Home

Tijdens uitbraken van de Zwarte Dood help ik pestlijders, jou ook, maak je geen zorgen

Peter Buwalda is schrijver en columnist van de Volkskrant

We hebben een groenteboer die zichzelf groentejuwelier noemt, haha, mijn vriendin Jet komt er geregeld. Ikzelf moet eerst naar de legerdump voor een bivakmuts met twee ooggaten, dan wip ik ook weer eens binnen, ‘dit is een overval, stop die spruiten in deze zak, snel, en ook die bloemkolen’, gebbetje, kan verkeerd uitpakken, de broer van Fruts, mijn generieke jeugdvriendje, zie eerdere columns, kwam ooit thuis met een dergelijke commandomuts over zijn hoofd, dwars door de achtertuin, vuisten plat tegen het woonkamerraam, Fruts’ moeder kreeg haast een hartaanval, linke grapjes zijn het om te maken.

Maar de groentejuweliers maken zelf ook grapjes. Kleine, een beetje schrale ventjes zijn het, allemaal gekleed in het zwart, Tilburgse studenten volgens mijn vriendin Jet, die de trein nemen om in Breda biologisch geteelde juwelen te verkopen. Haar vinden ze wel passen bij de nering, ze vinden dat ze ‘mooi haar’ heeft, is mij doorgebriefd, een plukje afstaan, heb ik geadviseerd, vinden ze leuk om te krijgen.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Soms loop ik de groentejuwelier ook even binnen, samen rondkijken voor een trouwring van rode biet, zoiets, en over die visites hebben de groentejuweliers mijn vriendin Jet geconsulteerd. ‘Wie was dat’, vroeg het juweliertje van dienst op geschrokken toon, ‘ineens was die man er met zijn middeleeuwse kop. Hij heeft... hij heeft een agressieve uitstraling.’

Dat was Heathcliff, heb ik geadviseerd dat ze had moeten zeggen, waarna ze als K. Bush door de groentejuwelier had moeten gaan dansen, ‘Heathcliff, it’s me, I’m Cathy, I’m so co-ho-ho-hold’ zingend tussen de kroppen en penen, dan moeten ze maar geen domme vragen stellen.

Ik krijg wel vaker zulke veren in mijn reet, ik herinner me de begrafenis van Zwaag (nee, ik weet niet of ik de bio ga lezen, ik vind het geen vriendendienst om dat op sloffen met een bakje chips te gaan zitten doen, ik kwam er eertijds ook niet bij staan als Joost op de plee zat, ik pak denk ik Zes sterren, dat ik in portefeuille heb voor in noodsituaties), ik begroette C. Nooteboom, die seconden later, las ik achteraf ergens, ‘die kop...’ gepreveld schijnt te hebben, ‘die kop... achter de tralies hoort hij...’ Ook is mij verzekerd dat ik op Johnny Cash lijk, maar na zijn begrafenis, opgegraven dus, maar dat maakt niet uit, vind ik, gezegd is gezegd, hij was een vriend van Elvis.

Misschien trok ik een middeleeuwse kop toen ik met een van de groentediamantairs een gesprekje aanknoopte. ‘Ben jij student?’, vroeg ik, een kilo edelstenen afrekenend (aardappels). Ja, was hij, en wat deed ik dan eigenlijk voor de kost? Hoewel ik mezelf adviseerde een middeleeuws beroep te noemen, iets als pestmeester, mijn beste, tijdens uitbraken van de Zwarte Dood help ik in mijn leren cape en lieslaarzen pestlijders, jou ook, maak je geen zorgen, om je builen niet te hoeven aanraken heb ik mijn prikstok, en om je niet te ruiken zet ik mijn lange leren neus op die ik vul met kruiden en wierook, ik ben de snaveldokter van Breda.

‘Ik ben schrijver’, zei ik.

‘Schrijver’, zei het spruitensmidje met een verraste lach. ‘Schrij? Ver? Haha, oké. Schrijver... Jaja.’ Hij staarde geamuseerd door de winkelruit. ‘Je bent schrijver. Ik was pas eens in een kringloopwinkeltje, daar hadden ze een heel hoge stapel Baantjerboekjes. Van die boekies. Zo’n... schrijver? Haha.’

‘Sterker’, zei ik ernstig, ‘ik ben Baantjer.’

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next