Home

Waarom zijn vruchtbaarheidsapps zo populair? – ‘Mensen stoppen niet als we ze nóg harder waarschuwen

Ellen Algera | onderzoeker Apps om vruchtbare dagen bij te houden zijn populair. Oók als anticonceptiemethode, al is dat omstreden. Ellen Algera keek in haar proefschrift naar ervaringen van gebruikers én artsen. „In de spreekkamer ging het alleen nog over risico’s.”

Steeds meer vrouwen houden hun vruchtbare dagen bij met een app.

‘Kun je je tijd niet beter besteden?”, hoorde Ellen Algera van een huisarts tijdens haar promotieonderzoek. Ze keek naar de groeiende populariteit van apps die vrouwen gebruiken om hun vruchtbare dagen bij te houden en zo – hormoonvrij – een zwangerschap te voorkomen. De huisarts vond dat patiënten zich makkelijk laten misleiden door de in zijn ogen onbetrouwbare anticonceptie-apps.

„Toch gebruiken steeds meer mensen deze technologie in het dagelijks leven”, zegt Algera, inmiddels postdoctoraal onderzoeker aan het Erasmus MC. Expertisecentrum Rutgers ontving „signalen uit het veld” over toenemende populariteit van ‘natuurlijke’ anticonceptiemethoden en onderzocht begin 2024 voor het eerst het gebruik ervan. 10 procent van de vrouwen tussen de 18 en 29 jaar houdt haar vruchtbare dagen bij met bijvoorbeeld een app of ‘gewone’ kalender. Alleen tijdens de verwachte vruchtbare dagen vermijden ze seks of gebruiken ze een condoom. Belangrijkste reden: ze willen geen hormonale anticonceptie.

De meeste apps zijn digitale kalendermethoden: je voert je menstruatiegegevens in en de app voorspelt je vruchtbare dagen. „Ze zijn niet bedoeld als anticonceptie, maar voor het bijhouden van de cyclus”, zegt Algera. De betrouwbaarste vruchtbaredagenmethode is de zogenoemde sympto-thermale methode. Bij deze methode leert iemand tijdens een cursus, vaak samen met de partner, de cycluspatronen, zoals lichaamstemperatuur en afscheiding te interpreteren. „Als je op eigen houtje een app downloadt en alleen wat regels opzoekt, is de kans groter dat je fouten maakt.” Zorgen over die fouten zijn breed gedeeld. Eind 2023 waarschuwde het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen nog voor onjuiste informatie over anticonceptie op sociale media.

Algera wilde onderzoeken hoe en waarom vrouwen de apps als anticonceptiemiddel gebruiken. Ook keek ze hoe zorgprofessionals omgaan met de toenemende populariteit van deze methoden.

Voor haar onderzoek verzamelde ze interview- en dagboekdata van gebruikers van de vruchtebaredagen-apps en sprak ze met huisartsen, observeerde ze anticonceptiezorg in de spreekkamer en bestudeerde ze richtlijnen en keuzehulpen voor anticonceptie.

Zelfzorg

Algera kende de behoefte aan een methode zonder hormonen uit eigen ervaring, vertelt ze via een videoverbinding. Al voor haar promotieonderzoek gebruikte ze een app om haar cyclus bij te houden. Dat ‘zelftracken’ bestond in haar geval uit het nauwgezet verzamelen van lichamelijke gegevens zoals cycluslengte, temperatuur en het veranderende afscheiding. Op basis van die gegevens bepaalde Algera op welke dagen de kans op bevruchting groot is. Het werd een dagelijkse bezigheid, vanaf het moment dat ze wakker werd en direct haar temperatuur opnam.

Via Facebook-groepen van mensen die dergelijke methoden gebruiken, belandde Algera in een online gemeenschap rond wat zij ‘zelftrackingtechnologieën voor anticonceptie’ is gaan noemen. Wat haar meteen opviel: in die online gemeenschappen werd vooral veel kennis gedeeld waar ze niet eerder mee in aanraking was gekomen. „Eigenlijk precies de ondersteuning die je zou willen als je zo’n app gebruikt.”

Ellen Algera

Door dagelijks data bij te houden verzamelen mensen biomedische gegevens over zichzelf. „Dat is ook kennis”, zegt Algera. „Niet wetenschappelijk, maar wel gebaseerd op metingen.” Volgens haar helpt die kennis mensen om hun lichaam beter te begrijpen. In haar promotieonderzoek zag ze spanningen tussen wat medisch erkend is en wat appgebruikers doen en ervaren.

„Voor zorgverleners is veiligheid altijd het uitgangspunt”, zegt ze. Artsen willen vooral risico’s minimaliseren, zoals ongewenste zwangerschap, infecties of bijwerkingen. Dat is volgens Algera logisch en essentieel. „Dat minimaliseren van risico’s is onderdeel van hun werk.” Maar waar artsen vooral kijken naar wat mís kan gaan, kijken gebruikers naar wat voor hen werkt.

‘Bangmakerij’

In de anticonceptiezorg is het belangrijk om naast de risico’s ook te kijken naar wat past bij iemands leven, voorkeuren en situatie, concludeert Algera in haar onderzoek. In de praktijk, bij de keuze tussen bijvoorbeeld de pil, condoom of spiraal, zag ze dat die zaken meestal samenkomen. Maar zodra het gesprek ging over vruchtbaredagen-methoden en apps, verdween die balans in de spreekkamer. „Dan ging het eigenlijk alleen nog over risico’s, en nooit over de vraag: bij wie zou dit kunnen passen, of hoe kunnen we mensen bij wie dit past helpen?”

Ook in haar gesprekken met zorgverleners merkte ze weerstand als het ging over patiënten die expliciet geen hormonen willen. Artsen spraken over ‘pilmoeheid’ en ‘bangmakerij’ en wilden vooral benadrukken dat hormonen veilig zijn. „Het idee dat iemand geen hormonen wil, omdat dat niet bij ze past, werd nauwelijks gezien als een legitieme voorkeur”, zegt Algera. „Dan werd afstemmen op voorkeuren heel lastig.”

Maar hoe betrouwbaar zijn zulke natuurlijke methoden nu echt? Algera legt uit dat het afhangt van de aanpak en hoe zorgvuldig deze wordt toegepast. Methoden die alleen de kalender gebruiken zijn minder betrouwbaar dan methoden die ook temperatuurmetingen en slijmobservatie meenemen. Ook telt mee hoe secuur iemand de methode volgt.

„Gelukkig merk ik dat er vanuit de reguliere medische wereld meer aandacht komt voor de vruchtbaredagenmethode„, zegt Algera. Ze ziet dat er langzaam meer besef komt dat deze apps niet zomaar zullen verdwijnen. „We kunnen daarom beter kijken: hoe kunnen we mensen goed informeren? Mensen stoppen niet met deze methoden door ze nóg harder te waarschuwen.”

CV Ellen Algera

Ellen Algera (43) studeerde mediastudies en wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam, waar ze ook haar master behaalde in culturele analyse en wijsbegeerte. Tussen 2007 en 2018 was ze verbonden als docent aan de UvA; onder andere aan het Instituut voor Interdisciplinaire Studies, waar ze colleges wetenschapsfilosofie en interdisciplinaire sociale wetenschap gaf. Eind november promoveerde ze aan dezelfde universiteit. Sinds vorig jaar werkt ze als postdoctoraal onderzoeker bij het Erasmus MC.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next