is oud-politicus, adviseur en podcastmaker.
Vlak voordat Wierd Duk dit najaar boos van de tafel van Dit Is De Week wegliep, had ik een vraag voor hem. Hij wierp zich daar als verdediger van het christendom op en vond mij – in mijn vertaling – maar een slappe zak. ‘Als je dat christendom dan zo geweldig vindt’, zo vroeg ik Duk, ‘heb je dan ook zelf iets met Jezus?’
Hij leek het een wat ongemakkelijke vraag te vinden, maar had er daarna wel een interessant antwoord op. Wierd had niet zoveel met de Jezus van de andere wang, van het eindeloos vergeven. Die Jezus lijkt ook een beetje een slappe zak. Maar de Jezus die het tempelplein leeg veegde en de religieuze leiders de oren waste, dat is een Jezus naar Wierds hart.
Het is Kerst. De verjaardag van Jezus. We vieren het met veel eten, veel lichtjes en met muzikale wansmaak. En als Jezus er zelf nog aan te pas komt, dan is het een lievige baby waar we al onze mooie wensen op kunnen projecteren en wordt hij omgeven door witte wezens die ‘vre-he-de op aa-haar-de’ zingen.
De Amerikaanse schrijver Philip Yancey schreef een schitterend boek over ontmoetingen met mensen die zijn geloof hebben gered. Die met Dr. Martin Luther King jr. was daar een van. Yancey groeide op in het diep racistische Georgia, in een arme familie die in ieder geval nog wel het geluk had destijds niet zwart te zijn. Het was volstrekt normaal dat de jonge Philip bij zijn vakantiebaantje schoon water kreeg en zijn zwarte collega’s water uit een smerige tank moesten drinken. Het was doodgewoon dat zijn school alleen witte kinderen verwelkomde.
Toen hij op 4 juli op een tribune zat te kijken naar een parade, ontwaarde hij een groepje zwarte mannen die het hadden gewaagd ook een plek op die tribune in te nemen. Een stel Ku Klux Klan-mannen baanden zich een weg door de menigte, klommen de tribune op en omsingelde de angstige zwarte mannen. Jancey beschrijft met schaamte hoe hij met een mengeling van opwinding en afschuw toekeek hoe de blanke vuisten op de zwarte gezichten landden en de zwarte mannen moesten rennen voor hun leven.
In maart 1965 wandelde Martin Luther King jr. vol overtuiging van Selma naar Montgomery in Alabama. Vlak daarvoor was een andere mars in een ‘bloody Sunday’ geëindigd en King wist dus dat hij een levensgroot risico nam. Wij herinneren deze mars alleen maar als een moedige beweging van mensen met het morele gelijk aan hun zijde. Yancey beschrijft hoe hij er als witte jongen van het Zuiden een hele andere kijk op had. Dit was voor hem en veel anderen in het Zuiden een invasie van ruziezoekers, van Noordelijke studenten, geradicaliseerde dominees en rabbi’s. Dit was een aanval op hun eigen, Zuidelijke manier van leven, op een gemeenschap die zich bedreigd voelde en zich met vuisten, stenen en erger verdedigde.
Of het de stoere Jezus van Wierd Duk, was of de lieve Jezus waar hij niets mee heeft, weet ik niet. Maar als Jancey kennismaakt met het leven van Martin Luther King jr., stuit hij op een ontroerende ontmoeting van de jarige van vandaag met een doodsbange, jonge Martin. Het is deze ontmoeting die hem de moed voor de rest van zijn leven gaf.
Bij gebrek aan beter was de jonge dominee gevraagd om de beweging van Rosa Parks te gaan leiden. King belandde – na een onbeduidende snelheidsovertreding – in de gevangenis en kreeg daarna de ene doodsbedreiging na de andere. Op een avond zat hij met het angstzweet op zijn voorhoofd alleen aan tafel. Zijn vrouw en net geboren dochter sliepen al. Hij prevelde hoe bang hij was, dat hij wankelde, niet durfde. Het was op dat moment dat hij een stem hoorde die hem zei dat hij moest opkomen voor recht, voor waarheid. En hij hoorde de stem hem beloven dat hij Martin nooit in de steek zou laten. Nooit.
‘One man in the name of love’, zingt U2, over de frontale, geweldloze aanval op ons lieve leventje. Op onze minachting voor anderen. Op onze beperkte kijk op de jarige van vandaag.
Zalig Kerstfeest!
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns