De EU-ministers die verantwoordelijk zijn voor visserij hebben zaterdag een akkoord gesloten over de visquota voor volgend jaar. Daarbij hebben ze afgesproken hoeveel vissers uit EU-lidstaten mogen vangen in Europese zeeën, zoals de Noordzee, Atlantische Oceaan en Zwarte Zee.
De Europese Unie maakt elk jaar in december afspraken over hoeveel vis lidstaten het komende jaar mogen vangen. Voor de Nederlandse visserijsector zijn onder meer tong, makreel, zeebaars, haring en horsmakreel belangrijk, zegt het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.
"Een aantal visbestanden is dusdanig gezond dat de vangstmogelijkheden voor komend jaar toenemen. Voorbeelden hiervan zijn tong en zeebaars", stelt het ministerie. "Tegelijkertijd is een aantal visbestanden naar beneden bijgesteld, bijvoorbeeld bij haring, kabeljauw en makreel." Zo mag er 20 procent minder haring worden gevangen in de Noordzee en het Skagerrak.
Het akkoord volgde na twee dagen onderhandelen. "We hebben een compromis bereikt met brede steun onder de lidstaten", zegt de Deense visserijminister Jacob Jensen. "Het compromis vindt een balans tussen het wetenschappelijke advies en de bescherming van kwetsbare visbestanden, terwijl het ook de best mogelijke voorwaarden schept voor een duurzame visserijsector in de toekomst."
Belangenorganisatie VisNed is "heel blij" met het akkoord. "Het belangrijke tongquotum wordt met 25 procent verhoogd, waardoor de dramatische korting in 2024 met substantiële verhogingen in dit jaar en ook volgend jaar voor een belangrijk deel is tenietgedaan", zegt directeur Geert Meun.
Meun benadrukt ook de verhoging van het quotum voor Noorse kreeft met 40 procent. Steeds meer Nederlandse vissers leggen zich een deel van het jaar toe op deze visserij, legt hij uit. "Een domper is wel de korting bij Noordzeekabeljauw." Komend jaar gaat het quotum met 44 procent omlaag, vanwege de "zorgelijke staat" van de vis.
Source: Nu.nl economisch