is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Gelukkig waren de gordijnen dicht. Wat moeten de buren met mijn stampvoetende boosheid? Blij ook dat ik alleen thuis was vrijdag, althans, dat de rest pas binnenviel toen het ergste achter de rug was. Het ergste was dat hele gedoe vóór de loting voor het WK. Die eindeloze show. Anderhalf uur potentieel levensgeluk verdwenen door het afvoerputje van ergernis.
Ik schaamde me voor de sport waarvan ik intens hou en dat kwam vooral door die ene man, Gianni Infantino, de voorzitter van de Fifa. Telkens eiste hij de hoofdrol op; of het nu om het uitreiken van een door hemzelf verzonnen vredesprijs ging of om het altijd stille publiek van vooral mannen in de zaal een beetje op te poken.
Soms probeerde hij zelfs lollig te zijn. Nou echt, zeker vier miljard wereldburgers zijn grappiger dan Gianni Infantino, maar zij krijgen geen podium. Is er niemand die zegt dat het moet stoppen, dat het niet om hem gaat in het voetbal, dat hij een nederige dienaar behoort te zijn in plaats van de hoofdrolspeler? Dat hij zich allerlei complimenten van president Donald Trump laat welgevallen, dat hij zichzelf, met oneindig veel paladijnen in de zaal, voortdurend schouderklopjes geeft voor dingen die hijzelf heeft gedaan.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Opeens, op dat podium in Washington, was Trump een sympathieke kerel, afgezet tegen Infantino. Hij had in elk geval een greintje zelfspot, al vond hij het natuurlijk volkomen terecht dat hij die vredesprijs ontving. Ook de KNVB is murw. Eens een kritische luis in de pels, nu gelijkend op een schoothondje van Infantino. Want Infantino beheerst de kunst van het verdienen van geld, en misschien zijn ze bang voor de toorn van de dictator op kicksen.
Het kan toch niet zo zijn dat de KNVB hem opeens een toffe peer vindt, deze man die heult met dictators, die protserige toernooien en prijzen verzint, die doet wat hij wil, die denkt dat het voetbal van hem is. Die zich met een privéjet laat rondvliegen over de wereld. Die eens zei dat politiek en sport gescheiden moeten blijven en sindsdien niets anders doet dan politiek en sport zo innig te verweven dat er nooit meer een weg terug is.
Ja, hij is goed met geld, hij stelt keer op keer dat alles wat hij doet het beste is dat de wereld ooit heeft gezien, en dat voetbal het grote medicijn is voor alle problemen in de wereld. Hij laat oordelen niet aan anderen over. Hij is het oordeel. Het is van een megalomaan narcisme dat zelden is vertoond.
Ik had echt nooit verwacht nog eens te verlangen naar zijn voorganger, Sepp Blatter. Een beetje stijve man, het type boekhouder dat de Fifa naar de periode van het grote geld leidde en jammerlijk verdwaalde in zijn eigen doolhof. Iedereen dook onder in het geldpakhuis en Blatter was ze kwijt in geldzucht. Nee, dan is Infantino veel gehaaider. Die staat boven op de toren, vanwaar hij verdeelt en heerst.
Gelukkig dat mijn liefde voor voetbal veel groter is dan Infantino kan bevatten. Zaterdag, langs de lijn van een amateurveld. Of zondag, bij een subtopper in de eredivisie. Heerlijk, Infantinoloos amusement.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns