Na de val van Assad zijn veel mensen die hem in het zadel hielden bang voor de woede van het volk en de nieuwe machthebbers. Abu Ali, die liever niet vertelt wat zijn vroegere baan inhield, durft niet meer de deur uit.
is columnist voor de Volkskrant.
In een ruim, luxueus ingericht appartement met een dienstmeisje en een privéchauffeur stelt de man des huizes zich voor. ‘Abu Ali’, zo wil hij worden genoemd, ‘vader van Ali’. Zijn handdruk is stevig, zijn ogen staan vermoeid. Al een jaar waagt hij zich nauwelijks buiten.
Abu Ali, tot de machtsovername een hoge militair in het Syrische leger, staat op de Europese sanctielijst. Hij vervulde een sleutelrol in het chemische wapenprogramma van de gevallen dictator Bashar al-Assad. Hij is een van de tientallen voormalige kopstukken van het Assad-regime die een jaar na de machtsovername een relatief ongemoeid leven leiden in Damascus.
Mannen als Abu Ali sluiten zichzelf op in hun schitterende woningen, uit angst dat ze worden opgepakt of gedood. Maar in de praktijk laten de nieuwe machthebbers hen met rust. President Ahmed al-Sharaa heeft beloofd om degenen te vervolgen die verantwoordelijk zijn voor het ‘bloedvergieten’ onder Assad. Vooralsnog komt daar niets van terecht.
Ana van Es is rondreizend columnist voor de Volkskrant. Ze doet, een jaar na de machtsovername in Syrië, verslag vanuit Damascus. Eerder was Van Es correspondent in het Midden-Oosten. Dit is de laatste aflevering
Over zijn vroegere baan laat Abu Ali weinig los. Kwestie van integriteit, meent hij. ‘Er komt niets goeds van als ik daarover praat. Wat wij deden, is nog altijd staatsgeheim.’ Hij kreeg een ‘missie’ opgedragen, die voerde hij uit. Het was geen leuke taak, maar hij heeft zijn werk ‘goed’ gedaan.
Abu Ali stelt dat in het nieuwe Syrië met twee maten wordt gemeten. President Sharaa, ‘een terrorist van Al Qaida’, geldt ineens als vriend van het Westen. Maar hijzelf, ‘een gewone militair die alleen orders opvolgde’, blijft op de sanctielijst staan. Zijn zoon Ali wil in Europa studeren. Hij zal hem nooit kunnen bezoeken.
Abu Ali’s flat kijkt uit over Mezzeh, een wijk in Damascus waar veel voormalige steunpilaren van Assad wonen. Na de val van het regime verloren ze hun baan. De rijksten met de beste connecties vluchtten net als Assad weg uit Syrië. Enkele oud-ambtenaren vonden een baantje bij de plaatselijke supermarkt. Maar de meesten zitten nu al een jaar werkloos thuis.
Veel bewoners hier zijn alawitisch, de religieuze minderheid waartoe de familie Assad behoort. Assad speelde zijn mede-alawieten banen toe waarin het maken van vuile handen erbij hoorde. Nu vrezen ze voor hun leven. Sektarisch geweld en wraak zijn in Syrië onontwarbaar verknoopt geraakt. Afgelopen voorjaar werden meer dan duizend alawieten vermoord in de bergen langs de kust, hun historische thuisbasis. Deze week was er een aanslag op een alawitische moskee in de stad Homs: acht doden.
En dus blijven de mannen in Mezzeh binnen. Hamza (23) zit hele dagen op de bank in zijn ouderlijk huis. Noem hem Hamza en zijn ogen verschieten. ‘Je bedoelt: luitenant Hamza.’ Hij vocht tegen ‘terroristen’: in zijn ogen iedereen die protesteerde tegen Assad. Op een foto van zijn legereenheid kijken jonge militairen als kleine Assads in de camera. Luitenant Hamza wordt nu onderhouden door zijn moeder, een basisschoollerares.
Even verderop woont Ibrahim (37), voormalig ambtenaar bij Assads Staatsveiligheidsdienst, een organisatie die talloze gevangenen heeft gemarteld. Ibrahim verstopt zich juist niet. Hij stapte zelfbewust naar de nieuwe machthebbers: kom maar op, onderzoek mij alsjeblieft. Want, zo stelt hij: ik tolkte alleen voor buitenlandse delegaties, met gruwelpraktijken heb ik niets te maken. Zoals bijna alle oud-ambtenaren moest Ibrahim zijn paspoort inleveren. Hij wil dat terug, dan kan hij vluchten uit Syrië.
Onlangs werd hij ondervraagd door een onderzoeksrechter van het nieuwe bewind die zichzelf introduceerde als ‘sjeik’. Het ging over religie. ‘Ben jij soenniet of alawiet?’, vroeg de sjeik. ‘Een alawitische moslim’, probeerde Ibrahim. ‘Het was geen verkeerd gesprek. Hij was aardig.’ Maar een oordeel blijft uit.
In het appartement dat voor Abu Ali een gouden kooi is geworden, vertelt zijn vrouw over de nieuwe buren. Ze trekken in de huizen van gevluchte Assad-topambtenaren. Het zijn getrouwen van Sharaa. ‘Mannen met baarden die ‘Allah akbar’ roepen.’ Hun dorpen zijn verwoest door de vatbommen van Assad, ze willen wraak.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant