Home

Knarrenhofjes en verhuiscoaches: zo kunnen ouderen kleiner gaan wonen

Voor het eerst telt Nederland meer ouderen dan jongeren. Lezers maken zich zorgen: zijn er wel geschikte woningen voor al die ouderen beschikbaar? Met zogenaamde 'Knarrenhofjes' komen er bijvoorbeeld steeds meer initiatieven om dit probleem op te lossen, zeggen experts.

Eerst de cijfers. Op dit moment zijn er 451.000 mensen op zoek naar een woning, blijkt uit onderzoek van Volkshuisvesting Nederland uit 2025. 81.000 van deze woningzoekers zijn starters. Maar er worden 'slechts' 50.000 woningen aangeboden, wat het tekort brengt op zo'n 400.000 woningen.

De overheid probeert daar al langer op in te spelen. Tussen 2022 en 2030 moeten er ongeveer 981.000 woningen worden bijgebouwd, is het streven. Daarvan moet een derde geschikt zijn voor ouderen. Dat betekent dat er per jaar ongeveer 33.000 woningen voor ouderen bij moeten komen. Vorig jaar waren dat er maar 4.000.

Zijn er te weinig geschikte woningen voor ouderen, dan moeten ze te lang in hun meergezinswoning blijven zitten. Daardoor is er te weinig plek beschikbaar voor jonge gezinnen. Dan is er dus een gebrek aan doorstroom.

Een geschikte woning voor ouderen betekent vaak dat het huis is aangepast: de woning is bijvoorbeeld gelijkvloers en heeft brede deuren. Bovendien moeten er voldoende voorzieningen in de buurt zijn. "We hanteren de drie A's", zegt hoogleraar woningmarkt Peter Boelhouwer van de TU Delft. "Arts, apotheek en Albert Heijn."

Het schort dus aan zulke geschikte woningen. Maar corporaties zijn sinds een paar jaar bezig met alternatieven. Zo zijn er bijvoorbeeld de Knarrenhofjes, zegt Boelhouwer. Dat is een woonvorm waar mensen van 55 jaar of ouder zonder zorgvraag bij elkaar in een 'hofje' wonen.

In de (aangepaste) huizen wonen de ouderen zelfstandig, maar er zijn ook gemeenschappelijke ruimtes en tuinen waardoor de bewoners kunnen samenkomen. Een populair concept: er staan daarvoor nu zo'n zestigduizend mensen op de wachtlijst, zegt Boelhouwer.

Alternatieven zijn er dus, al zal het even duren voor die het tekort kunnen oplossen. Maar ook bij de verhuizingsbereidheid valt nog wat winst te behalen. Van de senioren wil 40 procent doorverhuizen naar een beter passende woning, bleek uit onderzoek van Vereniging Eigen Huis in 2022. Onder het grootste deel van de senioren is er dus geen doorverhuisbereidheid.

"Bij mensen tussen de 65 en de 80 jaar oud is de verhuizingsbereidheid heel gering", licht Boelhouwer toe. Ouderen zijn gewend aan hun buurt, kennen de mensen om hen heen en willen na hun pensioen genieten van hun huis.

Zijn ze ouder dan 80, dan nemen gezondheidsklachten vaak toe, en daarmee ook de wil om te verhuizen. "Mensen krijgen moeite met bewegen en komen lastiger de trap op", ziet Boelhouwer. Dan hebben ze sneller behoefte aan een aangepaste woning, maar vaak is zo'n woning niet meteen beschikbaar.

Zaak is dus om ouderen eerder in beweging te krijgen, zodat ze op tijd naar een geschikte woning kunnen. Ook komen er zo grotere woningen vrij voor jongere generaties. Dat kan bijvoorbeeld door zogenaamde verhuiscoaches, legt Boelhouwer uit. "Die bieden ouderen een alternatieve woning en helpen ook met verhuizen."

Sommige corporaties handhaven bovendien de 'oude' huur, zegt emeritus hoogleraar Demografie Jan Latten. Nieuwbouwappartementen, waar ouderen naartoe kunnen verhuizen, zijn vaak een stuk duurder dan de woning die senioren al hebben. "Om mensen op een positieve manier te stimuleren om te verhuizen, vragen ze niet de echte huurprijs, maar dezelfde huur als eerst."

Volgens Boelhouwer zou zulke financiële hulp ook voor koopwoningen kunnen werken. Ouderen moeten nu een overbruggingskrediet opnemen als ze willen verhuizen. "Dat kost vaak tussen de 20.000 en 30.000 euro. Veel ouderen zien daartegenop", legt Boelhouwer uit. Sommigen krijgen zelfs helemaal geen krediet van de bank. "Een lagere rente én de mogelijkheid om wel zo'n krediet te krijgen voor de verkoop van hun woning, zou dus erg helpen."

Zulke positieve vormen van stimulatie werken beter dan een negatieve financiële prikkel, stelt Latten. Zo heeft het Verenigd Koninkrijk de 'bedroom tax' ingevoerd om de woningnood tegen te gaan. Bij die zogenaamde slaapkamerbelasting moeten mensen met een huurwoning extra belasting betalen als ze een kamer over hebben. Mensen die te groot wonen, worden zo gestimuleerd om door te verhuizen. Latten is daar geen voorstander van. "Doe het positief, dan zijn mensen sneller bereid om mee te werken."

Bovendien zijn al deze initiatieven uiteindelijk niet voldoende om het woningtekort op te lossen, merkt Boelhouwer op. "Je krijgt wel een betere verdeling van de woningen tussen de generaties, maar er zijn gewoon woningen nodig. Ouderen moeten ook ergens wonen."

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next