Rens Bod | hoogleraar digital humanities De mens is een uniek dier. Want welk ander wezen kan bijvoorbeeld een bijl maken om daar vervolgens een speer mee te fabriceren? Maar, zegt Rens Bod, laten we „vooral bescheiden blijven”.
Een razende encyclopedie is het geworden, het nieuwe boek van de Amsterdamse hoogleraar digital humanities Rens Bod: Het unieke dier. Op zoek naar het specifiek menselijke. In 300 pagina’s laat hij zo ongeveer alle mogelijke overeenkomsten en verschillen passeren tussen mensen en andere levende wezens. Bod (1965) ziet bijvoorbeeld de menselijke eigenschap ‘zingeving van het bestaan’ ook in het gedrag van varkens in de bio-industrie die elkaar ondanks de gruwelijke omstandigheden proberen op te zoeken, aan te raken en te ondersteunen. Bod haalt daar zelfs het werk van psychiater Victor Frankl bij, dat gaat over menselijk overleven in Auschwitz. Maar ook de verrassende doelmatigheid in de voedsellogistiek van slijmzwammen krijgt een plaats.
Een Engelse vertaling is onderweg, vertelt Bod tijdens een gesprek op zijn werkkamer in een labyrintisch UvA-pand in het centrum van Amsterdam. „Maar dat dat even duurt is helemaal niet erg, want dan kan ik de kritiek op de Nederlandse versie mooi gelijk verwerken in de editie voor de rest van de wereld.”
En kritiek zal er zeker komen, in de afweging van zóveel feiten en overwegingen kan nooit alles goed gaan. Al bij de feestelijke aftrap van Bods boek in november zei bijvoorbeeld de Amsterdamse cognitiewetenschapper Henkjan Honing in een gesproken column dat „de poging om juist bij de mens één exclusief kenmerk te vinden […], een merkwaardig, misschien zelfs pretentieus streven” is. Honing ziet meer in een combinatie van eigenschappen.
Bod erkent dat zo’n combinatie belangrijk is, maar zoekt toch ook één onderliggende typische menseneigenschap. Bods eigen Grote Conclusie is dat het kenmerkende verschil „het menselijk vermogen tot onbegrensde recursie zou kunnen zijn”. Recursie? „Ja”, zegt Bod, „dat je een handeling opnieuw kunt toepassen op het resultaat van die handeling.”
Rens Bod: „Nee, want ook planten vertonen gedrag. Ze hebben interactie met hun omgeving. En wortels zoeken doelgericht hun weg in de grond, zo lijkt het toch wel. Sommige planten waarschuwen elkaar zelfs met vluchtige organische stoffen voor vraatinsecten. De grote vraag is dan: is dat écht intentie, is dat écht altruïsme?
„Wat ik zie, is dat er op zijn minst een parallel gedragspatroon is met wat we bij mensen en andere sociale dieren zien aan altruïsme en intentie. Dat moeten we durven constateren, anders komen we nooit een stap verder. En verder zijn er natuurlijk heel veel verschillen met planten, schimmels en allerlei andere niet-dierlijke wezens, die niet eens een zenuwstelsel hebben. Maar kennelijk zijn er ook overeenkomsten, parallelle gedragspatronen met ons. En is dat echt zo gek? Biologisch zijn wij allemaal met elkaar verbonden via de grote boom des levens. Van de eerste eencellige tot alles wat nu leeft.”
„Misschien dat het dus ook bij ons niet 100 procent op bewuste overwegingen is gestoeld. Dat het ook bij ons een mogelijkheid is die we hebben meegekregen in onze genetische informatie. En vervolgens wordt het bij ons verder cultureel ontwikkeld en uitgewerkt. En niet alleen bij ons, ook bij chimpansees gebeurt dat. De chimpansees uit het Taï-bos in Ivoorkust hebben heel andere gebruiken om zieken en zwakken te behandelen dan de chimpansees uit Gombe in Tanzania. De ene groep chimpansees laat zwakken en zieken achter, andere groepen verzorgen hen tot het einde toe.”
„Ja, natuurlijk. Ook als het gaat over plantenmuziek of -kunst, uiteindelijk is het zo dat wij mensen hier het oordeel vellen over de betekenis van dat gedrag. Planten zijn niet bewust bezig met het maken van schoonheid. Het interessante is dat wij daardoor wel onze visie kunnen verbreden. Dat er toch iets van kunst kan bestaan in de natuur. Zelfs bacteriën kunnen in hun kolonies ongelooflijk mooie structuren maken.”
„Klopt, een kool heeft geen zenuwstelsel. Maar je kan je óók afvragen wat ‘ervaren’ dan precies is. Een plant heeft ook hormonen, het heeft uitwisseling met de omgeving, en er zou zelfs een ondergronds schimmelnetwerk bestaan dat planten, vooral bomen, met elkaar verbindt. Er zijn beroemde biologen zoals Stefano Mancuso die de waarnemingsvermogens en ervaringen van planten bloedserieus hebben genomen. Planten en bomen hebben zeker een notie van stress, dankzij hun hormonenstelsel, en ze hebben ook elektrische signalen. Een zandraket kan zelfs rekenen, want aan het einde van de nacht heeft het altijd heel zijn zetmeelproductie precies opgebruikt, dat is gewoon planning.
„Maar verder? Het eerlijke verhaal is dat we het verder niet weten. Maar dat is ook een belangrijke constatering! De docta ignorantia heet dat in de filosofie, de geleerde onwetendheid. We moeten een vorm van epistemische bescheidenheid betrachten zolang we niet precies weten wat die planten ervaren. Descartes dacht in de zeventiende eeuw dat dieren machines waren, het gekrijs dat je hoorde als je ze opensneed was maar het gepiep van een machine… Pas veel later veranderde dat en is die notie van gevoel steeds verder uitgebreid. Eerst de hogere dieren, en dan oké, ook de kippen. En ja, toch ook de vissen. En nu is er veel discussie over insecten. De planten zijn de volgende stap.”
„Wel heel anders naar dieren! Ik kon na het schrijven niet langer vlees eten. Misschien moet ik mijn lezers waarschuwen. Na het lezen van mijn boek zijn meerdere mensen in mijn omgeving vegetariër geworden. Ik ben niet zoetsappig geworden, we hebben ook het recht onszelf te verdedigen. Als een mug mij te lang teistert sla ik hem dood. En wij kunnen ook niet leven van de lucht of van het zonlicht, zoals planten kunnen. Dus we zullen andere wezens moeten opeten of de vruchten ervan. Maar daar gaat mijn boek verder niet over. Al gaat het ook wel over de vraag of wij mensen andere wezens geen rechten moeten geven.”
„Ik ben hoogleraar digital humanities, dus ik moet nu even technisch worden. Ik begin met distant reading: bepalen wát je eigenlijk wil en kan gaan lezen. Ik gebruik dan wat heet een topic modeling tool. Daarmee zoek je in een wetenschappelijke database niet op losse woorden maar op elementen die artikelen gemeenschappelijk hebben. In feite wordt er van ieder artikel een word cloud gemaakt en die vergelijk je. Dat laat ik los op het hele Web of Science, de wetenschappelijke databases waarin bij elkaar wel 450 miljoen artikelen staan. Geschiedenis, biologie, theologie, alles.”
„Ja, en die ga je dan ordenen. Ik keek eerst naar variatie, dat het niet alleen over apen gaat. Ik heb zelfs een stuk over kakkerlakken gevonden, het énige artikel over gemeenschappelijkheden met die insecten. En daarna laat ik meewegen hoe vaak een stuk geciteerd wordt, maar dat is zeker niet het enige. Je moet opletten of een onderzoek niet later weerlegd is. En ik praat ook met deskundigen, die brengen me ook op ideeën en vondsten. Uiteindelijk houd ik een top-500 over, artikelen en boeken. Veel meer kan ik niet lezen in een jaar.
„En dan pas begint de fase van het close reading: heel aandachtig lezen. En dat duurt het langst. De resultaten giet ik in een informatiestructuur, maar mijn eigen geheugen is ook belangrijk. Veel breng je toch in je hoofd bij elkaar. Dit is mijn vierde project op deze manier, na een wereldgeschiedenis van de geesteswetenschappen [De vergeten wetenschappen, Prometheus, 2010], een geschiedenis van kennis [Een wereld vol patronen, Prometheus, 2019] en een wereldgeschiedenis van zingeving [Waarom ben ik hier?, Prometheus, 2023].”
