Home

‘Mijn dochter is door mijn eigen handelswijze overleden’

Toen haar man naar Tunesië wilde verhuizen, voelde Annette zich niet sterk genoeg zich tegen zijn wens te verzetten. De emigratie had verstrekkende gevolgen. In deze serie spreekt Barbara van Beukering mensen die spijt hebben van een beslissing.

Barbara van Beukering is journalist. Voor Volkskrant magazine interviewt zij wekelijks mensen over spijt.

Annette (62, spelleider ouderenzorg): ‘Hij was supergoed geïntegreerd, dat vond ik erg aantrekkelijk aan hem. Aanvankelijk wist ik niet eens dat hij uit Tunesië kwam, omdat hij helemaal geen accent had. Hij had me aangesproken op een filmfestival in Utrecht, het was liefde op het eerste gezicht. Ik was 27 en bijna klaar met mijn studie internationaal recht, hij was 38 en kunstenaar. Hij woonde hier sinds hij begin twintig was. Hij praatte als een Nederlander, gedroeg zich als een Nederlander en was heel goed op de hoogte van de Nederlandse politiek. In die tijd was ik nogal links georiënteerd en erg kritisch. Hij helemaal niet, hij vond alles hier geweldig.

‘We gingen op een flat wonen in een buitenwijk van Amsterdam waar we drie kinderen kregen. Het was klein, wij sliepen in de huiskamer. Dolgelukkig waren we toen we ingeloot werden voor een nieuwbouwproject in een dorpje vlakbij. Net voordat ons vierde kind werd geboren, konden we verhuizen naar een koophuis met een tuin. De kinderen voelden zich snel thuis omdat we tussen de jonge gezinnen woonden. Ik kon met de fiets en de metro naar mijn werk op de universiteit. Het was een heel vol, maar ook heel fijn bestaan. Als ik eraan terugdenk was dat de gelukkigste periode van mijn leven.

‘Op een dag werd er aangebeld. Er stond een echtpaar voor de deur: ‘We hebben gehoord dat dit huis te koop staat, kunnen wij het misschien alvast op de bonnefooi bezichtigen?’ Ik keek ze aan alsof ik water zag branden en verzon een smoes waardoor ze afdropen. Toen ik mijn man er ’s avonds mee confronteerde, vertelde hij dat hij ons huis bij een makelaar in de stille verkoop had gezet. Als argument voerde hij aan dat we in de begintijd van onze relatie vaak gefantaseerd hadden over een toekomst in Tunesië. In de tussentijd had hij een stuk land van zijn vader geërfd waarop hij een huis had laten bouwen. In mijn optiek zou dat een vakantiehuis worden, hij wilde er opeens permanent gaan wonen.

Niet sterk genoeg

‘Voor mij was dromen over een leven in het buitenland een gepasseerd station. We konden onze kinderen toch niet zomaar uit hun levens plukken en ergens anders planten? Hij vond het hier in de Randstad veel te druk, in Tunesië zouden de kinderen veel meer ruimte hebben. In de loop der jaren was hij negatiever over Nederland geworden. Hij vond het klimaat hier aan het verrechtsen en zei dat onze kinderen hier later gediscrimineerd zouden worden. Hij overspoelde mij met argumenten en ik was niet sterk genoeg om me ertegen te verzetten. Gewoon zeggen: nee, we gaan niet. Daar heb ik zo ontzettend spijt van.

‘Ons huis hadden we binnen de kortste keren verkocht met een flinke overwaarde. Ik was helemaal niet blij, had voortdurend een knoop in mijn maag. We vertrokken met onze vier kinderen op de achterbank in een grote auto met een aanhangwagen. Hoe zuidelijker we in Tunesië kwamen, hoe unheimischer ik me voelde. In een stad tegen de Algerijnse grens werden we hartelijk ontvangen door zijn familie. Ons huis was mooi, zeker voor Tunesische begrippen. Maar de familie leefde primitief, op z’n Berbers, iedereen zat op kleedjes op de grond. De neefjes van mijn man vroegen wat ze moesten doen om naar Nederland te komen. Ze begrepen er helemaal niks van dat wij juist daar gingen wonen.

Harde gil

‘Op een nacht hoorde ik Deirdre, onze oudste dochter van 7 jaar, heel hard gillen. Wij renden naar haar toe en ze klaagde dat ze pijn in haar arm had. Mijn man reed samen met een neef naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Ik bleef thuis want ik kon de andere kinderen niet alleen achterlaten, maar er leek ook niet veel aan de hand. Toen mijn man thuiskwam, vertelde hij dat ze vermoedden dat Deirdre een voedselvergiftiging had. Ze moest er een nachtje blijven, de volgende dag zou ze onderzocht worden. Ik ging meteen naar haar toe.

‘Ik trof haar alleen op een kamer waar ze in bed aan het infuus lag. De hele nacht keek ik naar die zak met vloeistof, maar er ging geen druppeltje haar lichaam in. Deirdre kreeg koorts en begon te ijlen. Af en toe had ze een helder moment, maar ze zakte steeds verder weg. Het was bloedheet, ik denk dat het wel 40 graden was. Ik wilde Deirdre een slok water geven, maar er kwam geen water uit de kranen. Ik ging in dat lege ziekenhuis op zoek naar een verpleegkundige of een dokter, maar er was helemaal niemand. Langzamerhand realiseerde ik me hoe zorgelijk de situatie was.

‘Eindelijk werd het licht en kwamen er artsen die Deirdre met een vaart naar een onderzoekskamer brachten. Daar probeerden ze haar bloed te prikken, maar dat lukte niet omdat haar bloed helemaal verdikt was. Er werd tegen ons gezegd dat we beter naar een ander ziekenhuis konden gaan. We hebben Deirdre met infuus en al in onze auto – ambulances waren er niet – naar dat andere ziekenhuis gereden. Ik zat op de achterbank, Deirdre lag op mijn schoot. Op een gegeven moment klapte haar hoofdje opzij en riep ik tegen mijn man: ‘Ze gaat dood!’ Hij antwoordde: ‘Doe dan iets, jij hebt toch een EHBO-cursus gedaan?’ In het andere ziekenhuis zijn ze heel lang met haar bezig geweest, maar ze hebben haar niet meer kunnen redden. Ze bleek aan een schorpioenenbeet te zijn overleden. Het had behandeld kunnen worden als er heel snel antistof was toegediend. Maar omdat ze ervan uitgingen dat het een voedselvergiftiging was, hebben ze met die mogelijkheid helemaal geen rekening gehouden.

Zo snel mogelijk terug

‘Na de uitvaart zei ik tegen mijn man dat ik zo snel mogelijk terug wilde naar Nederland, ik wilde daar geen dag langer blijven. Hij begreep dat, maar hij moest nog blijven om dingen te regelen. Ik vond met een beetje geluk een huurhuis in Almere en deed mijn uiterste best het leven weer op te pakken. Dat moest voor de drie andere kinderen, ik wilde ze zo graag een leuke jeugd geven. Na een half jaar kwam mijn man terug en toen hebben we nog een kind gekregen. Ze kwam als een complete verrassing, maar ze was ontzettend gewenst. Door haar werd het gezin weer een beetje compleet. Ons huwelijk heeft het niet gered, we zijn inmiddels al vijftien jaar gescheiden.

‘Waar ik echt heel erg veel spijt van heb, is dat ik me niet heb verzet tegen de verhuizing naar Tunesië. Ik heb het laten gebeuren. Ik ben laf en zwak geweest. Mijn man was nogal dominant, maar mijn eigen rol hierin vind ik verwerpelijk. Ik verwijt mezelf gebrek aan moed en verzet. Mijn intuïtie was juist, ik wist dat we niet moesten gaan. Jarenlang heb ik het gevoel gehad dat mijn dochter door mijn eigen handelswijze is overleden. Het had niet hoeven te gebeuren.

‘Mijn kinderen en mijn vriend vinden dat ik te hard over mezelf oordeel. Ik heb hulp gekregen van een psycholoog die me heeft geleerd om het minder bij mezelf te zoeken. Rationeel kan ik het ook goed beredeneren. Als we in Nederland waren gebleven, had ze ook onder een bus kunnen komen. Dan verwijt je jezelf ook niet dat je in Almere naast een buslijn bent gaan wonen. Alleen die redenering werkt in dit geval niet omdat ik iets deed waarvan mijn intuïtie schreeuwde dat ik het niet moest doen. Deirdre heeft de prijs betaald voor mijn lafheid. In mijn maag zit een klomp van spijt, schuld en enorm verdriet.’

Op verzoek van de geïnterviewde zijn de namen van Annette en Deirdre gefingeerd. Kampt u ook met gevoelens van spijt en wilt u daarover in deze rubriek praten, stuur dan een mailtje naar b.vanbeukering@gmail.com

Source: Volkskrant

Previous

Next