Als bestuursvoorzitter van het COA bestierde Milo Schoenmaker jarenlang een beladen dossier in de Nederlandse politiek: de opvang van asielzoekers. Terwijl azc’s volliepen en het debat verhardde, pleitte hij onvermoeibaar voor nieuwe opvangplekken. Na zeven jaar zwaait hij af.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft met name over onderwijs.
Op het hoogtepunt van de vluchtelingencrisis van 2015 gaf Milo Schoenmaker, toen nog burgemeester van Gouda, de opdracht een oude kazerne in zijn stad gereed te maken voor de opvang van vijfhonderd asielzoekers. Ze mochten tien jaar blijven.
Toen kwam de EU-Turkijedeal, die de asielinstroom via Griekenland drastisch beperkte. In heel het land sloten opvanglocaties. Ook de Goudse kazerne bleek ineens overbodig. Het was Schoenmakers kennismaking met het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), de organisatie waarvan hij na zeven jaar als bestuursvoorzitter per 1 januari afscheid neemt.
In Gouda maakte Schoenmaker voor het eerst mee wat later een constante zou blijken: de organisatie moet voortdurend meebewegen met politieke besluiten die direct bepalen hoeveel asielzoekers er naar Nederland komen. Tijdens zijn voorzitterschap veranderde ook het binnenlandse asielklimaat ingrijpend. De PVV werd de grootste partij en het debat over asiel verhardde merkbaar.
Bedden
De val van Kabul, in de zomer van 2021 vormde een kantelpunt, gevolgd door aanhoudende oorlogen en instabiliteit in onder meer Syrië en Eritrea. Vanaf dat moment draaide het bij het COA niet langer om afschalen, maar om uitbreiden. Om locaties. En vooral om bedden.
Onder Schoenmaker groeide de organisatie explosief. Het woord ‘opvangcrisis’ nestelde zich in het politieke vocabulaire, net als het beeld van de overlastgevende asielzoeker.
Zijn werk bestond in toenemende mate uit bemiddelen. Hij reisde naar Den Haag om politici te wijzen op de noodzaak van spreiding en belde vrijwel dagelijks met burgemeesters en wethouders, steeds met dezelfde vraag: of er nog ruimte was? Een sporthal, een leegstaand kantoorpand, desnoods een schip.
De weerstand was groot. Gemeenten stelden voorwaarden. Liever gezinnen dan alleenstaande mannen. Liever tijdelijk dan structureel. En vaak liefst helemaal niets. Om die impasse te doorbreken, kwam de Spreidingswet tot stand, die gemeenten verplichtte een aandeel te leveren in de opvang van asielzoekers. Inmiddels staat die wet opnieuw ter discussie.
Beheerst
In die verharde context viel zijn stijl op. Schoenmaker zocht de confrontatie zelden in het openbaar. Hij zat niet foeterend aan talkshowtafels, maar sprak rustig en analytisch, altijd bedachtzaam. Hij wist hoe explosief het asieldossier was en hoe snel een losse uitspraak kon uitgroeien tot een politieke rel.
Tegelijk was hij uitgesproken pragmatisch. In een interview met het online magazine VreemdelingenVisie zei hij dat er ‘een wereld te winnen’ viel in de samenwerking met gemeenten. Het COA, vond hij, redeneerde te vaak vanuit de eigen behoefte aan opvangplekken. ‘Samenwerken gaat beter als er voor elke partij iets te halen is.’
Die verbindende bestuursstijl hanteerde hij al eerder, als burgemeester van Bussum en later van Gouda. Een oud-raadslid typeerde hem in het AD als iemand voor wie ‘een gesprek ergens toe moest leiden’. Voor de buitenwereld kon hij afstandelijk of technocratisch overkomen. Mensen die met hem samenwerkten, schetsten in diezelfde krant juist het beeld van een betrokken en zorgvuldige bestuurder.
Als bestuursvoorzitter van het COA bleef Schoenmaker vasthouden aan ‘menswaardige en beheersbare’ asielopvang, ook toen zijn eigen partij, de VVD, steeds sterker de nadruk legde op beperking en overlast. Naar buiten toe presenteerde hij zich nadrukkelijk niet als VVD-bestuurder, maar als een bestuurder voor iedereen. Lid van de partij bleef hij, maar op afstand.
Dwangsom
Zijn bedachtzame stijl sloot tegenspraak niet uit. Dat bleek toen de rechter het COA een dwangsom oplegde, omdat in het aanmeldcentrum in Ter Apel structureel meer dan het toegestane maximum van tweeduizend asielzoekers verbleven. Het COA ging in beroep.
Vrijwel alle opvanglocaties zaten vol, doorplaatsen was nauwelijks mogelijk en in Ter Apel sliepen mensen op veldbedden, later zelfs op stoelen in wachtruimtes. Toch hield de rechter de maatregel overeind. Tegenover EenVandaag sprak Schoenmaker zijn frustratie uit. Het COA had die ‘prikkel’ niet nodig, zei hij. ‘We werken ons een slag in de rondte.’ Het geld van de dwangsom had hij liever besteed aan goede opvangplekken.
Diezelfde pragmatische inslag klonk door in zijn pleidooi voor flexibele opvang, in 2021. Schoenmaker stelde voor om asielzoekers samen te huisvesten met andere kwetsbare groepen, zoals studenten of bijstandsgerechtigden. Het idee kreeg op enkele plekken vorm, maar riep ook weerstand op. Gemeenten aarzelden, bewoners maakten bezwaar.
Er was, kortom, sprake van ‘bestuurlijk gedonder’ – precies zoals de titel luidde van het proefschrift waarop hij in 2011 promoveerde aan de Universiteit Maastricht. Hij onderzocht toen hoe besluitvorming vastloopt door politieke druk en botsende belangen.
Tranen
Schoenmaker vertrekt op een moment dat de druk op het COA opnieuw oploopt. Het kabinet heeft aangekondigd de komende jaren fors te bezuinigen op de asielopvang, terwijl tegelijkertijd opvanglocaties sluiten. Helemaal loslaten doet Schoenmaker het dossier niet. Vanaf januari gaat hij in opdracht van het ministerie van Asiel en Migratie onderzoeken hoe het Nederlandse migratiebeleid toekomstbestendig kan worden.
In een afscheidsinterview met Trouw zei hij dat vooral zijn mensen hem zullen bijblijven. Medewerkers die tot het uiterste gingen, soms op het randje van overspannenheid. ‘Ik heb tranen gezien’, vertelde hij. ‘Van medewerkers die zeiden: ik trek het niet meer.’ Toch gingen ze door. Met grote betrokkenheid. Schoenmaker zei trots te zijn op wat er is neergezet, ondanks ‘de grote druk waarbij we vast ook wel een fout hebben gemaakt’.
3 x Milo Schoenmaker
- Bij zijn aantreden in 2019 telde het COA circa zestig opvanglocaties en 22 duizend bewoners.
- Onder zijn voorzitterschap groeide de organisatie uit tot meer dan driehonderd locaties met bijna 80 duizend asielzoekers en statushouders.
- Het aantal medewerkers van het COA steeg in zeven jaar tijd van drieduizend naar ruim achtduizend.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant