Fysieke nalatenschap Erfgenamen kunnen lang niet alle spullen van een overledene bewaren. Het bedrijf Boedelservice probeert voor zoveel mogelijk bezittingen een nieuwe bestemming te vinden. „Wij ontzorgen in de afhandeling.”
Eigenaar en oprichter van Boedelservice Sven Dias Santilhano in de opslag van zijn bedrijf in Sint Pancras..
„Dit is haar leven geweest”, zegt Sven Dias Santilhano. Hij loopt door een lichte flat in Alkmaar. Tegen alle muren staan houten Lundia-stellingkasten, op de planken staat een uitgebreide collectie serviesgoed uitgestald. Bij elkaar passende sets en individuele borden, kommen en mokken, allemaal van Scandinavische merken en ontwerpers.
Onlangs overleed de verzamelaar, een vrouw van in de tachtig. Jarenlang sprokkelde ze de collectie bij elkaar tot ze een „eigen museum” had. „En nu valt het uit elkaar”, zegt Dias Santilhano. „Wat is het dan nog?”
Nou, een heleboel serviesgoed dus. Rond de 1.300 objecten waar een nieuwe plek voor gezocht moet worden.
Voor haar zelfgekozen levenseinde had de vrouw alles tot in de puntjes voorbereid. Zelfs haar kist had ze al in huis, een speciaal model dat bij leven dienstdeed als boekenkast. Voor het ontruimen van haar woning en het zoeken naar een nieuwe bestemming voor haar spullen huurde ze Dias Santilhano en zijn bedrijf Boedelservice alvast in.
Uitruimen van een woning in Alkmaar door medewerkers van een kringloopwinkel.
Hij kende de vrouw al ruim twintig jaar, een deel van haar collectie had ze eerder bij hem gekocht. Servies dat weer uit andere inboedels was gekomen. Ongeveer de helft van wat er bij de vrouw stond, gaat op die manier verder en is verkocht aan een andere verzamelaar. Wat die niet wilde hebben, wordt nu stuk voor stuk door medewerkers van een kringloopwinkel in oude kranten gewikkeld en in bananendozen gestopt.
Door het huis heen liet de vrouw handgeschreven briefjes met instructies na. Zo staat er bij een blauw-witte set dat die cadeau is gedaan door een beddenfabrikant. „Let je er wel op!”, zegt Dias Santilhano, terwijl hij de vrouw met een zwaaiend vingertje nadoet. „Ja, een bijzondere vrouw was het. Eenzaam ook, dan kun je zo’n focus krijgen.” Hij is bij haar uitvaart geweest. „Daar waren tien mensen, inclusief haar kapster en de buurvrouw.”
Na de dood resteren de spullen. Meubels, kleding, boeken en paperassen, elektronica, keukengerei. Dingen waar nabestaanden een emotionele band mee kunnen hebben, maar ook alledaagse producten die ze niet nodig hebben. Wat gebeurt daarmee?
„Voor werkende nabestaanden is het huis de cashcow, niet de spullen erin”, zegt Dias Santilhano. „Wij ontzorgen in de afhandeling daarvan, net zoals de makelaar doet met de woning en de notaris met het papierwerk.”
In de jaren tachtig begon Dias Santilhano (57) te werken bij veilinghuizen, waar hij zich bezighield met kunst, antiek en verzamelobjecten. Door de jaren heen zag hij dat er een omslag kwam in hoe mensen met hun spullen omgingen. „Vroeger hadden mensen weinig meubels, wat ze nalieten werd opgesoupeerd door de familie. Maar nu hebben mensen alles al, dat donkere antiek hoeven ze niet meer te hebben.”
In de opslag van Boedelservice in Sint Pancras.
Zeker de spullen uit de „lelijke tijd” – houten meubels uit de negentiende eeuw die met veel krullen en decoraties teruggrepen op een mengelmoes van eerdere ontwerpstijlen – worden niet meer gewaardeerd. „Terwijl ze wel goed zijn gemaakt.”
Rond de milleniumwisseling kwam er een kantelpunt, het veilen van veel antiek was niet meer rendabel. „Dat betekende dat het geld ging kosten om dingen bij mensen op te halen.”
Dias Santilhano bedacht een nieuw bedrijfsmodel en richtte begin 2000 Boedelservice op. Daar moeten opdrachtgevers betalen om een woning leeg te laten halen. Maar als er waardevolle spullen tussen zitten, koopt Boedelservice die in en wordt dat verrekend met de kosten.
Wanneer hij voor het eerst een woning binnenstapt, deelt Dias Santilhano de spullen op in drie categorieën. „Eerst de dingen die ik wil inkopen: design, collectibles, dure tv’s.” Spullen waarvan hij met zijn kennis van design en antiek denkt dat er wel weer een koper voor te vinden is.
Stickers van Boedelservice die worden gebruikt bij het uitruimen.
