Dat de vreugdevuren bij de jaarwisseling vreugdeloos zouden zijn, heeft me niet verbaasd, wel dat ze me gewelddadiger dan ooit leken. Alle waarschuwingen ten spijt waren er overal rellen in het land, van Breda tot Den Haag en Amsterdam werden hulpverleners en politiemensen met vuurwerk bekogeld en uiteindelijk bleek ook de Vondelkerk afgefikt.
Was vuurwerk de oorzaak van de brand in de Amsterdamse Vondelkerk, vroeg men zich in het eerste NOS Journaal van het jaar nog af. Ik heb er meteen iemand van onderzoeksbureau Abrahams Quick Research op afgestuurd en binnen tien minuten meldde de directeur, een overigens ietwat gelijkhebberige figuur: ,,Geen twijfel mogelijk: vuurwerk!’’
Even na middernacht had ik al voor de complete ondergang van heel Nederland gevreesd toen de telefoon in mijn broekzak bijna ontplofte van wat een NL-Alert bleek te heten, maar mij eerder een laatste waarschuwing van Poetin of Trump toescheen: ,,We komen eraan!’’
De buren met wie ik de jaarwisseling vierde, hadden eerder wat herinneringen opgehaald aan Oudjaarsnachten. ,,Dan stonden ze hier op de brug urenlang pijlen af te schieten en woei er een vonkenregen in onze richting. Ik dacht weleens: straks staan al onze huizen in brand.’’
Daar ben ik nou nooit bang voor geweest, dacht ik in al mijn onnozelheid, zo’n vaart zou het in Amsterdam heus niet lopen. Ik maakte me altijd drukker over mijn kat: zou die al dat geknal om ons heen wel overleven als ik niet thuis was? Kon ze in het donker achterblijven of zou ik toch maar een enkel lichtje laten branden?
Toen ik dit keer thuiskwam, was dan ook mijn onvermijdelijke impuls: zoek de kat. Ik was snel uitgezocht. De kat stond achter de deur en draaide zich meteen om, terwijl ze mij miauwend voorging naar haar lege voerbak in de keuken. Het is een wijdverbreid misverstand: katten zijn niet bang voor vuurwerk, maar voor lege voerbakken.
Mijn tweede impuls richtte zich op mijn mobieltje: het nieuws over de bijna afgelopen nacht. Het eerste wat ik las: ‘Vondelkerk afgebrand’. Mijn zucht moet door Femke Halsema gehoord zijn, want zij zuchtte later in het Journaal precies hetzelfde: ,,Verschrikkelijk.’’
Die prachtige Vondelkerk, waar in 1969 Gerard Reve in een opzienbarende uitzending van de VPRO geëerd werd als P.C. Hooftprijswinnaar. Nu een verwoeste kerk in een wijk van de Amsterdamse elite. Zou het één met het ánder te maken kunnen hebben? Is hier sprake van publieke wraak die nu eens als een heet gerecht geserveerd word? Mij dunkt, werk aan de winkel voor eerder genoemd onderzoeksbureau.
Een kwestie in het verlengde hiervan: wat gaan we met Nederland tijdens Oudjaarsnacht doen? Is het wel zo verstandig om dat landelijke vuurwerkverbod in te voeren? In Amsterdam heeft zo’n verbod alleen averechts gewerkt. Men knalde door tot de Vondelkerk instortte.
Misschien is het Nederlandse volk in brede lagen nog niet rijp voor het verbod en moeten we het voorlopig zoet houden met één nacht vol lawaai, bloed, brand en tranen. Koningsdag kan er ook nog bij. Maar de rest van het jaar doen we alsof er niks met ons aan de hand is.
Source: NRC