is redacteur klassieke muziek van de Volkskrant.
Helemaal onbegrijpelijk was het niet dat áls er bij NPO Klassiek bezuinigd zou worden, het Zondagochtendconcert het slachtoffer zou zijn. Al sinds 1994 worden de radioluisteraars getrakteerd op een concertregistratie, live vanuit het Concertgebouw in Amsterdam. Een uur meestal symfonische muziek, toegankelijke programmering, veel hits.
De concerten met relatief goedkope kaartjes zitten vol, er komen veel gezinnen. Met de uitzending trekt het programma per keer rond de 27 duizend luisteraars. Voor velen is het Zondagochtendconcert een ideale introductie tot de klassieke muziek gebleken. Maar zoals het er nu naar uitziet, stopt de serie in 2027.
Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Joris Henquet, Merlijn Kerkhof, Anna van Leeuwen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst.
De olifant in de kamer was dat in ongeveer de helft van de gevallen het Zondagochtendconcert een uitgeklede versie is van het Vrijdagconcert (beide Avrotros), dat ook live, maar vanuit het Utrechtse TivoliVredenburg wordt uitgezonden. Hoewel de livecomponent niet te onderschatten is (er kan altijd iets gebeuren, het klinkt nooit hetzelfde), zou je vanuit het oogpunt van efficiëntie kunnen zeggen: zend dat vrijdagse concert nog een keer uit – of doe echt iets anders op zondag.
Het Zondagochtendconcert is ook minder bijzonder geworden. Kijk naar de programmering van zo ongeveer elk via de culturele basisinfrastructuur ondersteund symfonieorkest (met uitzondering van het Concertgebouworkest, dat verreweg het meeste geld krijgt) en je ziet: het korte concert zonder pauze is in opmars, en de hit is nu de norm. Een beetje (heel klein beetje) gechargeerd: de Nederlandse concertprogrammering heden ten dage is tien keer het Celloconcert van Dvořák.
Het is aannemelijk dat het Concertgebouw doorgaat met een eigen serie in het tijdsslot, zij het zonder microfoons. Maar voor de muzikale infrastructuur in Nederland heeft het wegvallen grote gevolgen.
Het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor, na de bezuinigingswoede van het eerste kabinet-Rutte de enige overgebleven radio-ensembles, zijn het vaakst te horen in het Zondagochtendconcert. Om voor een redelijke prijs goede (gast)dirigenten en solisten aan zich te kunnen binden, was het aantrekkelijk dat zij een programma konden herhalen.
Het koor en orkest vallen onder de mediabegroting. Zij zijn er in de eerste plaats voor de publieke omroep: ze toeren nauwelijks en treden zelden op buiten de omroepseries, waar als derde ook de NTR ZaterdagMatinee (de meest uitdagende serie, met veel nieuwe en vergeten muziek) in het Concertgebouw bij hoort. Met het wegvallen van een vast speelmoment zullen de omroepensembles zich opnieuw moeten uitvinden en komt er ruimte voor creatieve initiatieven – althans, dat hoop je.
Het zou ook mooi zijn als het Radio Filharmonisch en het Groot Omroepkoor de ruimte krijgen om hun interessantste programma’s uit het Vrijdagconcert en de ZaterdagMatinee te hernemen in andere concertzalen. Zo kunnen zij de avontuurlijkere luisteraars bedienen en een aanvulling zijn op de orkesten die door de financiële krapte wel op safe moeten spelen.
Wat minder kabaal was er over het feit dat ook Vrije Geluiden (VPRO) verdwijnt, het enige programma voor eigentijdse kunstmuziek, uitstekend en bevlogen gepresenteerd door de breed geïnteresseerde Anne-Maartje Lemereis. Uiteindelijk komt de luisteraar die wat anders wil dan Mahler of Rachmaninov toch weer het slechtst van het NPO-slagveld.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns