alter ego Elmer.

De camp-snor en de Derksen-snor

De snor leent zich nu eenmaal uitstekend als pion in het spel van gender en non-conformiteit. Zo ook in de vorige hoogtijdagen van de snor, de jaren zestig. Toen droegen mannen hem om zich af te zetten tegen autoriteit en de militaire mannelijkheid die werd uitgedragen door gladgeschoren soldaten, vertelde historicus Christopher Oldstone-Moore in het voornoemde artikel in New York Magazine. Toen was het een vorm van rebellie, een teken van non-conformiteit.

Voor de queer mannen die in het artikel aan het woord kwamen, was iets soortgelijks precies het punt: „We hebben het geseksualiseerd op een coole manier – een manier waarop we zichtbaar queer en seksueel kunnen zijn, juist in een tijd dat dat niet meer helemaal oké is voor iedereen”, vertelt een van hen.

Ah, betekenis!

Dit is wat de moderne snor zo interessant maakt: hij neemt met zijn queer roots plaats in een cultuur waarin gender een beladen begrip is geworden en progressieve ideeën over mannelijkheid en vrouwelijkheid onder druk staan. Gelijk met de opkomst van radicaalrechts is de drempel voor vrouwenhaat en homofobie verlaagd, en zijn transgenders (na immigranten) tot politieke zondebok gemaakt. Een achterhaalde verdeling van genderrollen wordt verheerlijkt en gepropageerd, de tradwife is het bepalende sociale-media-type van de vroege jaren 2020. Jongens die het misogyne gedachtengoed van Andrew Tate aanhangen komen bovendrijven in programma’s als First Dates en krijgen vervolgens een plek aan de Nederlandse talkshowtafel – zo gebeurde het eind september met Davey, de opgepompte en gladgeschoren salesjongen die zijn date een gezamenlijke toekomst voorhield waarin zij haar nageltjes lakte en sowieso nooit meer zou gaan verdienen dan hij.

De camp-snor gooit zijn kont tegen deze krib, en is daarom ook een heel andere dan de bekendste snor van Nederland, namelijk die van Johan Derksen. Die stugge witte bovenlipse begroeiing met het door sigaren vergeelde onderrandje, van waaronder terloopse racistische opmerkingen klinken en anekdotes over verkrachtingen. Een oude, smoezelige variant op Anchorman, maar dan in 2025 en zonder de humor. Geen ‘man’ maar een man. Zonder die aanhalingstekens krijgt het iets benauwends.

De populariteit van de campy snor loopt opvallend evenwijdig aan de invloed van deze hedendaagse, real life Ron Burgundy die, zo bleek uit onderzoek van NRC, in de aanloop naar de verkiezingen meer aan het woord was in de talkshows dan wie dan ook.

Het is natuurlijk zeer de vraag in hoeverre de huidige snorrendragers zich van deze parallel bewust zijn, laat staan dat ze iets bedoelen met die snor. Zeker nu de snor minder niche en meer mainstream is geworden, is gemuteerd in velerlei varianten en uiteenlopende betekenissen heeft gekregen – waarvan een veelvoorkomende waarschijnlijk is: ‘Leuk, zo’n snor.’

Met verspreiding komt verplatting, en kan iets uiteindelijk zelfs het tegenovergestelde gaan communiceren. Wordt een teken van rebellie er zomaar een van conformiteit, zoals nu met de baard gebeurt. In het Witte Huis van Trump, waar uitgesproken feminiene vrouwen en masculiene mannen de voorkeur genieten, is J.D. Vance de eerste vicepresident sinds de negentiende eeuw die een baard draagt. Zo verbergt hij de ronde contouren van zijn babyface. Vance’s baard moet zijn mannelijkheid – niet zijn ‘mannelijkheid’ – onderstrepen.

Maar de snorharen van de moderne man – petite, goed onderhouden, en misschien een beetje queer – zijn daar nog lang niet. Die zijn een uitgesproken alternatief voor de neoconservatieve mannelijkheid die Trump verlangt, die Davey propageert en waar tradwives zo van zeggen te houden. Non-conformisme, nu sommige bevochten vrijheden ‘niet meer helemaal oké zijn voor iedereen’. De moderne snor rebelleert, of zijn drager dat nu weet of niet.

Source: NRC

Previous

Next