Onze absolute snelheid zegt niets over de snelheid waarmee we onze problemen oplossen.
Vraag het iemand op straat en de kans is groot dat het antwoord bevestigend is: ja, alles gaat sneller. Sneller werken, sneller communiceren, sneller beslissen - gevoelens die in 2026 waarschijnlijk alleen maar toenemen. Kunstmatige intelligentie ontwikkelt zich in sprongen die nauwelijks nog als ‘updates’ voelen. Oorlogen worden steeds vaker uitgevochten met drones en algoritmen. Tegelijkertijd ervaren we een stapeling van crises: stikstof, woningbouw, biodiversiteit, klimaatverandering, plasticvervuiling.
Voor veel mensen voelt het alsof alles tegelijk op ons afkomt. Dat gevoel moet serieus worden genomen. Deze crises zijn reëel, urgent en raken direct aan hoe we wonen, werken en samenleven. Toch verdient het ook context.
Een eeuw geleden leefden mensen met een vergelijkbare ervaring. Rond 1900 veranderde het dagelijks leven in een tempo dat toen als ongekend werd ervaren. Elektriciteit verdrong de gaslamp, antibiotica maakten dodelijke ziekten behandelbaar, auto’s vervingen paarden, vliegtuigen doorbraken de grens van het mogelijke en radio bracht de wereld de huiskamer in. Tijdgenoten spraken over ontwrichting en over een tempo dat de menselijke maat zou overschrijden. Ook toen leefde het gevoel dat men in een uitzonderlijke overgangstijd stond.
Over de auteur
Ton van Kollenburg is lector Impactvolle Waardeketens aan de Avans Hogeschool.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Wat onze tijd onderscheidt, is vooral de samenloop van problemen. We spreken niet voor niets van polycrises: vraagstukken die elkaar versterken en bestuurlijk met elkaar verstrengeld zijn. Woningbouw botst op stikstofregels; biodiversiteitsverlies hangt samen met landbouw, waterkwaliteit en klimaat; plasticvervuiling met consumptie. Dat deze kwesties gelijktijdig aandacht vragen, vergroot het gevoel van versnelling én bestuurlijke druk.
Veel van de huidige crises zijn het resultaat van decennialange cumulatie: emissies die zich opstapelden, ecosystemen die langzaam verzwakten, waardeketens die efficiënt maar kwetsbaar zijn ingericht. Dat deze processen nu scherp voelbaar worden, onderstreept juist hun ernst en laat zien hoe beperkt de ruimte voor uitstel is geworden.
Om het gevoel van versnelling beter te begrijpen, helpt een onverwachte vergelijking. De aarde, de zon en de Melkweg bewegen samen met ongeveer 370 kilometer per seconde ten opzichte van het kosmische achtergrondlicht, het nagloeien van de oerknal. Dat is een duizelingwekkende snelheid. Toch verandert die nauwelijks. Over miljoenen jaren genomen is zij vrijwel constant; zelfs de jaarlijkse schommeling door de baan van de aarde is beperkt.
Met andere woorden: we bewegen extreem snel, maar zonder echte versnelling.
Onze ervaring van versnelling zit daarom niet in absolute snelheid, maar in nabije verandering met directe betekenis. Kunstmatige Intelligentie die werk en onderwijs herschikt, klimaatmaatregelen die ingrijpen in wonen en mobiliteit en ecologische grenzen die politieke keuzes afdwingen raken aan zekerheden waarop mensen hun leven hebben ingericht. Dat voelt als versnelling, ook wanneer de onderliggende processen al lang gaande zijn en nu pas onontkoombare kantelpunten bereiken.
Juist daarom ligt hier een opdracht voor instituties en voor een nieuw te vormen regering in het bijzonder. Deze tijd vraagt niet om steeds nieuwe noodgrepen of het doorschuiven van problemen, maar om het durven maken van keuzes die tegen onze kortetermijnreflex ingaan, en die juist daardoor perspectief bieden op de lange termijn. Mensen zijn slecht in het overzien van trage processen; instituties bestaan bij de gratie van hun vermogen dat wél te doen.
Misschien is 2026 inderdaad een jaar van snelle verandering. Niet omdat alles plots nieuw is, maar omdat veel ontwikkelingen tegelijk zichtbaar en onontkoombaar worden. Dat vraagt geen paniek, maar rust, scherpte en bestuurlijke moed.
En voor wie toch een meetbaar snelheidsrecord zoekt: op 2 juni bereiken we onze hoogste snelheid door het heelal in 2026, zo’n 385 kilometer per seconde. We zullen het niet merken. Zoals zo vaak.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant