Afrika Cup Het Soedanese elftal had afgelopen jaren geen land om in te spelen. Toch voetbalt het op de Afrika Cup. „Dit team draagt de hoop van een gewonde natie.”
Spelers en stafleden van het Soedanese voetbalelftal nemen voorafgaand aan de training een moment voor bezinning en gebed.
Sheddy Barglan (23) zette nooit voet in Soedan, maar draagt het nationale shirt alsof het hem al jaren om de schouders hangt. In de filmpjes aan de vooravond van de Afrika Cup schittert hij: met duim en wijsvinger vormt hij het silhouet van een valk, naar de Falcons of Jediane, de bijnaam van het Soedanese elftal. In een gesprek zegt hij zich vaak te verbeelden hoe het zou zijn om een thuiswedstrijd te spelen voor eigen publiek: tienduizenden uitzinnige Soedanezen langs de zijlijn, de gezamenlijke emotie. „Kan je ’t je voorstellen?”
De jonge verdediger, geboren in Lelystad en opgegroeid in Veghel, schuift aan in de lobby van het Marriott Hotel in Casablanca. Marokko staat op dat moment gelijk in een zinderende wedstrijd tegen Mali, de Soedanese selectie verwerkt haar valse start op deze Afrika Cup, na een 3–0 nederlaag in haar openingsduel tegen Algerije. „Beeld je in, de spanning die Marokkanen nu voelen. Een volk dat de straten vult. Voor haar land, voor haar team. Maar dan in Soedan. Een vrij Soedan.”
Het Soedanese elftal had afgelopen jaren geen land om in te spelen. Een land in oorlog , een competitie die stilviel, spelers verspreid over continenten. Dat is de achtergrond waartegen het team nu in Marokko verschijnt voor de Afrika Cup. Een podium waarop Soedan niet verschijnt langs de bekende breuklijnen, maar als geheel. Voor even laat het land iets anders zien dan geweld en ontwrichting. Donderdag verzekerde Soedan zich van een plek in de achtste finale, waarin het zaterdag Senegal treft.
Parallel aan de verwoestende machtsstrijd die sinds 2023 gaande is tussen de RSF en het regeringsleger, beleefde het Soedanese voetbal op internationaal niveau een opmerkelijke renaissance. In de aanloop naar het toernooi bleek Soedan sportief moeilijk te breken. In de WK-kwalificatie hield de ploeg Senegal lang bij. En in de kwalificatieronde voor de Afrika Cup schakelde het land zelfs Ghana uit.
De oorlog had ook het Soedanese voetbal vrijwel geheel ontmanteld. Interlands worden buiten Soedan gespeeld, met Libië als vaste uitwijkhaven. Vrijwel alle internationals zijn inmiddels noodgedwongen actief in het buitenland, verspreid over Egypte, de Golf, Oost-Afrika en Europa. Ook buiten het nationale elftal werd geïmproviseerd. Trainingskampen, stadions en tegenstanders moesten elders worden gezocht. Soedanese topclubs als Al Hilal en Al Merrikh weken uit naar de Mauritaanse voetbalcompetitie.
Vanaf de rand van het Bashir-trainingsveld in Mohammedia laat Kwesi Appiah zijn blik over het gras glijden, een paar dagen voor het toernooi begint. Pal tussen Rabat en Casablanca zoekt het Soedanese elftal hier tijdelijk houvast. Spelers lopen in kleine groepjes. Hier en daar wordt gedold, reservespelers trekken hun sokken recht voor ze aan hun rekoefeningen beginnen. De Ghanese coach kijkt toe met zijn handen op de rug.
De voorbereidingen van het elftal van de afgelopen twee jaar was naast een logistiek hindernissenparcours vooral een mentaal project, zegt Appiah, dat verder gaat dan de negentig minuten. Dat begint met de „herdefinitie” van wat thuis betekent, vertelt hij. „Geen thuiswedstrijden betekent elke plek waar we komen als thuis kunnen beschouwen. Door de aandacht weg te halen bij tribunes en omstandigheden. Ik zeg mijn spelers: waar je ook speelt, kijk niet naar wie er in het stadion zit, maar vraag jezelf af wat jíj brengt. Wat kun jij voor je land betekenen?”
Coach Kwesi Appiah van het Soedanese elftal is ervan overtuigd dat voetbal kan vrede brengen.
De voetbalbond richtte noodgedwongen haar blik op de Soedanese diaspora. Badran Albatal adviseert de bond bij het benaderen van Soedanese spelers uit het buitenland. Veel van de huidige sleutelfiguren in het team zijn Soedanezen met dubbele nationaliteit. Albatal wijst ze een voor een aan terwijl ze over het oefenveld bewegen: de tweelingbroers Mo en Abu Eisa uit Australië, Ammar Tayfour uit de VS. „Veel jongeren weten niet waar ze bij horen”, vertelt Albatal, terwijl de materiaalman hem een klein waterflesje toewerpt. „En dan komt Soedan ineens in beeld. Via voetbal. Via het shirt. Ouders vertellen mij dat hun kinderen voor het eerst zeggen: dit is ook van mij.”
Ook Sheddy Barglan – nu flankverdediger bij FC Den Bosch – wist al vroeg waar hij bij wilde horen. Hij was zeven toen hij voor zichzelf uitmaakte dat hij ooit voor Soedan zou spelen. Twee jaar geleden kreeg hij plots een Instagrambericht van een bekend Soedanees fanaccount. Of hij Soedanees was? Barglan grijnst breed: „De persoon achter het account kende blijkbaar mensen bij de bond.”
Een Soedanees paspoort had hij nog niet, maar als zoon van een Soedanese vader en een Sri Lankaans-Soedanese moeder was dat snel geregeld. Een half jaar na het uitbreken van de oorlog werd hij geselecteerd. Spelen voor Soedan was een innerlijke keuze. Het shirt „voelt speciaal” en vandaag met momenten ook zwaar. Maar dan vooral door wat het oproept bij anderen, vertelt hij. „Ik wil iets terug doen voor het hele land, voor alle mensen. We zijn hier uiteindelijk met één doel. Om verder te komen. Om trots te maken. Want ja, mensen zijn trots.”
Beltoul, bel’aard, Sudaan-na yhez el-ard. Vanaf de tribunes in Rabat en Casablanca schreeuwt het Soedanese publiek haar ‘Valken van Jediane’ naar voren met een leus uit de revolutie van 2019: in de lengte en in de breedte, ons Soedan doet de aarde beven.
Historica Aida Abbashar denkt nog vaak terug aan de „rauwe vreugde” die bij haar vader verscheen, toen Soedan zich voor Marokko kwalificeerde. Ze groeide op in een huis waar veel voetbal werd gekeken, de Engelse Premier League onder meer. Met ooms en broers die van geen ophouden wisten over opstellingen en uitslagen. In Soedanese huishoudens staat de deur altijd open, en het verlangen naar samenzijn, zegt zij, is een culturele reflex. „Voetbal is een van de manieren waarop dat vorm krijgt.”
Sinds april 2023 zag Abbashar de behoefte binnen Soedanese gemeenschappen om elkaar op te zoeken steeds sterker worden. „Voetbal kreeg een nieuwe betekenis. Succes op het veld bood iets wat politiek niet meer kon bieden: een gedeeld moment. Sporthallen, cafés, huiskamers boden een veilige gemeenschappelijke grond. Een streepje licht in een land waarin zulke momenten zeldzaam zijn geworden.”
De echte waarde van dit team laat zich volgens Abbashar dan ook niet van het scorebord aflezen. Dit team, op dit podium, suggereert een vorm van normaliteit waar die elders compleet verdwenen is. „Van vluchtelingenkampen tot huiskamers ver van het front.”
In de Afrika Cup symboliseert elke wedstrijd dat het land nog overeind staat. Na de moeizame 1-0-zege op Equatoriaal-Guinea gaven de spelers dat vorm in de doorgang langs de pers: ritmisch klappend en dansend baande het elftal zich een weg langs de naar voren geschoven microfoons en opengevouwen notitieblokken.
Dit team draagt de hoop van een gewonde natie, zegt Salih Altahir, Soedanees journalist voor de Qatarese dagblad Al Arab vanuit Doha. Het elftal „brengt nostalgie over wat Soedan ooit was, wie we willen zijn en wat ons verbindt. Dit gaat niet langer alleen over sport, het is een vorm van verzet geworden. Elke wedstrijd, elk doelpunt en elk gejuich voelt als een klein moment waarin onze identiteit overeind blijft.”
In het hotel heeft de ingehuurde kapper net Ammar Taifour (28) onder handen genomen. Maar de nieuwe coupe van de middenvelder is alweer verdwenen onder een dubbele laag van muts en capuchon. Taifour, opgegroeid in Washington DC en door de bond toevallig ontdekt via straatwedstrijdjes, vertelt hoe de oorlog zich niet laat wegdenken. De oorlog reist mee in telefoontjes met familieleden thuis, in onderling uitgesproken zorgen, in berichten en beelden die via sociale media binnenkomen.
De broer van keeper Mohamed Al Nour werd negen maanden vastgehouden door de RSF. Spits John Mano vertelt hoe zijn beste vriend werd gedood. „We praten er met elkaar over, als teamgenoten, als broers”, zegt Taifour. „Maar de oorlog hoeft niet benoemd te worden om aanwezig te zijn. Je bent Soedanees, dus ze komt automatisch naar je toe, waar je ook bent.”
Het Soedanese elftal traint tijdens de Afrika Cup in het Marokkaanse Casablanca.
Het shirt wekt tegelijk verwachtingen, vertelt Taifour en al zeker op dit groter podium. „Hoe meer ogen op je gericht zijn, hoe meer je beseft dat het niet alleen om jezelf gaat. Het gaat om zoveel andere mensen.” Oorlog, erkent hij, is onvermijdelijk politiek. Maar niet alles wat zich eromheen afspeelt hoeft dat te zijn. „Ik voel geen druk om een kant te kiezen. Vrede is iets moreel vanzelfsprekends, en geen keuze voor deze of die partij. Voor mij gaat het erom dat ik mijn deel doe. Als dat betekent dat ik op televisie kom en voetbal speel terwijl alles doorgaat, dan is dat blijkbaar mijn rol.”
Tenzij nadrukkelijk naar gevraagd wordt er naar buiten toe niet eindeloos over de oorlog gesproken. „De spelers tonen publiekelijk weinig belangstelling voor de politieke aspect van de oorlog”, zegt de Soedanese journalist Osman Asbat vanuit Nairobi. „Wat overheerst zijn positieve gevoelens, hoop en hoge verwachtingen.”
Bij het elftal leeft het idee dat voetbalsucces de oorlog even naar de achtergrond duwt. Meer als gevoelskwestie dan als werkelijkheid. Als een hoop dat dit toernooi ook thuis iets kan openbreken. Na de zege op Ghana deden in Omdurman, nabij hoofdstad Khartoum, verhalen de ronde over militairen die de wapens neerlegden en in de euforie van de voetbaloverwinning deelden.
Spelers Yasser Muzammil (links) en Awad Zayed geinen in de dug-out tijdens een trainingssessie.
Het nationale shirt roept bij verschillende Soedanezen uiteenlopende gevoelens op. Vanuit RSF-kringen klinkt het verwijt dat het team zou staan voor de postkoloniale staat die volgens hen alleen oog had voor de hoofdstad en de periferie negeerde. Aan de andere kant wantrouwen aanhangers van het regeringsleger het elftal, omdat sommige spelers afkomstig zijn uit regio’s waar sociaal of politiek draagvlak is voor de RSF.
Voor coach Appiah mag zijn team geen verlengstuk worden van politieke strijd of als machtssymbool worden opgeëist. „We zijn niet bezig met wie zou moeten winnen of verliezen. Sport moet een instrument voor vrede zijn. Niet om kant te kiezen. Geen propaganda. Spelers hebben hoop, waardigheid, menselijkheid.”
Winnen is in zijn ogen een collectieve ervaring die niemand uitsluit. „Aan obsessief bezig zijn met wie we wel of niet blij maken, heb ik niets. Aan het eind van de dag is ons succes dat van alle Soedanezen. Ik geloof dit echt: voetbal kan vrede brengen. Wíj kunnen vrede brengen. Als soldaten hun wapens al neerleggen na de Ghana-overwinning, wat als Soedan de Afrika Cup wint?”
Source: NRC