is columnist voor de Volkskrant
Nu ik het afgelopen jaar eens lekker mag evalueren – of moet, rond oud en nieuw ontkom je daar niet aan – ben ik heel blij dat ik had bedacht dat ik deze boekencolumn wilde gaan maken. Hiervoor zat ik elke dinsdag in Den Haag bij het vragenuur om stukjes te schrijven, en toen ik daarmee stopte, ging ik over boeken schrijven.
Een groter verschil is haast niet denkbaar: hoewel ik in Den Haag veel kiespijnachtig heb moeten lachen, was het vaak een duistere, ontluisterende ervaring om naar de mensen in de Tweede Kamer te kijken, terwijl het boeken lezen me alleen maar gelukkig heeft gemaakt.
Een boek dat ze in Den Haag tijdens hun reces ook eens zouden kunnen lezen is Vuistslagen van Rasit Elibol, dat ik deze kerstvakantie las. Over zijn jeugd in Wormer, armoede, verslaving, puberen, een kort lontje, over opgroeien in Nederland met Turkse migrantenouders.
De andere Turkse mensen in Wormer vonden Elibol en zijn familie ‘nep-Turken’: ‘Omdat we in geen enkele God geloofden, en er dus niet werd gevast en er geen handen werden gekust tijdens Suikerfeesten en Offerfeesten.’
Sterker nog, zijn moeder studeert, naast haar baan in de koekjesfabriek, draagt geen hoofddoek, drinkt wel eens wat, rookt shag, draagt in de zomer een bikini op het balkon. Om die reden zegt een buurvrouw met hoofddoek tegen Elibols 8-jarige zusje dat hun moeder een hoer is. Conclusie: je doet het in de ogen van sommigen nooit goed, als immigrant, als Turk, en al helemaal niet als Turkse vrouw.
De passages over Elibols ouders zijn de passages die mij het diepst ontroerden in dit boek. Zijn vader, die een hele Sint-Maarten in hun flat in Wormer in het donker zat omdat hij geen geld had voor snoep om weg te geven. De vader gaat op een gegeven moment in therapie om de ernstige mishandeling door zijn eigen vader in zijn jeugd in Turkije te verwerken. Elibol merkte dat het beter ging met zijn vader vanaf het moment dat hij de psycholoog ‘de psycholoog’ ging noemen en niet meer, verhullend, steeds zei dat hij naar ‘de dokter’ ging.
Op een gegeven moment besluit Elibol dat hij zelf klaar is met de condition migrante, wat een officiële term is uit de psychiatrie, die slaat op kinderen van migranten die zich hun hele leven verscheurd kunnen voelen tussen twee culturen. Daarbij wil hij niet worden opgeroepen voor de dienstplicht in Turkije, of die afkopen. Hij gaat afstand doen van zijn Turkse paspoort. Als hij na het bezoek aan de ambassade iemand tegenkomt op straat die hij vertelt over het afstand doen, zegt een man die hij niet kent die ook bij het gesprekje staat: ‘Gefeliciteerd, nu hoor je er echt bij.’
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Source: Volkskrant