Formatie Een komend minderheidskabinet moet miljarden euro’s vinden voor de hogere defensie-uitgaven. En het moet voortdurend op zoek naar meerderheden in de Tweede en Eerste Kamer.
Rob Jetten (D66) en Henri Bontenbal (CDA) vonden elkaar in het streven naar een cultuuromslag in Den Haag.
Een positieve, „inhoudelijke agenda” voor Nederland. Met die woorden presenteren D66 en het CDA op 2 december het document dat de basis moet vormen voor een nieuwe regering. PVV-leider Geert Wilders ziet iets heel anders. In het daaropvolgende Kamerdebat over de formatie noemt hij het „een vreselijk stuk”. Daarin zou niet eerlijk worden benoemd dat de partijen „miljarden” willen bezuinigen op de zorg en de sociale zekerheid om de hogere defensie-uitgaven te betalen. Wilders verwijt D66-fractievoorzitter Rob Jetten dat hij met woorden als het „hervormen” van de ouderenzorg niet „het eerlijke verhaal” vertelt aan Nederland.
De D66-leider weet niet wat hij hoort. „Je moet echt wel lef hebben om dat soort termen te gebruiken als je de afgelopen anderhalf jaar met 37 zetels werkelijk waar niets voor elkaar hebt gekregen behalve gezeik en geruzie.”
De confrontatie laat de dynamiek in politiek Den Haag zien rond de aanstaande wisseling van de wacht. Hoewel D66 en de PVV allebei 26 zetels haalden bij de verkiezingen in oktober, is hun machtspositie spiegelbeeldig. Wilders staat buitenspel in de formatie en sorteert voor op zijn vertrouwde – en hem beter passende – rol als oppositieleider, nadat hij afgelopen jaar het eerste kabinet ooit met de PVV binnen elf maanden liet vallen. Jetten wordt in het debat door de hele Kamer al bevraagd als toekomstig premier van zijn komende (minderheids)kabinet.
Geert Wilders (PVV), hier met fractiegenoot Sebastiaan Stöteler, noemde het document van D66 en CDA een „vreselijk stuk”.
Jetten zette in zijn succesvolle campagne, en nu in de kabinetsformatie, hoog in: als leider van een nieuwe regering wil hij breken met het tijdperk-Wilders en daar, zo zei hij in de Kamer, „een optimistische kijk op Nederland” tegenover zetten. Hij wil het hebben over „wat we wél voor elkaar kunnen krijgen”. Het is daarom logisch dat D66 in de eerste fase van de formatie alleen met het CDA om tafel ging: Henri Bontenbal voerde een vergelijkbare campagne, gericht op fatsoen, samenwerken en een politieke cultuuromslag in Den Haag.
Die ambities in het komende jaar waarmaken zal moeilijk genoeg zijn. Wilders mag dan buiten de machtsvorming staan, de gevolgen van zijn polariserende politiek zijn nog elke dag merkbaar. Kijk bijvoorbeeld naar de onrust, inclusief gewelddadig protest en intimidatie van lokale bestuurders, in veel gemeenten waar besloten wordt over de komst van asielzoekerscentra. Migratie zal hierdoor waarschijnlijk een groot thema zijn in de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen eind maart.
Jetten en Bontenbal hebben in hun gezamenlijke stuk de spreidingswet, die voor een eerlijke verdeling van asielzoekers over het land moet zorgen, omarmd als een „rechtvaardig” instrument. Dat zal door veel gemeenten met opluchting zijn ontvangen, omdat zij de afgelopen anderhalf jaar van het kabinet-Schoof – dat de spreidingswet wilde afschaffen – juist weinig politieke en publiekelijke steun kregen. Maar om het draagvlak voor de opvang van asielzoekers te vergroten zal het kabinet-Jetten met iets moeten komen wat vele kabinetten al jaren amper lukt: een effectief migratiebeleid voeren en de vastgelopen asielketen op orde brengen.
De VVD van Dilan Yesilgoz schoof als derde partij aan bij de formatiebesprekingen.
Onzekere factor hierbij is de VVD, de partij die in december aanschoof bij de onderhandelingen tussen D66 en CDA. De VVD is sinds 2010 onafgebroken aan de macht geweest en maakte óók onderdeel uit van het kabinet-Schoof met de PVV, de periode waar Jetten en Bontenbal qua stijl en inhoud juist mee willen breken. En de VVD wordt nog altijd geleid door Dilan Yesilgöz, die na een meevallende verkiezingsuitslag kon aanblijven maar voor critici binnen en buiten haar partij de belichaming is van de rechts-populistische koers die haar partij verder van het midden deed afdrijven.
De vraag is wat de koers van Yesilgöz gaat betekenen voor de stabiliteit van het aanstaande kabinet. Inhoudelijk kan het meevallen: onder leiding van Jetten kreeg D66 het afgelopen jaar een veel scherper profiel als het om migratie gaat, inclusief asiel. Een formatiedeal waarin de asielwetten van het kabinet-Schoof grotendeels worden gehandhaafd lijkt niet onwaarschijnlijk. En voor de door Jetten zo gewenste „doorbraken” op gebieden als stikstof, wonen en het hervormen van zorg en sociale zekerheid kunnen D66 en CDA met de VVD in potentie prima zakendoen.
Ingewikkelder dan deze inhoudelijke overeenstemming lijkt de samenwerking met andere partijen in beide Kamers te worden. Want de opgaven waar een volgend kabinet voor staat zijn groter dan ze in jaren zijn geweest. Zo willen D66, CDA en VVD toewerken naar de NAVO-norm van 3,5 procent en moeten de defensie-uitgaven dus fors omhoog – met in elk geval 16 tot 19 miljard extra per jaar tot 2035 – en ze willen daarvoor ook bezuinigen op andere beleidsterreinen. En uitgerekend nu lijken de drie formerende partijen te gaan kiezen voor het voor Nederland unieke democratische experiment van een minderheidskabinet.
Dat is gezien de miljardenbezuinigingen die mogelijk voorgesteld gaan worden op voorhand een risicovol experiment. Want hoewel in de Tweede Kamer er van links tot rechts consensus is over de noodzaak van hogere defensie-uitgaven, bestaan er grote meningsverschillen over waar dat geld moet worden gevonden. Linkse partijen willen niet te hard of helemaal niet bezuinigen, rechtse partijen zijn geen voorstander van forse belastingverhogingen, en ook niet van het al te veel laten oplopen van het begrotingstekort en staatsschuld.
Henri Bontenbal (CDA)
Rob Jetten (D66)
Informateur Rianne Letschert
Als de formatiegesprekken komende maandag op het Hilversumse landgoed De Zwaluwenberg worden hervat, zal moeten blijken hoe snel informateur Rianne Letschert (D66) andere partijen uitnodigt om te verkennen of en hoe ze een nieuw kabinet willen steunen. Daarbij helpt het niet dat VVD-leider Yesilgöz in de campagne én formatie samenwerking met GroenLinks-PvdA zo hard heeft uitgesloten. De twintig zetels van GroenLinks-PvdA zijn getalsmatig de meest logische route naar een meerderheid. Maar inhoudelijk is het vrijwel ondenkbaar dat de linkse combinatie vanuit de oppositie gaat tekenen voor bezuinigingen op bijvoorbeeld zorg en sociale zekerheid. Door zijn behandeling in de formatie zal partijleider Jesse Klaver zijn huid in alle gevallen duur willen verkopen.
Het lijkt logischer dat het minderheidskabinet van D66, CDA en VVD uiteindelijk steun zoekt bij JA21 (negen zetels) en kleine fracties als de SGP, ChristenUnie of 50Plus. Zij zullen, meer dan GroenLinks-PvdA, een positieve of open houding aannemen tegenover een centrumrechts minderheidskabinet en staan niet allemaal onwelwillend tegenover bezuinigingen om de hoge defensierekening te betalen.
Aan Letschert de komende weken de opdracht te kijken welke constructie voor het nieuwe minderheidskabinet kan werken: komen er vaste gedoogpartners, en een gedoogakkoord (zoals Rutte-I deed met de PVV), of gaat een nieuw kabinet per begroting of thema zaken doen met verschillende partijen?
Het minderheidskabinet is door politicologen vaak geïdealiseerd als een toonbeeld van een gezonde politieke cultuur waarin de Tweede Kamer meer invloed heeft op het beleid. Maar de Deense hoogleraar politieke communicatie Claes de Vreese (Universiteit van Amsterdam) waarschuwde eerder in NRC dat Denemarken, het vaak aangehaalde succesvoorbeeld, een decennialange traditie van minderheidskabinetten en een bijbehorende politieke cultuur heeft opgebouwd. Daar behoren bijvoorbeeld brede akkoorden met oppositiepartijen toe.
Nu is zoiets in Nederland niet onmogelijk. Kabinetten van premier Mark Rutte hebben jaren zonder meerderheid in de Eerste Kamer geregeerd. Maar voor het minderheidskabinet-Jetten zal het puzzelen al in de Tweede Kamer beginnen, zonder gegarandeerde meerderheid in de Eerste Kamer die nog maar tot halverwege 2027 zit. En waar partijen als de SGP en de ChristenUnie kunnen bouwen op een imago van betrouwbare gedoogpartners, geldt dat voor de meer onervaren en vaker instabiele partijen als JA21 en 50Plus niet.
De opgave voor het aanstaande kabinet-Jetten is in die zin immens: zonder verzekerde meerderheden na jaren van stilstand en crises een klimaat van samenwerking creëren waarin doorbraken mogelijk zijn. Het zal van de drie coalitiepartijen, met premier Jetten voorop, om uitzonderlijke politieke stuurmanskunst vragen.
Begin de dag met de belangrijkste politieke ontwikkelingen uit Den Haag
Source: NRC