Oceaanroeien 4.800 kilometer roeien. Van de Canarische eilanden naar de Caribische, dwars over de Atlantische Oceaan. En dan ook nog eens zo hard mogelijk. Mark Slats (48) deed het al drie keer, en is bezig aan zijn vierde poging. „Het is altijd spannend. ja, maar dat maakt het ook wel weer mooi, hè.”
Mark Slats doet mee aan The World's Toughest Row.
Boven op een berg op het Spaanse eiland La Gomera neemt Mark Slats – ontbloot bovenlijf – zijn telefoon op. „We hebben niet zoveel meer op de boot te doen. Dus we zijn even 25 kilometer ofzo aan het lopen, naar de andere kant van het eiland. Hierboven is bereik.” Hij laat de omgeving zien: roodbruin vulkanisch gesteente onder een felblauwe lucht. Zijn teamgenoten liggen verder bergafwaarts te soezen. Het is 10 december, twee dagen voor de geplande start van de World’s Toughest Row, het grootste mondiale evenement oceaanroeien, naar het Caribische Antigua. 43 boten uit allerlei landen doen mee. Naast Slats nog één ander team met Nederlanders, Bestgole.
In 2017 roeide Slats (48) voor het eerst de Atlantische Oceaan over, solo. Hij schreef meteen het wereldrecord op zijn naam: ‘slechts’ 30 dagen had hij nodig. In 2020 deed hij het nog eens dunnetjes over, als duo met Kai Weidmer. Wéér een wereldrecord. Ze waren zelfs eerder dan de viertallen aan de overkant. En vorig jaar met z’n vieren, weer als eerste aan de overkant – maar geen record. Het huidige record voor de viermans staat op 29 dagen, 13 uur en 34 minuten. Dat wil Slats dit jaar verbreken.
Maar hij doet het niet alléén voor de records: het team zamelt ook geld in voor het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie. Slats haalde de afgelopen jaren in totaal 58.000 euro op en hoopt dit jaar de 100.000 te halen.
Als de in Australië geboren Wassenaarder niet roeit, is hij wel met een andere uitdaging bezig: tien ironmans in tien dagen, of solo de wereld rondzeilen. Daarnaast runt hij een eigen bedrijf, dat roeiboten bouwt – het type waar hij medio december instapte. Ook heeft hij een vrouw en een zoontje van twee.
Vlak voor het interview kreeg het team in de veiligheidsbriefing te horen dat de start waarschijnlijk een dag naar voren gehaald zou worden, vertelde Slats. „Er komt heftig weer aan: tot 35, 40 knopen wind [8 beaufort]. Dan is het natuurlijk lekker dat je wat verder van de eilanden bent. Het wordt een keiharde noordoostenwind, precies wat we nodig hebben.”
„Je kan natuurlijk een keer rollen, kapseizen. Maar we hebben getraind met harde wind, we zijn er klaar voor. Iedereen heeft een paar dagen nodig om in te komen, of misschien wel een week. En als je dan gelijk zo’n storm hebt, ja, dat is wel heftig. Maar voor de ervaren teams is het een goede manier om te ontsnappen, uit te lopen.”
„In 2017 ben ik misschien wel honderd keer gekapseisd. Dat gebeurde met het slechte weer één keer per twee uur of zo. Er wordt nu een golfslag van tussen de vijf en acht meter voorspeld volgende week – dat is het heftigste wat ik ooit heb gezien in deze race.”
„De boot is zelfrichtend, dus die komt altijd weer overeind. En je zit altijd aan de boot vast. Maar je loopt wel het risico dat je geblesseerd raakt, want je wordt wel ergens tegenaan gegooid.”
„Het is natuurlijk altijd wel spannend. Maar dat maakt het ook wel weer mooi, hè.”
„Ik was sowieso wel gaan trainen, hoor. Want ik wilde met het WK indoor roeien meedoen; ik wilde weer een uitdaging in het vooruitzicht. En toen kwam dit team. Ik gebruik ze altijd in mijn lezingen: het zijn twee bergbeklimmers en een bouwvakker en ze versloegen een olympisch team op de Pacific. Eind maart kreeg ik een oproep van deze jongens.”
Mark Slats (rechts in de boot) samen met zijn drie teamleden in de voorbereidingen op The World’s Toughest Row.
Hoewel Slats eerste reactie was: „dat ga ik niet doen”, begon hij er toch over na te denken. Het team, Kiwi Fondue, met twee Zwitsers, Lorenz en Alex Gammeter en de Brit Alex Brooker, is ervaren en goed georganiseerd: Slats hoefde alleen maar de boot voor te bereiden. „Toen ben ik nog wel vier weken bezig geweest om mijn vrouw te overtuigen. Als het thuisfront er niet achter staat, gaat het niet lukken. Er waren wel wat dingen die aangepast moesten worden.”
„Ik ging altijd om vier uur ’s ochtends trainen; dan heb ik het maar gedaan. Voor m’n werk, dat vind ik fijn. Maar mijn zoontje of vrouw werden daar wakker van, dus ben ik ook ’s avonds gaan trainen – wat ik veel zwaarder vind.”
Vijftien tot dertig uur per week trainde Slats dit jaar, het overgrote deel op de ergometer. Meestal roeien ze aan boord met z’n drieën tegelijk: drie uur roeien, een uur pauze. Of een uur roeien, twintig minuten pauze, afhankelijk van de omstandigheden. ’s Nachts doen ze twee uur roeien, twee uur slapen.
