is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
Robin van Persie, trainer van Feyenoord, ging woensdag, na afloop van de verloren bekerwedstrijd tegen Heerenveen, het gesprek aan met de harde kern van supporters van zijn club. Op foto’s kon je zien dat de fanatieke aanhang er een andere en eenzijdiger definitie van een gesprek op nahield dan de trainer. Daarover zei Van Persie: ‘Ik vind dat ik er moet staan en hun een podium moet geven om hun emotie en frustratie te uiten’.
Het is een houding die getuigt van een positieve geest, zeker nadat het ‘Van Persie rot op’ van de tribunes was gerold. Het is op een bepaalde manier ook lief om te denken dat je met een goed gesprek alles kunt oplossen. In een wereld vol redeloze haat blijven geloven in zachtmoedigheid is mooi. Toen Van Persie werd gevraagd wat hij ervan vond dat de fans riepen dat hij moest oprotten, zei hij: ‘Ik vind het heel jammer dat ik dat hoor.’
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Ik verbaas me wel vaker over het empathisch gevoel van millennials, maar dat Van Persie (42) begrip en naastenliefde toonde voor de bloeddorstige meute die hem wilde verscheuren, was niet meer vertoond sinds Jezus Christus aan het kruis zijn beulen vergaf. Heel even verlangde ik naar een Mourinho of Simeone, keiharde mannen met schijt aan het volk.
Ik heb als jonge sportverslaggever een andere generatie trainers meegemaakt. Die hield helemaal niet van invoelende gesprekken met de supporters. Kwamen er honende spreekkoren van de tribunes, dan staken ze liefst hun middelvinger in de lucht.
Trainers konden zich zo’n reactie veroorloven omdat het toen nog niet de gewoonte was dat de fans beslisten over hun lot. In Spaanse stadions zag je weleens witte zakdoekjes waarmee de trouwe supporters lieten merken het te hebben gehad met de trainer. Soms werd die daarop ontslagen. Maar dat waren ‘Zuid-Europese toestanden’. In Nederland was trainer van een profclub toen nog een min of meer vaste baan.
Sinds Nederlandse clubs het beleid in handen hebben gegeven van het schorriemorrie op de tribunes is dat veranderd. Feitelijk kon Van Persie weinig anders doen dan nederig naar de harde kern gaan en om vergeving smeken: ze hebben zijn baan in handen. Nog één zo’n storm en de broekenmannen in de bestuurskamer verklaren dat ze geen keus meer hebben en de trainer wel móeten ontslaan.
De getatoeëerde bende weet dat ze aan de touwtjes trekt. Van Persie bevestigde nog eens dat het geschreeuw hun goed recht was. ‘De supporters verdienen een Feyenoord dat beter speelt’, zei hij tegen ESPN, ‘dat is hun recht.’ Dat recht bestaat helemaal niet, maar krijg dat een randdebiel maar eens aan zijn verstand, zeker nu Robin het zelf heeft gezegd.
Nu.nl had een foto waarop we Van Persie zagen zwaaien naar de boze supporters: ‘Robin van Persie bedankt de fans na het gesprek.’ Met zulke nederigheid en gebrek aan zelfrespect levert het voetbal zich uit aan de meute.
Dan liever Vítor Pereira, de coach van Wolverhampton Wanderers, die eind november zo kwaad werd toen het ‘You’re getting sacked in the morning’ van de tribunes galmde, dat hij begon terug te schelden en er maar net van kon worden weerhouden de fans te lijf te gaan. Hij werd de volgende dag inderdaad ontslagen, maar vertrok met opgeheven hoofd.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns