In 2025 kwam Álex Márquez uitstekend uit de startblokken door in de eerste drie Grands Prix als tweede over de finish te komen. Dat deed de 29-jarige Spanjaard op een Ducati GP24 van Gresini Racing, waardoor hij dus niet beschikte over het nieuwste materiaal. De goede seizoensstart leidde echter meteen tot vragen of die motorfiets updates zou krijgen gedurende het seizoen, iets wat aanvankelijk niet gepland was. Zelf gaf Márquez altijd hetzelfde antwoord op die vragen: "Als er een update komt voor de 2024-motor, dan komt die tegelijkertijd voor iedereen", doelde hij op het feit dat ook Franco Morbidelli en teamgenoot Fermín Aldeguer dan een upgrade zouden krijgen.
Upgrades kwamen er niet, met uitzondering van een kleine verandering heel laat in het seizoen. Het weerhield Márquez er niet van om goed te blijven presteren. In Jerez boekte hij zijn eerste MotoGP-zege, waarmee hij de leiding in de titelstrijd even overnam van broer Marc Márquez. De koppositie raakte hij al snel weer kwijt en door een lastige periode midden in het seizoen raakte de wereldtitel ook uit beeld, maar hij wist in Barcelona en Maleisië wel nog twee Grands Prix te winnen. Het bleek meer dan genoeg om de tweede plaats in de titelstrijd veilig te stellen, nog ruim voor Francesco Bagnaia op de tweede fabrieksmotor van Ducati.
Het leidde ertoe dat Ducati voor 2026 besloot om Márquez van een fabrieksmotor te voorzien. Geen stap dus naar de GP25 die Marc Márquez dit jaar de wereldtitel opleverde, maar meteen een stap naar de GP26. Hij krijgt zo de beschikking over hetzelfde materiaal als de rijders van het fabrieksteam en Fabio Di Giannantonio bij VR46. "Álex Márquez liet een belangrijke evolutie zien die hem tussen de belangrijkste koplopers heeft geplaatst. Hij heeft de officiële motor voor volgend seizoen verdiend", zei Ducati Corse-topman Gigi Dall'Igna over deze beslissing in zijn jaarterugblik.
In Maleisië boekte Álex Márquez zijn derde zege van het MotoGP-seizoen.
Foto door: Gold and Goose Photography / LAT Images / via Getty Images
Dat Álex Márquez in 2026 over het nieuwste materiaal van Ducati kan beschikken, is mede mogelijk gemaakt door VR46. De renstal van Valentino Rossi ontving afgelopen jaar voor Di Giannantonio al fabrieksmateriaal en dat zou volgend jaar ook het geval zijn voor teamgenoot Franco Morbidelli. De inconsistentie van de Italiaan met Braziliaanse roots, evenals de hoge kosten van het laten rijden van twee fabrieksmotoren, was echter reden voor VR46 om de fabrieksmotor voor Morbidelli te weigeren. Ducati greep de kans om deze motor aan Márquez te geven, al moest Gresini hiervoor wel instemmen met een grotere financiële bijdrage dan aanvankelijk gepland.
Zo beschikt Márquez in 2026 over hetzelfde materiaal als zijn oudere broer en Bagnaia bij het fabrieksteam, en Di Giannantonio bij VR46. Aan zijn status binnen het project van Ducati verandert echter weinig, zo vertellen bronnen binnen de fabrikant aan Motorsport.com. "Álex blijft een rijder die onder contract staat bij een privéteam, maar zijn motor en uitrusting zijn identiek aan die van de fabrieksrijders. Op menselijk niveau verandert er niets: hij behoudt zijn technische team en dezelfde toegewezen Ducati-medewerkers die hij tot nu toe al had."
Jaar
Team
Zeges
Podiums
Poles
Punten
Plaats
2020
Honda
0
2
0
74
14e
2021
LCR Honda
0
0
0
70
16e
2022
LCR Honda
0
0
0
50
17e
2023
Gresini Ducati
0
2
1
177
9e
2024
Gresini Ducati
0
1
0
173
8e
2025
Gresini Ducati
3
12
1
467
2e
Wat zou jij graag willen zien op Motorsport.com?
- Het Motorsport.com-team
Source: Motorsport