Andrea Salvi (25) is voorzitter van de Jonge Socialisten in Noord-Holland en gelooft in de kracht van medemenselijkheid. ‘Doordat mensen mij hebben geholpen, kan ik nu meer bijdragen dan als ik niet was geholpen.’
Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant, met bijzondere aandacht voor de koloniale geschiedenis.
Hoe ben je opgegroeid?
‘Mijn moeder is Italiaans, mijn vader Nederlands. Ik ben opgegroeid met een alleenstaande moeder in Amsterdam. Ze besloot in Nederland te blijven voor mijn toekomst. Dat is niet makkelijk voor haar geweest, dus ik ben haar dankbaar.
‘Toen ik klein was, verhuisden we vaak, we woonden in kraakwoningen, met verschillende soorten mensen, een beetje zoals in een studentenhuis: sociaal, maar ook rommelig en druk. Later woonden we in een socialehuurwoning. We hadden het niet breed.’
25 in 26
De serie gaat door. Nieuwe naam, zelfde idee. In de serie 25 in 26 vragen we jongeren geboren in 2001 hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in26@volkskrant.nl
Kraak, dat hoor je niet vaak.
‘Mijn moeder was een vrije geest. Ze heeft veel geleefd, gereisd en meegemaakt. Ze zit onder de tatoeages, heeft in allerlei landen gewoond, ging naar festivals.
‘Ze heeft weinig scholing gehad, ze heeft het geprobeerd maar ze heeft nooit goed Nederlands geleerd. Werk was ook moeilijk, ze heeft verschillende baantjes gehad, bijvoorbeeld als schoonmaker op een basisschool, uiteindelijk is ze in een uitkering beland. Daar schaamde ik me vroeger voor. Ik wilde graag een normale moeder. En op vakantie. Dat konden wij niet. We gingen alleen één keer per jaar naar mijn oma in Italië, dat betaalde mijn oma.’
Lijk je op je moeder?
Lacht hoofdschuddend. ‘Door hoe ik ben opgegroeid, met veel onvoorspelbaarheid en chaos, heb ik juist behoefte aan stabiliteit en zekerheid. Ik heb enorm respect voor mijn moeder, maar ik had al jong een volwassen rol: mee naar de gemeente om te vertalen, brieven lezen, dat soort dingen.
‘We zijn hecht, maar heel anders. Ik woon sinds twee jaar op mezelf, samen met mijn vriend en een hondje in een jongerenwoning in Amsterdam-Noord. Over drie jaar moeten we weer weg. Ik ben nogal een stresskip, dus ik heb al lijstjes hoe we dat gaan aanpakken. Mijn vriend laat de dingen wat meer op zich afkomen, we vullen elkaar mooi aan.’
Zijn jullie al lang samen?
‘Zeven jaar. Omdat ik zo planmatig ben, dacht ik op mijn 18de: het wordt weleens tijd voor een relatie. Toen ben ik de apps opgegaan. Na een paar mindere dates ontmoette ik mijn vriend. Hij bleek vlakbij te wonen.
‘Vorig jaar ben ik in therapie gegaan, ik had last van jaloezie en onzekerheid. Nu snap ik beter hoe ik in elkaar zit en hoe dat voortkomt uit mijn jeugd, waarin ik al jong de volwassene was. Ik zie een therapeut als een huisarts, maar dan voor je geest. Waarom zou je daar ingewikkeld over doen?’
Wat voor puber was je?
‘Omdat we leefden van mijn moeders uitkering en de kinderbijslag, ben ik vanaf mijn 14de gaan werken. In de Albert Heijn. Ik deed school en ik werkte. Om geld te sparen om een zorgverzekering te kunnen betalen, dat soort dingen.
‘Op tv zag ik dat pubers ruzie met hun ouders hadden. Ik had dat niet. Rond mijn 18de heb ik dat ingehaald. Toen voelde ik veel woede en nam ik het mijn moeder kwalijk dat ik altijd alles moest regelen.
‘Door te praten, begrijp ik haar beter. Zij is strikt en streng katholiek opgevoed door mijn oma, vandaar haar drang naar vrijheid, de wereld verkennen, genieten van het leven. Het is een grappige golfbeweging door de generaties heen: door mijn vrije, losse jeugd heb ik juist weer meer behoefte aan structuur. Ik wilde vooral altijd ‘normaal’ zijn.’
Wat was ‘normaal’, volgens jou?
‘Een moeder met een gewone baan, verliefd worden op meisjes. Ik wist wel dat ik niet op meisjes viel en vond homo zijn helemaal oké, alleen wilde ik het zelf niet zijn.
‘Het was een proces om het te accepteren, van jaren struggelen. Hoewel het steeds normaler is om homo te zijn of lesbisch of wat dan ook, zijn hetero’s toch de norm. Toen ik jong was zag je op tv vaak een specifiek type homo: mooi gekleed, of extreem uitbundig en vrouwelijk. Nu is het lhbti-beeld al wat diverser. Ik ben trouwens heel dankbaar voor al die uitbundige types, want die hebben wel de weg vrijgemaakt voor ons rustigere, saaiere homo’s.’
‘Op een gegeven moment dacht ik: Andrea, accepteer het. Toen ben ik het mensen gaan vertellen. Ik verwachtte allerlei emoties, maar iedereen reageerde van: dat weten we toch al. Ook op mijn werk, in de bouw, toch best een ouderwetse mannenwereld. Ik bleek zelf de enige die er moeite mee had.’
Andrea Salvi is op 20 december 25 geworden.
Woonplaats Amsterdam
Hoe volwassen vind je jezelf op een schaal van 1 tot 10? ‘Een 8, er is altijd ruimte voor verbetering.’
Voel je jezelf onderdeel van een generatie? ‘Vooral van jongeren die zich inzetten voor de maatschappij.’
Waar ben je over zeven jaar? ‘Dan hebben mijn vriend en ik een koophuis in Amsterdam, ik wil graag geloven dat het ons kan lukken.’
Wat voor opleiding heb je gedaan?
‘Ik had moeite met school, ik ben zwaar dyslectisch. Gelukkig had ik meester Peer op de basisschool. Die liet me zien dat je niet dom bent als je moeite hebt met lezen en spelling. Hij ging met toetsen naast me zitten en las alles voor.
‘Ik geloof erg in het belang van mensen die je pad kruisen. Ik ben waar ik nu ben doordat mensen me op verschillende momenten in het leven hebben geholpen.
‘Ik heb vmbo-t gedaan. Ik was een brave, toegewijde leerling. Ik weet nog dat ik bij CKV een mooie, nette tekening had gemaakt en de leraar zei: het mag wel iets vrijer, gooi anders wat geel door het gras. Dat vond ik echt niet fijn. Ik wilde helemaal niet creatief zijn, ik wilde netjes werken.
Lachend: ‘Nu ben ik technisch tekenaar.
‘Mijn natuurkundeleraar zei dat ik gevoel had voor techniek. Op een open dag koos ik mbo elektrotechniek. Na een paar stages in de bouw, liep ik een keer mee op een tekenafdeling: dat lag me meteen goed.’
Ben je blij met je werk?
Korte stilte. ‘Jawel, al vraag ik me soms af of ik iets anders zou hebben gekozen als ik langer had nagedacht. Ik wilde zo graag zekerheid, een diploma, een baan, geld sparen voor een huis. En de bouw heeft wel een bepaalde cultuur. Op kantoor minder dan buiten, maar ik ben wel de linkse homo uit Amsterdam.’
De linkse homo uit Amsterdam?
‘Haha, ja. Ik werk in Woerden. Mijn collega’s zijn superaardig, maar we hebben andere denkbeelden over de maatschappij. Ik zit bij de Jonge Socialisten, de jongerentak van de PvdA, zij stemmen PVV.’
‘De radio staat de hele dag aan, en we hebben veel politieke discussies, dat vind ik ook leuk. Dan zeg ik: ik begrijp het dat je graag wil dat je kinderen een woning kunnen krijgen, maar dat ligt dus niet aan migratie, dat zeggen rechtse politici alleen maar om op je gevoel in te praten.’
Hoe ben je bij de Jonge Socialisten beland?
‘Ik volgde het politieke nieuws, maar was niet actief. Tot de aankondiging van PvdA en GroenLinks om samen te gaan en een linkse vuist tegen rechts beleid te maken. Dat sprak me aan. De volgende dag heb ik me aangemeld.
‘Ik geloof in een samenleving waarin mensen elkaar helpen, in medemenselijkheid. Doordat mensen mij hebben geholpen, kan ik nu meer bijdragen dan als ik niet was geholpen. Het doet me pijn dat zoveel mensen extreemrechts stemmen, dat migranten als zondebok worden gebruikt, terwijl het echte probleem het systeem is waarin we leven, gericht op snelle productie, goedkope arbeid en de hoogste winsten.
‘Een migrant komt hier en krijgt een huis en jij niet – ik snap dat mensen boos worden als ze dat horen, terwijl de waarheid is dat het de markt is en de afbraak van volkshuisvesting. Maar dat is moeilijker om uit te leggen dan een rechtse leus die op je emoties speelt.’
Wil je zelf de politiek in?
‘Politiek is mijn passie, maar door mijn dyslexie en verleden twijfel ik snel aan mezelf. Want je moet goed en veel kunnen lezen en schrijven en dat kan ik niet.
‘Ik ben nu voorzitter van de jongerenafdeling in Noord-Holland en veel mensen zeggen: ga ermee door. Veel van mijn generatiegenoten zeggen: het gaat toch niet meer lukken met het klimaat, of met armoede, kijk hoe machtig de bedrijven zijn. Maar opgeven helpt sowieso nooit. Je moet ervoor willen strijden. Ik wil dat.
‘Ik hou van campagne voeren, langs de deuren gaan, flyeren, gesprekken met mensen voeren, ik praat makkelijk, ben extravert. Ik besteed zo’n 15 uur per week aan de JS, vrijwillig ja. Politiek bestaat voor 90 procent uit vrijwilligers, maar 10 procent van de mensen wordt betaald. Dat vind ik juist mooi.
‘Even iets drinken na sprekersavonden, allerlei sociale activiteiten: dat was nieuw voor mij. Samen naar de Roze Filmdagen, bowlen of het klimbos, zomerkampen, ledenweekenden. Ik heb veel nieuwe vrienden gemaakt.’
Ben je hoopvol over de toekomst?
‘We hebben een linkse periode gehad, een neoliberale, nu gaan we naar een extreemrechtse. Ik geloof dat het weer goed kan komen, je moet optimistisch zijn.
‘Polarisatie bestaat voor een deel uit emoties die worden gevoed door politici die niet zeggen: dit is het probleem en wij verschillen met elkaar over hoe je het gaat oplossen, of we hebben andere prioriteiten. In plaats daarvan zeggen ze: jij bent slecht of gevaarlijk. Hoe kun je zo radicaal links zijn om te durven zeggen dat mensen een dak boven hun hoofd moeten hebben?
‘Onze generatie doet het beter. De jongerenafdelingen van veel partijen, ook van CDA en VVD, hebben onderling wél inhoudelijke gesprekken. Dat biedt hoop.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant