Home

Meer kinderen zitten thuis, startklas moet schoolprobleem aanpakken: 'Eén plus één is drie' - Omroep West

DEN HAAG - Het aantal thuiszitters in Den Haag is afgelopen schooljaar iets gestegen ten opzichte van het jaar daarvoor. Om het tij te keren is Den Haag begonnen met startklassen, waarin jeugdzorg en onderwijs samenwerken. De eerste resultaten zijn veelbelovend.

'Mijn ervaring is dat één plus één drie is', zegt Arjonel Rijpma. Ze is pedagogisch hulpverlener van jeugdhulporganisatie Kracht.

Ze werkt samen met leerkracht José Peters in de startklas van basisschool De Grote Beer in Escamp. Daarin zitten kinderen van vier of vijf jaar voor wie de stap naar de basisschool nog te groot is. Thuiszitten ligt op de loer.

'Ik let extra op sociale vaardigheden', legt Rijpma uit. 'En ik weet bijvoorbeeld hoe je om moet gaan met een kind dat heel boos is of met een kind dat prikkelgevoelig is. Ook geef ik extra aandacht aan kinderen die de taal niet machtig zijn.'

José Peters richt zich op haar beurt juist op alles wat met school en lesgeven in de klas te maken heeft. 'Samen kom je dus veel verder', zegt Peters.

De startklas moet voorkomen dat kinderen thuis komen te zitten. Het aantal thuiszitters - leerplichtige kinderen die langer dan vier weken niet naar school zijn geweest - is afgelopen schooljaar in Den Haag licht toegenomen, van 1483 in schooljaar 2023-2024 naar 1515 een jaar later. Dat staat in het jaarverslag Leerplicht 2024-2025.

De grootste groep kinderen die niet naar school gaat bestaat uit nieuwkomers, zoals arbeidsmigranten. Maar ook kinderen met lichamelijke of psychische problemen komen soms thuis te zitten.

Onderwijswethouder Hilbert Bredemeijer (CDA) maakt zich zorgen. 'Wij willen natuurlijk dat elk kind naar school kan', zegt hij.

'Maar tegelijkertijd zie je dat er meer kinderen zijn die op de basisschool moeten starten met een achterstand of andere problemen. Die kinderen kunnen dus niet vanaf dag een meekomen op school.'

Dat zien Peters en Rijpma ook. 'Sommige kinderen die naar de basisschool moeten voldoen nog niet aan de schoolse vaardigheden', vertelt Peters. 'Het gaat dan bijvoorbeeld om reageren op je naam, het zitten op je stoel, maar ook zoiets als zindelijkheid.'

De startklas is bedoeld om de kinderen dat soort vaardigheden te leren, zodat ze uiteindelijk naar de basisschool kunnen. Ook ouders worden nadrukkelijk bij de lessen betrokken. De samenwerking tussen pedagogisch hulpverlener en leerkracht werpt zijn vruchten af, vindt Peters.

'Toen we net begonnen konden de kinderen nog geen drie minuten in de kring zitten', vertelt ze. 'Dan waren ze heel snel afgeleid. De een was hier, de ander daar, weer een ander lag onder de tafel. Nu zitten we al een kwartier in de kring en luisteren ze als we een boekje voorlezen. Dat zijn leuke stappen die we zetten.'

De startklas op de Grote Beer is een van de negen startklassen die Den Haag vorig jaar is begonnen. In die negen klassen zaten in totaal 66 kinderen, van wie er veertien naar het reguliere basisonderwijs zijn doorgestroomd en zeven naar het speciaal onderwijs of een vorm van zorg.

De resultaten stemmen wethouder Bredemeijer hoopvol. 'We bereiken in elk geval kinderen die anders misschien thuis zouden zitten. Dat is al een prachtig resultaat', zegt hij.

Bredemeijer: 'Of de uitstroom naar het reguliere onderwijs voldoende is moet nog blijken, want we zijn pas net begonnen. Maar ik heb goede hoop dat we maatwerk voor elk kind kunnen toepassen. Want ieder kind is uniek en niet ieder kind kan direct meekomen in het onderwijs. Soms spelen er zaken en dan moeten wij hulp bieden.'

Source: Omroep West Den Haag

Previous

Next