Home

Ik ruik graag lekker voor mijn vrienden

Peter Buwalda is schrijver en columnist van de Volkskrant

Ik heb heus wel vrienden, ik zie ze alleen nooit. Een van mijn betere vrienden, Wessel te Gussinklo, heb ik maar één keer ontmoet, vluchtig, en toen waren we nog niet eens vrienden trouwens. Inmiddels is Wessel me ontvallen.

‘Wat ben je toch een somber kereltje, eigenlijk.’
Hoho, ik ben juist vrolijk. Ik ga vanavond dineren met Enrico, ook een vriend van me.
‘Je hebt hem twee jaar niet gezien!’
‘Maar we appen vrijwel dagelijks.’
‘Over boeken, ja. Weet je zeker dat het geen chatbot is?’
‘Ga ik navragen.’

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Enrico een chatbot, tsss. We appen ook wel eens over voetbal, trouwens, ik ken geen chatbots met wie ik over Mafhoez én Salah kan appen.

‘Dat kenmerkt chatbots juist’, roept mijn vriendin Jet me na. ‘Waarschijnlijk weet hij ook alles over tuinieren en filatelie.’

Ik zit al in de trein naar Den Bosch. Hard voor gefietst, ook al blijkt Enrico een chatbot, ik wil op tijd komen. En lekker ruiken, trouwens. Onder mijn wollen trui zit mijn oudste T-shirt, het is een fijn shirtje. Gooi dat kreng eens weg, is me herhaaldelijk geadviseerd, wat ik disloyaal vond, maar nu ik mijn neus onder de rafelige boord steek, begrijp ik dat ik had moeten doorselecteren. Wat een lucht. Ik ruik naar natte hond.

‘Stank voor dank’, mompel ik tegen mijn shirtje. ‘Wat ben je ook een kutshirtje. Heb ik je hierom duizend keer gewassen en opgehangen?’

Enrico en ik hebben afgesproken op het station, zul je meemaken dat hij wel eens toe is aan een omhelzing. Ook daarom koop je bij Bol, zal hij denken.

Op het station zit een klein Hemaatje. Om me heen kijkend of dat ik een chatbot zie met Enrico’s blonde manen, schiet ik het filiaal in. Het lijkt me echt Hema dat ze Jip en Janneke-paraplu’s verkopen, maar geen T-shirts. Helemaal achterin, aan een haakje op plinthoogte, hangen kartonnetjes met heren-T-shirts. De Hema uitloerend of ik Enrico zie, reken ik ze af.

Meteen loop ik naar de paraplu’s, daar is het rustig. Gehurkt ontkleed ik mijn bovenlijf. Stel Enrico wil nog snel even een paraplu kopen, en na twee jaar intensief appen over boeken en voetbal, treft hij me hier aan, ontbloot als Poetin op een paard, gehurkt in de stations-Hema.

Het nieuwe T-shirt zit als gegoten, heerlijk shirtje, trui aan, jas aan. Ik loop glimlachend met het bezwete, oude lor in mijn hand de Hema uit. Juist als ik het volledig verwassen kreng – ik zou Max’ gezicht willen zien als hij het uit zijn Zak zou trekken – in de eerste de beste prullenbak dump, ontwaar ik Enrico.

Het weerzien is genoeglijk. Driekwartier banjeren we door de donkere binnenstad, wild converserend over boeken en voetbal, zoekend naar een geschikte herberg. Iets vinden lukt nauwelijks, daarvoor passeren er teveel schrijvers en voetballers, Krasznahorkai, Dick Nanninga, S. Vestdijk, Andries Noppert, Bert Natter en Louis van Gaal.

We komen drie keer langs het reuzenrad. Enrico schiet een bekende aan, het blijkt zijn teamleider met wie hij gisteren nog is wezen eten. Na afloop was de man zijn auto kwijt, Enrico en zijn team had jassen en tassen erin liggen. Na dit mooie verhaal biecht ik ronddolende ook maar T-shirtgate op, en storm per ongeluk, al pratend, de C&A binnen.

Nalachend vinden we een Italiaan. We eten buiten, waar we onder de gloeilampen onze favoriete boeken en voetballers bespreken. Wanneer we de zaak in gaan voor een afzakkertje, zitten er nog twee mensen aan een tafeltje. Truus en Louis – wat toevallig. ‘Nu begrijp ik’, zeg ik zachtjes tegen Enrico, ‘waarom we zolang hebben lopen zoeken.’

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next