Voor de aanleg van het landelijk waterstofnetwerk zijn miljarden euro's extra nodig, meldt de Algemene Rekenkamer dinsdag. De verwachte opstartverliezen zijn meer dan drie keer zo groot als het beschikbare subsidiebedrag van 750 miljoen euro.
Volgens de Rekenkamer bedragen de geraamde investeringskosten inmiddels 3,8 miljard euro. In 2023 was dit nog 1,5 miljard euro. Het controleorgaan spreekt in een rapport van een "hoog risico" voor de schatkist.
De grotere verliezen zijn volgens de instantie onder meer het gevolg van "flink gestegen" kosten en een tegenvallende vraag naar waterstof. Ook het aanbod van duurzame waterstof "blijft sterk achter" bij de verwachtingen.
Door de achterblijvende vraag is het onzeker of het volledige netwerk er wel komt. Eén deel wordt inmiddels aangelegd. Voor de andere veertien delen "zal de haalbaarheid nader moeten worden bepaald". De Rekenkamer benadrukt dat de overheid tijdig moet bijsturen, "juist omdat het om heel veel publiek geld gaat".
Het landelijk waterstofnetwerk moet vanaf 2030 de grote industriële regio's in Nederland met elkaar verbinden. Volgens de plannen is over vijf jaar een netwerk van 1.200 kilometer aangelegd.
De aanleg van het waterstofnetwerk begon in oktober 2023 in Rotterdam, in aanwezigheid van koning Willem-Alexander en in opdracht van de toenmalige klimaatminister Rob Jetten. Het waterstofproject moet bijdragen aan de verduurzaming van de energievoorziening en zou een alternatief voor fossiele brandstoffen zijn.
Source: Nu.nl economisch