„Toen ik die overeenkomsten en verschillen bij elkaar bracht, begon het me te dagen, dat alleen mensen allerlei functies en toepassingen telkens opnieuw op een eerdere uitkomst kunnen toepassen. Dan denk je: verrek, hier is iets frappants! Dieren kunnen ook nadenken, maar mensen gaan dan weer nadenken over de betekenis van wat ze bedacht hebben. De handeling wordt herhaald op zijn eigen uitkomst. Ook jagers-verzamelaars zoeken steeds door naar onderliggende principes als ze iets bedacht hebben. En dat heb ik recursie genoemd, een term uit de taalkunde. Daar wordt het bijvoorbeeld gebruikt als term voor ingebedde zinnen, waarin ook weer bijzinnen kunnen zitten enzovoorts.
„Ook het simpele tellen is al een vorm van recursie. Als je bij tien of twintig bent, in een tientallig stelsel, dan begin je weer opnieuw, maar dan ben je wel een stap verder. Twintig, een, eenentwintig! Een kind van vier kan dat al leren. Maar er is geen dier die dat doet. Die komen tot maximaal zes. Ja, misschien dat sommige mieren tot twintig kunnen tellen.”
„Recursie is natuurlijk een theoretisch concept. Het betekent niks anders dan dat je de resultaten van een activiteit weer toepast op die activiteit zelf. Dat is iets anders dan een herhaling, een iteratie. Als je een nieuw mes maakt omdat je oude kapot is, is dat geen recursie. Het is pas recursie als je een werktuig maakt, bijvoorbeeld een hakbijl, waarmee je vervolgens een spéér maakt, een ánder werktuig.
„Een belangrijk voorbeeld van die recursie is dat wij ook plannen maken voor een toekomst waarin wij er zelf niet meer zijn. Zo’n beeld kan je alleen hebben als je telkens opnieuw over je zelf en de wereld nadenkt. En het unieke van mensen is die ónbeperkte recursie. Want de eerste stappen, dat kunnen ook dolfijnen en chimpansees. Die kunnen ook hun eigen denken evalueren. Reflectie op het eigen handelen. Dat unieke van de mens is uiteindelijk dus ook maar heel klein! Laten we dus vooral bescheiden blijven.”
„Er moet waarschijnlijk wel een bepaalde structuur voor bestaan in onze hersenen, maar dat is voor heel veel neuropsychologen geen voldoende verklaring. Want waar komt die hersencapaciteit dan vandaan? De taalpsycholoog Pim Levelt suggereerde me dat het door onze conversatie-techniek zou kunnen komen. Daarin schakel je ook voortdurend in niveaus en contexten. Dat kan al in een heel simpel gesprek.
„Levelt gaf zelf als voorbeeld een typisch cafégesprek. Een jonge man bestelt een biertje en de barman vraagt ‘hé, maar ben je wel 18 dan?’. ‘O ja hoor, hier is mijn ID’. Ineens een heel ander gesprek. En dan gaan ze weer terug naar het eerdere niveau: ‘oké, dan kan ik je een biertje geven, alsjeblieft’ en net hoe het dan verder gaat. Maar je kan ook weer nog dieper gaan, dat de barman zich afvraagt ‘hé, maar is je ID wel echt of is die nep?’. ‘Nee hoor, kijk maar, ik heb het ook op mijn mobieltje staan.’ En dan ga je het daar weer over hebben. En uiteindelijk weer terug naar dat biertje. Dat is recursie en het kan bijna eindeloos doorgaan.”
„Ja, maar ik geloof dat niet. Ik denk dat het dieper ligt, want je kunt ook recursie aantreffen bij muziek. En dat zou weleens ouder kunnen zijn dan taal. En gewone, enkelvoudige recursie bestaat dus ook al bij andere dieren. En die onbegrensde recursie moet waarschijnlijk ook al bij andere mensachtigen hebben bestaan, zoals neanderthalers of Homo erectus.
„Misschien is het wel een direct gevolg van onze hersenanatomie. Dat gaat ver, maar hier heb ik de Franse hersenonderzoeker Stanislas Dehaene aan mijn zijde. Die ziet een directe parallel met de complexe hiërarchische en recursieve boomstructuren in ons brein. Alles wordt daarin teruggekoppeld, echte recursie!”
„Dat is mijn stelling. Misschien gaan we nog ontdekken dat dolfijnen of orka’s óók onbegrensde recursie hebben in hun communicatiesysteem. En dan is mijn hypothese dus weerlegd.”
„Twee dingen. In de eerste plaats moeten we dus echt erkennen dat enkelvoudige recursie wél overal voorkomt. Dus het verbindt ons nog meer met alle andere levende wezens op aarde. En ten tweede kunnen we door dat besef beter nadenken over de immense gevolgen die die onbegrensde recursie heeft gehad voor ons en de wereld om ons heen. Die cumulatieve cultuur van ons, waarin al die kennis steeds weer opnieuw wordt gebruikt, is in een stroomversnelling gekomen sinds de landbouwrevolutie, zo’n 12.000 jaar geleden. Kennis op kennis, escalatie op escalatie!
Rens Bod: Het unieke dier. Op zoek naar het specifiek menselijke 304 blz. Prometheus. €24,99
„En dan besef je dat het ook negatief kan zijn, eerder een vloek. Chimpansees kunnen enorm wreed zijn, de ene groep kan de ander uitmoorden, absoluut. Maar ze zoeken daarna ook naar verzoening. Het is nog nooit waargenomen dat chimpansees elkaar generatie op generatie blijven uitmoorden. Vergelijk dat met de mensenvetes die soms wél iedere generatie vernieuwd worden! Recursief doorgaan in een diepe loop. Dus als we dat systeem beter doorgronden, krijgen we misschien meer gevoel voor een stop-functie. Meer beheersing, dat we technologie niet alleen constructief, maar ook destructief gebruiken. Begrip van het onderliggende mechanisme kan volgens mij nooit kwaad.”
Resusapen en dolfijnen laten in experimenten zien dat ze onzeker kunnen zijn over hun beslissingen.
Witneusmeerkatten kunnen hun waarschuwingsroepen op verschillende manieren combineren, een belangrijk kenmerk van mensentaal. Ook bonobo’s combineren hun ‘vocalisaties’ op allerlei manieren. Dolfijnengroepen hebben in hun communicatie eigen dialecten.
Prairiehonden vertellen gedetailleerde verhalen over wat ze zien, tot aan de kleur van de jas van de mens die aan komt lopen.
Chimpansees kunnen logisch redeneren: als A groter is dan B en C groter dan A dan moet C ook groter zijn dan B.
Bijen kunnen eerder geleerde kennis toepassen in geheel nieuwe situaties.
Argentijnse mieren hebben superkolonies waarin de dieren over duizenden kilometers verspreid met elkaar samenwerken.
Bijen gebruiken een vorm van collectief overleg bij het kiezen van een nieuwe nestlocatie, Afrikaanse wilde honden gaan een vergelijkbaar proces door om te besluiten wanneer ze op jacht gaan.
Dolfijnen kennen een soort feestgedrag na een geslaagde jacht.
Rollenspel: inktvismannetjes doen zich soms voor als vrouw om conflicten met andere mannetjes te mijden.
Chimpansees en ook dolfijnen kunnen onderlinge machtscoalities sluiten, die weer kunnen veranderen als de sociale context verandert.
Cheetamoeders vangen gewonde of verzwakte prooidieren om hun kinderen mee te laten oefenen in de jacht, orang-oetans doen bepaalde voedselbereidingen voor bij hun kinderen.
In het beroemde experiment van Frans de Waal en Sara Brosnan laten kapucijnaapjes duidelijk zien dat ze verontwaardigd zijn over ongelijke behandeling. Olifantengroepen kunnen jarenlang vijandig doen tegen specifieke mensendorpen als die betrokken zijn geweest bij stroperij.
Olifanten reageren sterk op de dood van groepsleden en komen soms jaren later terug naar de plek van overlijden.
Bonobo’s kunnen soms collectief stilvallen zonder duidelijke aanleiding, in die verstillingen kijken ze elkaar strak aan of staren in dezelfde richting. Sommige bonobogroepen verzamelen zich ook soms om oude bomen die ze systematisch aanraken en met takken bewerken.
Bladsnijmieren kweken schimmels op in een ware landbouwsamenleving. Andere mierensoorten houden luizen als vee, bij wie ze honingdauw ‘melken’.
Sommige lemuursoorten kauwen heel precies op giftige miljoenpoten die antibacteriële en antiparisitaire middelen afscheiden. Bruine beren brengen gekauwde bladeren met ontstekingsremmende eigenschappen aan op hun wonden.
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin
Source: NRC