Home

Terwijl ik een goede daad verrichtte, kwam ik erachter dat ik een slecht mens ben

Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Net nadat ik het park binnen was gefietst, hoorde ik een hoop geritsel, gefladder en geflaps uit de bosjes rechts van mij. Een moment later vloog er een vogel vlak voor mijn voorwiel langs. Eigenlijk was er van vliegen geen sprake. Het was eerder een soort moedwillig vallen. Precies zoals ik zou doen als je me vleugels zou geven en me uit een boom zou duwen. De vogel maakte een klapperende noodlanding in het grasveldje naast het fietspad en kwam daar tot stilstand zoals een op hol geslagen speedboot op het strand vastloopt.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Het eerste wat ik dacht, was niet: och, dat arme beestje. Maar: ja hoor, dit heb ik weer. Zuchtend stapte ik van mijn fiets, liep het grasveld op en ontwaarde de vogel. Het bleek een uit de kluiten gewassen halsbandparkiet. Hij hupste wat rond, pikte met zijn haaksnavel in de aarde zogenaamd op zoek naar eten, en deed daarmee een uitstekende imitatie van een man die zojuist op straat keihard op zijn bek is gegaan en dat probeert te verhullen door te doen alsof hij zijn sleutels zoekt.

Normaal gesproken ga ik nooit zo met gewonde wezens om, maar om te checken of deze halsbandparkiet echt niet meer kon vliegen, probeerde ik hem op te jagen. Vliegen lukte hem inderdaad niet meer en hij draaide zijn kop een kwartslag en klapperde met zijn snavel naar me.

Het zou een kwestie van tijd zijn voordat de vogel zou worden doodgebeten door een van de honden die hier wordt uitgelaten. Ik pakte mijn telefoon uit mijn zak en belde de dierenambulance. Terwijl ik in de wacht stond, bedacht ik of ik ook de dierenambulance zou hebben gebeld als het niet om een halsbandparkiet, maar een duif of een raaf was gegaan. Nee, was het eerlijke antwoord. En dat maakt mij dus een vogelracist. Zo kwam ik er, terwijl ik een goede daad verrichtte, achter dat ik een slecht mens ben. Cue Alanis Morissette.

De vrouw van de dierenambulance zei dat er nu geen ambulance beschikbaar was, maar er wel een rit werd ingepland. Of ik de vogel niet even kon meenemen naar m’n werk of naar een café. Nou, liever niet. En bovendien, hoe dan?

Ik keek om me heen en zag een vuilniscontainer vol met kartonnen dozen. Zo zouden we het gaan doen: ik zou een doos pakken, de vogel erin stoppen en de doos op een veilige plek zetten, zodat hij daar kon worden opgehaald door de ambulance. Dat deed ik allemaal. Toen ik klaar was, stuurde ik een foto van het tafereel naar het WhatsAppaccount van de dierenambulance. ‘Je bent een held’, kreeg ik terug. Een racistische held dus. Maar dat stuurde ik maar niet terug.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next