Peter Buwalda is schrijver en columnist van de Volkskrant
Ik ben van de werkverschaffing. Eens per jaar klop ik bij mezelf aan: ‘Goeiemorgen, werkverschaffing. Het is weer zover.’ En dan kijk ik op mijn horloge.
Wat ik mezelf kom opdragen is het ‘opschuiven van de boeken’.
‘Als je het zo noemt, snapt niemand het.’
‘Sowieso zal niemand het snappen. Jij wel?’
‘Eigenlijk niet, nee.’
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Men/je/ik koop(t) boeken bij de vleet. De Vleet zou onze boekhandel mogen heten. (Maar hij heet al Van Kemenade en Hollaers, ook fraai, komt allen.)
Genoemde boeken dienen te pruimer tijd (als die rijp is) gelezen te worden, kalm aan dus, maar veel sneller moeten ze in Jurassic Kast komen te staan, de 6 meter hoge monsterkast die de neven Hamer, timmerlieden te Breda, hebben opgetrokken voor als de Linda me komt fotograferen.
(Hamer… die naam… beter zelfs dan Spijker of Schroef… alleen afwaarderende namen zijn nog beter… zoals Roest, mijn fietsenmaker… of Benno Baksteen, de pilotenwoordvoerder… iets als de neven Houtrot voor al uw timmerklussen… maar zo heet niemand… Hamer kan niet beter dus… Chapeau…)
‘Wat moeten die puntjes?’
‘Dat zijn mijmerpuntjes.’
Er valt ook veel te mijmeren, vooral tijdens het jaarlijkse opschuiven van die vele boeken, omdat de nieuwe oogst dus ieder jaar, ik verklaar me eindelijk nader, van de Werkverschaffing op alfabet gezet moeten worden. Mensen beseffen niet hoeveel tijd het kost. Ooit heb ik geboden op een woonboot in de Herengracht, ik hoefde alleen nog te tekenen, toen ik vernam dat die sloep om de haverklap opgetakeld, geteerd en geschilderd moest worden.
Aju. (Dhr. A. Ju, verder te noemen Koper, heeft zich hedenochtend teruggetrokken.)
Het opschuiven der boeken is meer werk. Het probleem is dat je ieder boek apart moet oppakken en verplaatsen. Achtduizend stuks. Zoveel staan er niet bij De Vleet, geloof mij maar. Ondertussen dien ik op meters hoogte boven een gietbetonnen vloer twee geheel verschillende skills aan te spreken, het is wekenlang turnen en schaken tegelijk, kwestie van én niet van de bouwladder aflazeren én voortdurend het alfabet tot in de haarvaatjes doorexerceren. Epke Timman.
Alles wat Chat nooit zal leren. Bedenk wel, schrijvers heten Tureluur, maar ook Tureluurs, en ook Tuureluurste, maar ook Türeluure. Sta ik dan, trillend met in iedere hand zeven boeken op de wankele treden van Jurassic Trap, ongezekerd, zonder zuurstof, nooit naar beneden kijken, niet reageren op stressige ‘pas-je-wel-ops’ vanuit het basiskamp.
Vaak vergeet ik een boek. Ben ik al zeven planken verder.
‘Dan ga jij alles weer opschuiven. Waarom toch?’
Daarom toch.
Ik heb die kutboeken inmiddels zo vaak stuk voor stuk vastgehad, dat ik die hele kast kan memoriseren. Ik som hem zo op! Wedden (dat)? Waar zijn Brink en Kroepoekje? En ik merk het dus als iemand er eentje jat, een g’noot of zo. Hmmm, waar is bijvoorbeeld Op de vuist met de engel van Jos Ruting? (Die kent echt niemand meer. Maar ik wel. Ik miste hem meteen. Bleek ik achter Rutebeuf en zelfs Runyon te hebben gezet, klapjes verdiende ik.)
Tijdens het zwoegen mijmer ik over nabuurschap. Welke krabbelaar mag naast Shakespeare staan. Of naast Kafka. (Han Kang. Succes!) Mooi zijn ruggelingse aartsvijanden, liefst verlijmd met vliegenstront. (Komt voor.) Zelf heb ik ooit Buysse gekocht, trouwens, omdat er een flapdrol tegen me aanleunde.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns