is techredacteur van de Volkskrant, gespecialiseerd in de impact van kunstmatige intelligentie op de maatschappij.
Wie niet heel snel heel veel datacenters bouwt, is verloren. Nou ja, dat is het beeld dat de laatste tijd opstijgt vanuit de Verenigde Staten en in het kielzog daarvan ook hier. Neem het veelbesproken rapport dat Peter Wennink eerder deze maand presenteerde.
De oud-ASML-topman presenteert hier een routekaart naar toekomstige welvaart, met als pijlers: minder regeldruk, moderne infrastructuur, kennis en talent. Specifiek noemt Wennink AI, veiligheid, energie-, klimaat en biotechnologie als gebieden waarin Nederland moet uitblinken.
Het woord AI kan nergens vallen zonder het woord ‘datacenters’ te noemen. Ook bij Wennink niet, die het maar liefst 25 keer gebruikt, soms in combinatie met het lekkere woord ‘hyperscale’. Zijn boodschap is duidelijk: we hebben te weinig datacenters en al helemaal te weinig hyperscale-datacenters. En dat komt door stroperige regelgeving, die innovatie tegenhoudt.
Ook het onlangs gepresenteerde Nederlandse AI-Deltaplan zoekt het in deze richting: ‘AI‑rekenkracht wordt cruciaal voor onze economie. Versnel vergunningverlening voor lokale datacenters.’
Toegegeven; het is een lekker frame. Nederland moet mee met de vaart der volkeren. Doen we dat niet, dan raken China en de VS definitief uit zicht. Wat rest is de ondergang van het Avondland.
Het is allemaal ook een echo van het Draghi-rapport, dat ruim een jaar geleden in opdracht van de Europese Commissie het Europese concurrentievermogen onder de loep nam. Onder de belangrijkste aanbevelingen: aanzienlijk meer investeren in belangrijke technologieën en infrastructuur, zoals digitale innovatie, AI, halfgeleiders en hernieuwbare energie. En ook Draghi hamert op de vereenvoudiging van de regels.
Het probleem bij al deze rapporten en aanbevelingen is het wat eenzijdige karakter. Gelukkig zijn er ook tegengeluiden te horen. Zo heeft het Rathenau Instituut het over ‘innovatiesimplisme’. Er is meer dan economische groei alleen, zo schrijft Rathenau, dat een lans breekt voor publieke doelen als duurzaamheid, veiligheid, gezondheid en een sterke democratie, waarvoor regelgeving juist onmisbaar is.
Verder verenigden Nederlandse AI-wetenschappers zich die zich boos maakten over het Wennink-rapport. ‘Wij hebben het standpunt dat beleid en regelgeving juist een belangrijk doel hebben: namelijk beschermen van wat van waarde is en een eerlijke afweging maken tussen kosten en baten’, stellen ze.
Experimenteren en haastig ondernemen is volgens deze onderzoekers de norm geworden in de techindustrie, vaak verkocht onder een sluier van ‘onvermijdelijkheid’. Woorden die hierbij horen zijn ‘race’ en ‘verminderde regeldruk’ en ‘angst om de boot te missen’, zo sommen ze op. Inderdaad precies het soort termen dat bij Wennink en consorten opduikt.
Ook wijst deze open brief op het feit dat grote AI-modellen en datacenters enorme hoeveelheden water, energie en land verbruiken.
Nederland moet blijven innoveren, daar zal iedereen het over eens zijn. Maar dat zal slimmer moeten dan het mantra ‘meer datacenters, minder regels’.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant columns