Home

Met oudjaar lekker auto’s in de fik steken op het kruispunt, dat laat Veen zich niet afnemen

De inwoners van het Noord-Brabantse dorp Veen doen tijdens de jaarswisseling al decennia met overgave iets wat niet mag: auto’s in de fik steken. ‘Wij zijn het hele jaar aan het werk en willen dan een avond iets bijzonders.’

is verslaggever van de Volkskrant.

Het is even na tien uur op oudejaarsavond als Peter, zich warmend aan de vlammen van een van de tientallen vreugdevuurtjes in het Brabantse dorp Veen, een voorspelling doet: ‘Niemand weet hoe laat het gaat gebeuren, maar het gaat gebeuren.’

In de Grotestraat wacht hij met een stuk of zestig andere jonge mannen en vrouwen voor een partytent. Op straat staat een overvolle bak met brandende pallets en planken, omringd door roodgloeiende brokstukken hout. Met een tuinslang houdt iemand verderop een heg nat.

Er mag wel meer niet

‘Vrije Staat Sicilië’, staat er op een sticker op een barmeubel. Sommigen dragen dezelfde leus op hun jas. Het is de geuzennaam van het dorp, nadat een burgemeester de jaarlijkse anarchie had vergeleken met die in een Siciliaans maffiadorp.

Is dit de laatste keer dat er in Veen vuurwerk wordt afgestoken? Peter, die net als de meeste andere inwoners niet met zijn achternaam in de krant wil, haalt zijn schouders op. ‘Is dat al besloten dan? Ach, er mag wel meer niet.’

De bewoners van Veen hebben een behoefte die honderdduizenden Nederlanders kennen tijdens de jaarwisseling. Ze doen iets wat ze normaal gesproken nooit zouden doen. Iets wat niet mag. Het is traditie. ‘Wij zijn het hele jaar aan het werk en willen dan een avond iets bijzonders’, zegt Peter. ‘De rest van het jaar is hier echt helemaal niets te doen.’

Traditie

De mannen, meest twintigers met strakgekamd haar, opgeschoren boven de oren, roemen de saamhorigheid in het dorp. Ze noemen zich Veensen en voelen zich anders dan bijvoorbeeld het volk van Andel, een paar kilometer verderop.

Hard werken, dat is belangrijk in dit protestantse dorp dat geen carnaval viert. ‘Ik wil niet opscheppen, maar ik zal me bij een hoofdpijntje nooit ziek melden’, zegt een feestvierder bij de tent. ‘Ik weet toch dat dat mijn baas geld kost. En die baas ken ik ook.’

Dus ga je rond oud en nieuw auto’s ‘stoken’, zoals dat in Veen heet.

De dozen met vuurpijlbatterijen die even na middernacht de straat worden opgesleept en bijna achteloos worden aangestoken, vormen eerder het decor dan hoofdact. De echte traditie, al meer dan vijftig jaar, vindt plaats op ‘het kruis’.

Kruispunt

Zo wordt de plek genoemd waar honderden dorpsbewoners zich na middernacht verzamelen: het kruispunt van de Witboomstraat en de Van der Loostraat, voor de deur van huisartsenpraktijk Veen en de christelijke boekhandel ’t Schrijvertje.

Er staan kleine kinderen en oude oma’s, maar vooral veel tieners die geroutineerd cobra’s gooien. Iemand in een rolstoel, door lachende omstanders ‘die Syriër’ genoemd, probeert te vluchten voor de vuurwerkbommen, maar hij zit vast in een tuin. Pas als vier metgezellen hem eruit hebben getild, kan hij weg.

‘Dit is toch spannend’, zegt een oudere dame. ‘Ik sta hier al vijftig jaar, ook al toen ze hier begonnen met het in de fik steken van appelkistjes van de handelaar op de hoek. Al die moeite die ze moeten doen om met die auto’s hier te komen.’

Kat-en-muisspel

Een kat-en-muisspel, noemt iedereen het. Al weken is er extra politie op de been. Die heeft tot vanavond kunnen voorkomen dat er brandende auto’s op de kruising zijn beland. De afgelopen jaren gebeurde dat ook al op andere decemberdagen, in de aanloop naar oudejaarsdag. Tot er vorig jaar een politiewagen in de fik werd gestoken. De Mobiele Eenheid veegde daarna het kruispunt leeg.

Dit jaar waren er in de aanloop naar oudjaar al veel controles op de wegen naar het dorp. Auto’s werden klemgereden, wie zich niet kon identificeren kreeg een boete.

‘Ze zijn nu veel minder schappelijk dan vroeger’, zegt Govert van Andel, een 62-jarige voormalige ‘stoker’. Waaraan hij toevoegt dat degene die de politiewagen vorig jaar in de fik stak (‘Daar vroegen ze wel een beetje om, door die auto zo achter te laten’) van buiten kwam. ‘Een Veense zou zoiets nooit doen.’

Brandende sloopauto’s

Toch is er vanavond geen politie te zien op het kruispunt. Veen is hier de baas. Maar waar blijven de auto’s?

De eerste auto werd ergens in de jaren negentig ‘opgereden’. Hij was afkomstig van een plaatselijk sloopbedrijf. Nu worden ze uit België gehaald, zonder kenteken. In de weken voor de jaarwisseling worden ze in garages en loodsen verstopt. Op het moment suprême worden ze dan ineens naar het centrum gereden, slalommend langs betonnen wegversperringen.

En ja hoor, even na een uur ’s nachts, komt er ineens een Volkswagen Beetle aangereden. Een gejoel stijgt op. De bestuurder springt uit de auto, giet benzine op de achterbank, steekt het aan en even later staat de wagen in lichterlaaie. Dan komen er jongens op af die de ruiten intrappen en ingooien met bierflesjes en stenen. Er belandt ook vuurwerk in de vlammen. ‘Nu gaat het toch weer kriebelen’, zegt Van Andel.

Een uurtje later komt de tweede auto aangereden. Die botst achterop het nog brandende eerste voertuig. Dan volgt dezelfde procedure: heel even vat de bestuurder zelfs vlam. De twee auto’s vormen het begin van een brandend rijtje dat in sommige jaren tot elf auto’s is uitgegroeid.

De zwarte rook trekt langs de appartementen, de bewoners laten zich niet zien of horen. De brandweer blijft vooralsnog weg. De jaarlijkse schade aan de klinkers bedraagt tienduizenden euro’s. ‘Dat betalen we via de gemeentebelasting’, zegt Van Andel. En die auto’s, die kopen ze zelf, soms gesponsord door een rijke fruitteler. ‘Wij steken niet andermans auto in de fik, zoals in Den Haag en andere steden. Dit is helemaal van onszelf.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next