Afzien is niet alleen een kleine maand lang meer roeien dan rusten. Op een bootje van negen bij anderhalve meter met vier bomen van kerels bivakkeren is dat ook. Voor en achter is een kleine cabine. Die deel je met z’n tweeën; als de een slaapt, roeit de ander. Slapen doen ze op een matje van vijf centimeter dik. „Je slaapt ook maar kort: voordat je pijn in je rug hebt, moet je alweer naar buiten.” De wc is een emmer en ze leven van gevriesdroogd voedsel.
Alle zakken droogmaaltijden en snacks zijn minutieus uitgeteld. „Ik eet best veel, maar ik ben daar vrij uniek in. Ik eet aan boord zo’n 13.000 kilocalorieën per dag. De meesten eten maar 5.000 calorieën. Maar dat haal ik nu niet eens: dan heb ik de hele dag honger.” Drinkwater maken ze aan boord zelf, met een watermaker. Tien liter drinken ze per persoon per dag. Qua kleding hebben ze ieder vier shirts en acht boxershorts mee. „Ik roei altijd in mijn boxershort, met blote buik. En ik heb een regenjasje.” Om de paar dagen doen ze de was.
„In 2005 zeilde ik van Afrika naar het Caribisch gebied, toen kwam ik een roeibootje tegen op zee. Ik dacht: dat is kicken zeg, ik wist helemaal niet dat mensen dat doen. Dat wil ik ook. Maar dan kom je in Nederland, zet je een bedrijf op en ben je voor je het weet twaalf jaar verder. In 2016 dacht ik: voor mijn 40-ste wil ik fitter zijn dan ik ooit geweest ben, en dat moet ik met een doel doen.”
„Ja, maar ik heb natuurlijk ook al grote dingen gedaan. Ik heb al twee keer non-stop solo rond de wereld gezeild. Ik hou wel van grote doelen. En ik zag al die mensen die dat deden. Ik dacht, nou, dat moet ik ook wel kunnen.”
„Ik hou van diepe dalen en hoge pieken. En ik doe altijd wel een beetje gekke dingen. Ik heb twee jaar geleden tien ironmans gedaan in tien dagen. Het geeft een onwijs gaaf gevoel om zo’n oceaan over te gaan op spierkracht. Ik realiseer me ook dat ik bevoorrecht ben, dat ik dit soort dingen gewoon kan doen. Het is een uitdaging die heel veel geld kost: zo’n campagne kost anderhalve ton. Ik doe het nu voor de vierde keer; ik heb geen euro op de bank, maar ik heb een heel mooi leven.”
„Het gaat mij erom dat we met z’n vieren op de boot stappen en dat we geen centimeter laten liggen in die oceaan. Dat we er altijd voor elkaar zijn. Eigenlijk het enige waar je mee bezig moet zijn: hoe kan ik zorgen dat mijn maatje sneller gaat? Alle hardship delen op een plek die zo groot is als jouw eetkamertafel.”
„Door oprechte interesse in elkaar te hebben. In het dagelijks leven is het allemaal snel, zijn we met tien dingen tegelijk bezig. Er is nooit echt tijd om te praten. En nu heb je alle tijd van de wereld voor elkaar. Dat kan op een hele simpele manier: gewoon vragen hoe het met iemand gaat. Noem eens tien dingen over je overgrootoma, of je tante of je broer. En dan echt geïnteresseerd luisteren.”
„Naar de harde wind en de hoge golven. Dat is gewoon zó gaaf, dan gaat de tijd zo snel. Als je aan het surfen bent op van die monstergolven, dan ga je zestien, zeventien knopen.”
„Ja, tuurlijk, dat ik weer pijn in mijn billen krijg bijvoorbeeld. Weet je wat het rare is? De meest comfortabele plek aan boord wordt op een gegeven moment de roeipositie. Want als je eenmaal aan het roeien bent, dan wordt je lichaam warm en kom je er wel weer in. Ik hoop ook echt dat we geen windstille dagen krijgen. Dan is het zo verschrikkelijk heet, dat je continu zeiknat bent van het zweet. Dan lijkt het alsof je je riemen door beton moet halen.”
„Absoluut. Op het moment dat je Antigua ziet, is er natuurlijk blijdschap: we hebben het gedaan. Dat is natuurlijk fantastisch, je ziet je geliefden weer. Maar het is ook altijd een dubbel gevoel. Want je leven is zo simpel geweest die dertig dagen. Je hebt geen contact met de buitenwereld. Het enige wat je moet doen is eten, roeien en slapen. En er voor mekaar zijn.”
De boot bevat twee kleine cabines, waar de vier roeiers afwisselend kunnen slapen.
Twee dagen na het interview stuurt Slats’ woordvoerder een appje: de race is uitgesteld tot de hevige wind gaat liggen. De organisatie acht het toch onverantwoord om te starten met storm Emilia.
Bij de daadwerkelijke start, op 14 december, is de wind in de rug is afgezwakt naar twintig knopen en de golven naar drie meter. Op de live kaart op de website van de organisatie is te zien hoe twee virtuele bootjes, een oranje en een gele, zich de dagen erna langzaam losweken van de gekleurde groep: 44West aan kop, op de hielen gezeten door Kiwi Fondue.
Vanaf de echte boot blijft het lang stil, ondanks het internet aan boord. Vijf dagen na de start verschijnt de eerste foto online. De ruggen van twee roeiers onder een bewolkte lucht. Een paar dagen later een regenboog, en een kort filmpje: ze moesten het water in om het roer te repareren. Op 1 januari liggen Slats en zijn team nog steeds tweede, ze hebben inmiddels 2.861 kilometer afgelegd. De woordvoerder: „Mark had het van tevoren gezegd: Starlink aan boord is leuk, maar te veel communiceren gaat ten koste van de prestatie.”
Source: NRC