is hoogleraar Informatica.
Soms word ik in mijn weigering om AI in te zetten nog wel eens radicaal genoemd (ook in deze krant). Je zou mijn houding kritisch kunnen noemen, maar voorzichtig afwachtend is ook een manier om het te kenschetsen. Zouden we niet eerst onderzoek moeten doen naar het effect van AI op ons denken en leven? Telefoons hebben we en masse omarmd, want wat waren ze handig, en nu moeten we als mensheid dealen met de gevolgen daarvan.
Mensen unlocken, zo blijkt uit onderzoek hun telefoon tussen de vijftig en hondrd keer op een dag. Dat creëert volgens experts ook ‘a compulsive habit loop where we check without thinking and experience withdrawal when we don’t check or don’t have access to our phone’. Wat nu? Smartphonevrije scholen, smartphonevrij opgroeien, columns en boeken moeten erover geschreven worden om het tij te keren. Sommige mensen kopen zelfs apparaten om ze van hun apparaatverslaving af te helpen!
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Wacht nog een paar jaar, dan is mijn voorspelling dat dat o zo vaak gewraakte filmpje waarin mensen zich afvragen waarom ze in godsnaam altijd bereikbaar zouden willen zijn, geen ouderwets gedoe meer is maar door voortschrijdend inzicht weer gemeengoed.
Zouden we dan niet eerst, voor we als onderwijs deze technologie uitrollen, eerst uitzoeken of AI bijvoorbeeld ook zulke verslavende effecten heeft, of het onze denkspier niet lui maakt, en wat het doet met de relatie tussen leerlingen onderling en met de docent. Als dat radicaal is, waar is de universiteit dan voor?
Want in de huidige discours het dus radicaal dat een wetenschapper, werkend in een wetenschappelijke instelling, vindt dat we eerst wat wetenschap doen voor we iets invoeren. Is dat niet de plicht waaraan ik me bij het ontvangen van mijn titel beloofd heb te houden? Universiteiten, ook de mijne, zijn echter al om, en zeggen dat ‘Generatieve AI een krachtig hulpmiddel (is) voor elke docent’. Citation needed, roep ik naar mijn scherm!
En zelfs als AI krachtig is, dan is nog de vraag hoe we dat moeten aanleren. Op de VU doceer ik een vak genaamd ‘vakdidactiek van de informatica’, waarin ik mijn studenten, toekomstige docenten op de middelbare school, vertel hoe ze digitale vaardigheden moeten aanleren. Bij ieder onderwerp presenteer ik de wetenschappelijke stand van zaken: het gebruik van diagrammen, het effect van verschillende programmeertalen. Maar bij de vraag ‘hoe moeten we leerlingen leren met AI omgaan’, moet ik het antwoord schuldig blijven. Ik kan geen papers presenteren, die zijn er nog helemaal niet.
Ik kan wel putten uit ander werk, bijvoorbeeld uit 2019 over online zoeken. Wat bleek daaruit? Technieken die tot dan toe aangeleerd werden – zoals kritisch lezen en oordelen op basis van de bron – bleken niet bij te dragen aan het beoordelen van informatiekwaliteit door studenten. Ervaren factcheckers die als controlegroep dienden, gebruikten totaal andere strategieën; die controleerden bijvoorbeeld razendsnel in verschillende tabjes allerhande informatie die ze tegenkwamen, iets dat voor een beginner al snel veel te onoverzichtelijk wordt.
De ronkende verhalen over de supersnelle adoptie van AI bevestigen in zekere zin dat aanleren niet nodig is, want de professionals van nu hebben op school of universiteit niet met AI leren werken, en ze kunnen het toch. Wat ze op die ‘ouderwetse, achterblijvende’ school hebben geleerd, is dus blijkbaar afdoende voorbereiding op deze nieuwe wereld van AI.
Waarom zouden we dus niet rustig en diepgravend onderzoek doen naar wat AI doet, en hoe we het aanleren? Het beste dat we nu weten is dat wat we al doen, een prima voorbereiding is. Iets anders beweren is geen wetenschap, maar marketing
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns