Home

Genoeglijk namen de taxichauffeur en ik de Turkse literatuur door

Peter Buwalda is schrijver en columnist van de Volkskrant

Vrijdag trad ik op in Dokkum, zaterdag in Antwerpen en zondag in Enschede. Zelfs Franz Liszt, die over een trekschuit met chauffeur beschikte, had voor een dergelijk tourschema gepast. Ook herinner ik me mails waarin me werd gevraagd of ik nog iets speciaals nodig had, een beamer, of een microfoon.

Een helikopter als dat mag.

Gaan we weer, denkt de lezer, Indiana Jones op de vrijdagochtend, een over de kop slaande jeep, olifanten op de weg, een oog in z’n soep.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Helemaal niet. Hooguit een beetje, een klein Ubertje, meer niet. Van de Belgen mocht ik een Uber naar Breda nemen. Hou ik niet van, ik heb slechte bijna-doodervaringen met Ubers. In mijn vervoersmiddelen-top honderd staan ze laag, nog onder het ruimteveer. Ik ben meer iemand voor een geblindeerde trekschuit met privéchauffeur.

Gelukkig mocht ik me uitgeven voor mijn contactpersoon, die had de Uber namelijk besteld. ‘Goedenavond’, zei ik, ‘ik ben Angelique.’

De man knikte vriendelijk en begon meteen zijn navigatie te instrueren. ‘ANG... EEE’, riep hij schel, en keek vragend om.

‘Nee, nee’, antwoordde ik, ‘naar Breda. Ollanda. Kroiff, Van Basten.’ Ik wees naar achteren, waar, vermoedde ik, Nederland lag.

De man bracht zijn auto met een ongehoorde, achterwaartse schok in beweging, weliswaar de goeie kant op, zeker, maar bijna door de pui van de boekhandel die ik zojuist was uitgelopen. Krakend duwde hij de pook naar voren, waarschijnlijk in zijn vijf, want héél langzaam trok hij op. Allerlei vragen besprongen me, gingen we naar Angelique, heette ik Breda, verstond de man Vlaams? Bezat hij een rijbewijs?

Was dit wel zijn eigen auto?

Een vreemde gewoonte van mij en ik denk wel meer tevreden Uber-klanten, is de kinderlijke toon die je tegen je anderstalige chauffeur aanslaat. ‘Joe’, zei ik, ‘al tijdje rijden taxi?’

Helaas keek hij om. Met beide handen deed ik een stuurtje na.

‘Oer’, riep hij, zich nog verder omdraaiend, je ziet het middeleeuwers wel doen op een ezel, hand op het achterstuk. ‘Oer ploes minuten.’

Met dank aan het grote tandwiel dat hij gekozen had, reden we griezelig traag de ring van Antwerpen op, er werd getoeterd, iemand zwiepte zijn auto om de onze heen en stak zijn vuist op.

Ik belde het thuisfront. ‘Darling’, snotterde ik, ‘ik wil zes dragers en vegetarische hapjes.’ Nee, gelul, maar ik gaf wel eerlijk toe dat ik doodging, een Uber met een gek zonder rijbewijs, gestolen auto, en dat ik dat weer had, en of ze mijn column wilde af...

‘Laat hem stoppen’, riep ze heel bezorgd en lief, ‘laat hem stoppen en stap uit! Snel!’

Ik had alweer opgehangen, want we stonden al bijna stil tijdens het invoegen. We voegden in met 12 km/u op de snelweg.

‘Kan joe harder taxi?’, riep ik.

‘Jij skraiver boek?’, luidde het antwoord. Tegelijk gaf hij keihard gas, we spoten er vandoor. ‘Ik skraiver ja’, schreeuwde ik, de teller kroop door naar de 160.

De man zette een muziekje op. ‘Politieboek? Roman?’

‘Roman’, schreeuwde ik.

‘Ik leesj boek veel’, brulde hij terug. ‘Turk boek. Pamuk goed, Yaşar Kemal goed. Oğuz Atay best. Veelste mooi. Jij lezen!’

Heel gek, maar ik ontspande.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next