Home

Tim Prins ziet Spelen aan zich voorbij gaan, schaatsbond wijst Marcel Bosker aan

Olympisch Kwalificatietoernooi Schaatser Tim Prins was er al bang voor: niet hij, maar Marcel Bosker mag naar de Spelen. De selectiecommissie van de KNSB maakt gebruik van een aanwijsplek om de achtervolgingsploeg te complementeren.

Schaatser Tim Prins gaat niet mee naar de Spelen. Hij moet zijn plaats afstaan aan Marcel Bosker.

Zoals iedere editie leidde de kwalificatie die schaatsers moeten doorlopen voor de Winterspelen ook nu weer tot felle kritiek en discussie. Tim Prins is de grote verliezer, werd donderdagmiddag duidelijk bij de bekendmaking van de selectie. Hij moet zijn positie afstaan aan Marcel Bosker, die het Nederlandse team op de ploegenachtervolging kan complementeren. „We hebben een groep willen samenstellen die in Milaan de meeste kans heeft op medailles”, zei technisch directeur Remy de Wit namens de selectiecommissie van schaatsbond KNSB.

Daarmee is een einde gekomen aan de onzekerheid die nog bestond na het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) dat begin deze week werd verreden in Thialf. Dit toernooi, dat door veel deelnemers traditioneel als zenuwslopender wordt ervaren dan de Olympische Spelen waar het allemaal om draait, had voor de meeste schaatsers een harde ja of nee opgeleverd. Maar enkelingen, met name Tim Prins, Kjeld Nuis en Marcel Bosker, verkeerden nog in spanning.

Dat had alles te maken met de ingewikkelde en omstreden selectieprocedure die de KNSB heeft opgetuigd om tot een definitieve afvaardiging te komen voor de Spelen. Die bestaat, kort gezegd, uit een ‘matrix’ met een ‘selectievolgorde’ van de afstanden waarop Nederland de meeste kans maakt op medailles, gebaseerd op  een rekenmodel en prestaties uit het recente verleden. Uitslagen op het OKT bepalen vervolgens wie mag uitkomen op al die onderdelen. Oftewel, met de uitslagentabel van het OKT wordt de matrix ingevuld.

Tot zover de harde logica. Want de schaatsbond heeft ook drie ‘aanwijsplekken’ ter beschikking om schaatsers die zich niet hebben geplaatst via het OKT toch naar de Spelen te sturen. Dit is bedoeld om te voorkomen dat topfavorieten hun plek verliezen door calamiteiten zoals een valpartij. Bovendien zijn er naast individuele afstanden twee collectieve onderdelen, de massastart en de ploegenachtervolging, waarvoor de KNSB het beste team wil samenstellen. Dat klinkt schappelijk, alleen telt de nationale equipe maar negen mannelijke en negen vrouwelijke langebaanschaatsers, wat betekent dat een aanwijsplek dikwijls ten koste gaat van iemand anders.

Op de wip

Prins is slachtoffer geworden van het feit dat bondscoach Rintje Ritsma en de selectiecommissie van de KNSB stayer Marcel Bosker willen inzetten op de ploegenachtervolging, samen met de reeds geplaatste Chris Huizinga en Stijn van de Bunt. Prins en Bosker werden tijdens het OKT allebei derde op een individuele afstand, Prins op de 1.500 meter en Bosker op de 5.000 meter. Op basis van de selectievolgorde zou dit betekenen dat eerstgenoemde naar de Spelen ging. Maar de schaatsbond heeft nu toch voor Bosker gekozen, iets waar Prins al bang voor was.

„Blij was ik niet meteen, en nog steeds niet, want ik zit op de wip”, zei hij dinsdag nadat hij onverwacht vóór favoriet Kjeld Nuis was geëindigd. Hij merkte ook op dat Nederland in principe kansloos is op de ploegenachtervolging, waarmee hij duidelijk maakte dat hij een keuze voor Bosker onterecht zou vinden. Op sociale media sprak Prins donderdag van „een tweede klap” nadat hij kwalificatie op de 1.000 meter op 0,005 seconden was misgelopen.

Nuis, regerend olympisch kampioen op de schaatsmijl, profiteert van de uitsluiting van Prins. Hij stelde teleur met een vierde plek op het OKT, maar mag in Milaan-Cortina nu toch uitkomen op zijn favoriete afstand. Zo is hij naast Bosker de belangrijkste begunstigde van de overwegingen van de KNSB, die hij er tijdens het toernooi nog van betichtte „belachelijke kutregels” te hanteren. Nuis was boos omdat zijn vriendin Joy Beune haar kwalificatie verprutste op de 1.500 meter, waarop ze internationaal al twee jaar ongeslagen is.

Ultieme poging

Bij de vrouwen waren er geen verrassingen in de selectie die de KNSB bekendmaakte. Voor Beune kwam er, als verwacht omdat ze niet is gevallen, geen clementie vanuit de KNSB. Een verzoek van haar ploeg om Beune toch aan te wijzen op de 1.500 meter, werd door de selectiecommissie terzijde gelegd.

De Wit zei ervan overtuigd te zijn dat Nederland „de beste ploeg” op elke afstand naar de Spelen zal sturen, ook op de 1.500 meter bij de vrouwen. „De drie snelste tijden die gereden zijn, zijn zo verschrikkelijk goed. Dit is het systeem: je rijdt anderhalf jaar wereldbekers met elkaar en kijkt wat we daar met elkaar hebben gepresteerd. Op basis daarvan is de kans berekend die medailles oplevert. Dat gaat niet op naam”.

Voor Nederland starten Antoinette Rijpma-De Jong, Femke Kok en Marijke Groenewoud op de 1.500 meter. Jutta Leerdam, die tijdens het OKT viel op de 1.000 meter, kreeg op dat onderdeel wel een aanwijsplek vanwege haar dominantie op die afstand. Ze won in Beijing olympisch zilver, is tweevoudig wereldkampioen en bovendien Nederlands recordhoudster. Naomi Verkerk, die derde werd op de kilometer en zich daarmee in de matrix reed, valt als tiende vrouw in de volgorde definitief buiten de selectie.

Massastart

Op de massastart had de selectiecommissie ook nog een verrassing in petto. De jonge Stijn van de Bunt (21), die op het OKT stuntte met overwinningen op de vijf én de tien kilometer, zal samen metde dan 40-jarige Jorrit Bergsma aan de start verschijnen. Dat Bergsma zou worden gekozen werd vanwege zijn twee wereldbekerzeges eerder dit seizoen in de verwacht, maar Van de Bunt is relatief onervaren op dit onderdeel.

De discussie over de selectiemethode zal na de Spelen worden voortgezet, besloot De Wit. „Ook ik heb me tijdens het OKT soms afgevraagd of dit de gewenste druk is die je moet willen. Sporttechnisch zijn we ervan overtuigd dat een prestatiemoment goed is. Maar in een aantal situaties was de druk te hoog.”

Source: NRC

Previous

Next