Veel spullen zijn dat niet, in heel 2024 kocht Boedelservice voor 26 kubieke meter aan goederen in om weer te verhandelen. „We moeten aan nabestaanden uitleggen dat de waarde van spullen niet is wat er ooit voor is betaald.”
De ingekochte spullen slaat Dias Santilhano op in een loods achter zijn huis. Daar staat een eclectische verzameling, van een staand horloge uit 1780 – „daar krijg ik nog geen bod van 50 euro op, terwijl mensen elkaar daar vroeger de tent voor uitvochten” – tot een enorme bowlingpin. Ook liggen er elf flessen gifgroene Dasty-ontvetter om de spullen schoon te maken en een pornovideo uit de jaren zeventig op celluloidfilm („die lopen heel goed”).
Een veel grotere stroom zijn de spullen die „economisch failliet” zijn. Stoelen die in prima staat verkeren, maar meer zouden kosten om te verwerken dan ze bij een veiling nog zouden opleveren. Die spullen gaan zoveel mogelijk naar goede doelen waarvan Dias Santilhano weet dat die ze kunnen gebruiken. „Koelkasten naar kookcafés die dagbesteding bieden aan mensen met een beperking, gereedschapskisten gaan via de stichting Gered Gereedschap naar ontwikkelingslanden.” Wat niet naar een goed doel kan, gaat naar de kringloop, vorig jaar zo’n 95 kubieke meter.
Uitruiming van een woning in Alkmaar door Boedelservice.
Hij kijkt ook „hoeveel ellende er in de boedel zit”, de dingen die niet meer te gebruiken zijn. Uiteindelijk is het meeste toch afval, hoewel Dias Santilhano liever het woord „grondstof” gebruikt. Het wordt in dertig verschillende categorieën uitgesplitst – hout, tuinvuil, chemisch afval – en zoveel mogelijk gerecycled. Bijna 205 ton aan onbruikbare dingen bracht Boedelservice in 2024 naar de afvalverwerker.
Bij een typische jaren-zeventigwoning in een Edamse bloemkoolwijk laat Boedelservicemedewerker Ivo Wiggers zien hoe dat er in de praktijk uitziet. „We rijden als eerste de kliko’s naar binnen. Die vullen we dan met al het papier.” Wiggers tilt de klep van de container op, die tot de is rand gevuld met boeken, tijdschriften, documenten. In een andere kliko zit oud ijzer, in weer een andere liggen grote stenen platen.Op het woonerf staan twee grote bestelwagens geparkeerd, met de achterkanten naar elkaar toe. Eentje van Boedelservice, de andere van een kringloopwinkel. Vijf mannen lopen af en aan met kartonnen dozen vol keukenspullen, grote kasten en huishoudelijke apparatuur.
Opslag van Boedelservice in Sint Pancras.
Voor de inkoop van Boedelservice is dit pand „weinig interessant”, zegt Wiggers. Antieke meubels staan er wel, maar zijn het „net niet”. Medewerkers van de kringloop tillen een groot dressoir uit de lelijke tijd op, het gaat in hun bus mee. Ook de verhuisdozen vol platen die op de zolder werden gevonden, twee rollators en een set houten barkrukken gaan naar de kringloop.
Binnen in de doorrookte doorzonwoning zijn de muren en het ooit crèmekleurige tapijt vergeeld. Tegen de wanden zijn de contouren te zien van waar kasten stonden of schilderijen hingen. Aan de muren kleven slierten stof, donkerbruin gekleurd van de nicotine. In de met schrootjes beklede keuken zijn de kastjes en de bakstenen bar inmiddels leeggehaald. Ook de bovenverdieping is al grotendeels leeggeruimd, er staan alleen nog een bedframe en een zonnebank.
„Met een uur door zo’n woning lopen heb ik wel in de smiezen wat voor waarde er is”, zegt Wiggers. „Soms staat een huis zo vol dat er tijdens het ontruimen nog dingen tevoorschijn komen, maar hier was dat niet zo.”
Uiteindelijk wordt er uit het Edamse huis zo’n 60 kuub aan spullen gehaald, drie vrachtbussen vol. Dat is redelijk doorsnee voor een gezinswoning, zegt Wiggers. De kringloop neemt één wagen vol spullen mee, Boedelservice moet twee ritjes naar de afvalverwerker maken. Alleen het oud ijzer levert nog een paar centen op.
De 28-jarige Wiggers ruimt al vijf jaar huizen leeg, zo’n twee à drie per week. „Ik kende de bewoners natuurlijk niet, maar soms is het toch wel heftig wat je ziet. Dan gooien we stapels foto-albums weg, omdat de familie er maar een paar heeft meegenomen.”
Tegelijkertijd wil hij door dit werk zelf ook niet te veel spullen meer hebben. „Het is een realitycheck als je bij een hoarder komt. Dan denk ik wel: zo wil ik zelf niet worden.”
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC