Na twintig jaar, waarin ze circa duizend columns schreef, neemt Aleid Truijens afscheid als columnist. ‘Het verbijstert me dat het telkens nog slechter kan’, zegt ze over de staat van het onderwijs. ‘Iedereen zou daarvan wakker moeten liggen.’
zijn verslaggevers van de Volkskrant.
Dat ze op de dag van het interview haar 70ste verjaardag viert, vertelt Aleid Truijens pas als het gesprek al een paar minuten op gang is. Ze is die ochtend door haar man verrast met cadeautjes, heeft daarna haar één na laatste column voor de Volkskrant geschreven en vervolgens thee gezet voor de twee verslaggevers die haar na twintig jaar columnisme met een feestelijk interview mogen uitluiden.
‘Vanochtend zei ik nog tegen mijn man dat het een goede beslissing was. Ik ben er niet verdrietig over, een beetje weemoedig wel, maar dit is het goede moment. Ik heb veel onderwerpen uit en te na besproken, het is tijd om er een streep onder te zetten. Bovendien ga ik iets nieuws doen. En ik wil ook wel eens de luxe hebben om me op één ding te focussen.’
Dat ene ding, dat is een biografie – wéér een biografie, want ze schreef er al twee: over schrijver en musicus F.B. Hotz en over schrijver Hella Haasse. Over wie het nieuwe boek zal gaan, wil ze nog niet kwijt, ‘want dan maak ik het misschien een beetje stuk’. Ze moet nog om de tafel met de uitgever en de erven. Dat ze haar werk aan de biografie dit keer niet hoeft te combineren met haar wekelijkse column, lijkt haar heerlijk.
Die column kwam twintig jaar geleden een beetje uit de lucht vallen. Truijens was 50 jaar, ze werkte op de boekenredactie van de Volkskrant en de hoofdredactie zocht vier mensen uit vier generaties om afwisselend een column te schrijven. Dat deed ze een keer of zes, waarna ze een wekelijkse column kreeg aangeboden. ‘Toen ben ik uit dienst gegaan en freelancer geworden. Hoefde ik alleen nog de dingen te doen die ik leuk vind: columns, interviews en recensies.’
Je schreef twintig jaar columns, circa vijftig per jaar. Dat zijn er duizend in totaal.
‘Ja! Ja, verdomd!’
Een waanzinnig aantal.
‘Zeker. Al was het er altijd maar één per week. Mensen als Sheila Sitalsing en Bert Wagendorp hebben jarenlang drie columns per week geschreven. Dan moet je je hele leven erop instellen. Dat is bij mij nooit het geval geweest.’
Dat Truijens zou uitgroeien tot een van de invloedrijkste onderwijscolumnisten van Nederland – geliefd en gevreesd op scholen en universiteiten – lag niet direct voor de hand. Totdat ze de verhalen hoorde van haar man, die net zijn werk in de journalistiek had verruild voor een baan als leraar Nederlands, en van haar twee kinderen op verschillende Amsterdamse middelbare scholen.
‘Zij vertelden dat Nederlands, vroeger mijn favoriete vak – ik ben het gaan studeren – het meest gehate vak was geworden. Dat vond ik tragisch, maar het maakte me ook nieuwsgierig. Hoe was het zover gekomen?’ Truijens begon ook de parlementaire enquête van de commissie-Dijsselbloem te volgen, die de onderwijsvernieuwingen uit de jaren negentig onderzocht. ‘De conclusies waren tamelijk schokkend.’
Vanaf dat moment had ze haar niche in het uitdijende columnistenlandschap te pakken, en schrijft ze dus vooral over onderwijs. Daarbij valt op dat ze vrijwel altijd partij kiest vóór de leerlingen en leraren, en tégen de schoolbesturen die sinds de invoering van de zogeheten lumpsumfinanciering steeds machtiger zijn geworden. Andere terugkerende thema’s: de matige kwaliteit van de lerarenopleidingen, de afnemende leesvaardigheid onder scholieren, de jonge leeftijd waarop Nederlandse leerlingen worden gesorteerd voor vmbo, havo of vwo.
In je columns schets je geen positief beeld van het onderwijs.
‘Ik probeer het niet somber op te schrijven. Maar het verbijstert me dat het telkens nóg slechter kan, dat de resultaten in met name lezen, maar ook schrijven en rekenen, al twintig jaar lang hard hollend achteruitgaan. Iedereen zou daarvan wakker moeten liggen.’
Leg het onderwijs eens op de divan: hoe heeft het zo mis kunnen gaan?
‘Door die enorm dikke bestuurslaag. Veel schoolbesturen voelen geen prikkel om zo veel mogelijk uit kinderen te halen en om leraren het beste onderwijs te laten geven. Wel om diploma’s uit te delen, en om kinderen niet te laten blijven zitten. Dat bedrijfje moet floreren en de ouders moeten tevreden zijn.
‘Leraren hebben nog maar weinig te vertellen. Ooit had je als leraar een hoge mate van vrijheid met wat je in de klas deed met je leerlingen. De leraar is vooral een uitvoerder geworden.’
Onderwijs is ‘een grote ongelijkmaker’, schreef je onlangs ook.
‘Dat is het andere grote probleem. Ik ben een beetje een oude sociaaldemocraat. Onderwijs zou moeten bijdragen aan een eerlijke verdeling van middelen en kansen. En dat doet het al heel lang niet meer.
‘We zitten nu ruim vijftig jaar na de Mammoetwet, toen is het onderwijs echt veranderd. De deuren gingen open voor mensen uit gezinnen waar nooit iemand naar de middelbare school ging, laat staan naar de universiteit. Maar we zijn blijven steken, we bewegen weer richting standenonderwijs. De onderwijsprestaties kelderen over de hele linie, en daar hebben de kinderen die thuis al weinig meekrijgen het meeste last van.’
Van Ronald Plasterk tot Gouke Moes, je hebt als columnist heel wat ministers en staatssecretarissen voorbij zien komen. Wie heeft de meeste schade aangericht?
‘Ze kunnen elkaar allemaal de hand schudden, want vanaf het begin van deze eeuw hebben ze zich allemaal gevoegd in een niet-werkend systeem met autonome schoolbesturen, een wegkijkende overheid en die vroege selectie.’
Er springt niemand uit?
‘Ik had mijn hoop gevestigd op Jet Bussemaker, een PvdA’er. Maar zij stelde op een gegeven moment de vraag waarom iedereen zo nodig zou moeten studeren. Van mij hoeft ook niet iedereen naar de universiteit, maar het moet niet worden bepaald door het gezin waarin je opgroeit. Terwijl zij dat wel belangrijker maakte, door niet de eindtoets maar de leraar het schooladvies te laten bepalen – waarbij onbewust vooroordelen kunnen meespelen. Terwijl ik dacht dat de sociaaldemocratie iedereen altijd gelijke kansen wilde geven.’
En er was niemand die jou wel kon bekoren?
‘Dat zal je misschien verbazen: Dennis Wiersma, hoewel ik nog nooit op de VVD heb gestemd en dat van mijn leven niet zal doen. Wiersma bezocht veel scholen en hij was kritisch op bestuurders en de inspectie. Die twee machtige partijen sprak hij duchtig aan. Leraren liepen met hem weg, ongeacht politieke kleur. Hij nam het voor ze op. En uiteindelijk moest hij vertrekken vanwege beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag.’
Er is nu een kabinetsformatie bezig en jij hoeft geen columns meer te schrijven. Je bent dus een goede kandidaat om minister van Onderwijs te worden...
Ze lacht. ‘Nee hoor, alles met leidinggeven moet je mij niet laten doen. Maar ik wil best ideeënfluisteraar worden.’
Wat zou je dan als eerste veranderen?
‘Precies de dingen die ik net al noemde: ik zou de macht van de besturen inperken en de vroege selectie afschaffen. En daar komt een derde punt bij: de basisvaardigheden moeten verbeteren: lezen, schrijven en rekenen.’
Zijn er ontwikkelingen in het onderwijs waar je hoop uit put?
‘Ja, dat er een besef is ontstaan dat onderzoek zo belangrijk is. Je moet evidence based materiaal hebben op scholen. In landen die dat doen, schieten de prestaties omhoog. We weten van veel dingen of het werkt of niet. Maar dat moet dan ook op pabo’s worden uitgelegd, en dat gebeurt dan weer niet. Ook de vaardigheden van de studenten zelf moeten veel beter. Iedere aankomend leraar moet een bevlogen lezer zijn.’
Je hebt jonge kleinkinderen. Zou je hen later een carrière in het onderwijs aanraden?
‘Ja, zeker. Ik vind het nog steeds een mooi beroep. Nou worden beroepen waar weinig mensen voor te porren zijn altijd ‘mooi’ genoemd, maar het onderwijs is echt interessant en heel belangrijk. Je speelt zo’n grote rol in mensenlevens. Daar gaat het toch om, om die kinderen die op school zitten? Die krijgen maar één kans op goed onderwijs. Stel dat je op een zwakke of een zeer zwakke basisschool zit, omdat die toevallig bij jou in het dorp staat. Dat kan zo bepalend zijn voor je toekomst. Je kunt het nooit meer overdoen.’
Terugblikkend op die duizend columns: wat heb je ermee bereikt?
‘Dat moeten anderen maar bepalen.’
Of is de tragiek juist dat er helemaal niets is veranderd, ondanks al die boze stukjes?
‘Ik hoop toch dat ik niet alleen bóze stukjes heb geschreven. Ja, die zaten er wel tussen, kritisch toch zeker. Maar ik hoop dat ik leraren ook heb geïnspireerd en aangemoedigd, vooral als het over het belang van lezen en literatuur gaat. En dat ik op die manier een beetje mijn evangelie heb verspreid.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant