Home

Met Gallische dorpjes heeft vuurwerkterreur niks te maken

Van alle duiders die opstonden rond de nationale vuurwerkdagen, ergerde ik me het meest aan degenen die wijken als Duindorp en Floradorp vergeleken met het Gallische dorpje van Asterix en Obelix. Het romantiseren van vuurwerkbullebakken is tot daar aan toe, vooral gaat die vergelijking hartstikke mank. Duindorp, Floradorp en andere vuurwerklegioenen zijn eerder de Romeinen. De rest van de stad is het kleine dorp dat stand houdt tegen hun gewapende terreur.

Bovendien zou Obelix nooit een hond kwaad doen. Als die had gezien hoe alle viervoeters dagenlang rillend van angst doorbrachten, had hij elke vuurwerkwinkel onder menhirs begraven. Een kleine groep die standhoudt, wordt niet automatisch een sympathiek Gallisch dorpje. Dan zou de 1 procent rijksten van de wereld, voor wie planeet en mensheid slagaderlijk moeten bloeden, ook een Gallisch dorpje zijn. Één dat vecht tegen belastingen. Als ik Galliër was, zou ik elke keer dat mijn dorp met vuurwerkmaniakken werd vergeleken, rectificatie eisen.

Een orakel uit Floradorp zei in het NOS Journaal dat hun vuurterreur al 73 jaar traditie was. Als iets na 73 traditie wordt, is mijn moedertje ook traditie.

Zodra mensen gaan schuilen achter ‘het is traditie’ om met een gewoonte door te kunnen gaan, is dat geheid omdat ze daar anderen mee beschadigen. Die anderen komen, na jaren slikken, in verzet en dan belanden de Romeinen in de hoek waar ze alleen nog ‘het is traditie’ als excuus hebben. Of het nu gaat over onverdoofd slachten, blackface bij een kinderfeest of met vuurwerk dieren en dienders terroriseren: de bullebakken zwaaien met hetzelfde traditievaantje.

In deze context kun je ‘traditie’ vertalen als: ‘Ik heb er plezier van, mijn pa en opa deden het ook, dus ik ga ermee door want ik ben de baas en het maakt me niet uit wie de klos is.’ Zaken die generatie op generatie worden doorgegeven kun je het beste wantrouwen. Meestal zijn het ongeneeslijke ziektes, afwijkende genen, oorlogstrauma of fortuinen waar je geen dag voor hebt moeten werken.

Deze jaarwisseling bracht die zogenaamde vuurwerktraditie nog niet te berekenen materiële schade. Miljoenen dieren waren dagenlang angstig. Hoeveel er dood of gewond zijn wordt niet gecheckt. Tientallen mensen, de meesten kinderen, liepen oogletsel op. Hardwerkende Nederlanders kwamen thuis met gehoorschade, vreselijke beelden op hun netvlies en wie weet wat nog meer. Zeker twee mensen, een man van 38 en een jongen van 16, zullen nooit meer thuis komen.  

De vuurwerkbranche wil bij een verbod gecompenseerd worden. Dat is alsof tabakshandelaren compensatie vragen omdat ze niet meer aan minderjarigen mogen verkopen. Alsof handelaren in designerdrugs compensatie zouden eisen als hun designs bij nader inzien verboden worden.

Vorig jaar had de vuurwerkbranche, met zo’n achthonderd handelaren, het over een inkomstenderving van 895 miljoen euro. Staatssecretaris Chris Jansen (Milieu, PVV) ging toen uit van 150 miljoen euro. Inmiddels lijkt de compensatie eerder bij 50 miljoen te liggen.

Jammer dat de branche dit martkdenken niet doortrekt tot de schade die zijn handel in Nederland berokkent, en aanbiedt mee te betalen aan de kosten. De vervuiler betaalt, is dan ook geen traditie, kijk maar naar Shell, Tata Steel of Schiphol – en: nee, ook dat zijn geen Gallische dorpjes.

Evenmin is het traditie dat wie over traditie gaat lullen om goed te praten dat zijn feestje een ander mag beschadigen, in pek en veren het dorp uit wordt gedragen. Doen Galliërs dat een paar jaar achter elkaar wél, dan kan dat zomaar een mooie traditie worden.

Source: NRC

Previous

Next