Waar zijn de media in het buitenland vol van? Vandaag: Afrika-correspondent Joost Bastmeijer ziet hoe verslaggeving steeds meer wordt bemoeilijkt door de autoriteiten.
is correspondent Afrika van de Volkskrant. Hij woont in Dakar, Senegal.
Het willekeurig executeren van burgers, of het bombarderen van een heel gebouw vol burgers om één doelwit uit te schakelen; wie zich aan zulke praktijken schuldig maakt, leest daar liever niet over in de krant. Nog niet zo lang geleden kregen journalisten toegang tot plekken waar grove mensenrechtenschendingen werden gepleegd, maar dat tijdperk lijkt – mede door de toename van autocratie, de veranderende wereldorde en het sterk afgenomen gevoel van internationale solidariteit – ruimschoots voorbij.
Veel lezers zullen bij de bovenstaande passage denken aan Israël, dat de Gazastrook tijdens hun bombardementen hermetisch afsloot voor journalisten. Maar de afgelopen acht jaar dat ik als journalist op het Afrikaanse continent werkte, zag ik hoe dezelfde tactiek al talloze keren eerder werd toegepast. Bijvoorbeeld toen het Ethiopische leger ten strijde trok tegen de rebellen (en bevolking) van de noordelijke deelstaat Tigray. Journalisten kwamen de regio nauwelijks in, de bloedige strijd kwam maar weinig in de pers. Journalisten die stiekem naar Tigray afreisden, riskeerden boetes en celstraffen.
Meer recentelijk bleek verslag doen van de ‘vergeten’ oorlog die Soedan nog altijd in zijn greep houdt, ook nagenoeg onmogelijk. Visa werden jarenlang niet afgegeven. Pas in oktober kreeg ik groen licht en boekte ik een vliegticket naar havenstad Port Soedan. Wie denkt dat een journalist daarna zonder kopzorgen aan de slag kan gaan, komt bedrogen uit; ook eenmaal in het veld moet je als verslaggever door vele hoepels springen.
Alleen al aan ‘courtesy calls’, het langsgaan bij landelijke, regionale en lokale autoriteiten om om toestemming te vragen, verlies je vaak kostbare uren. Zo moesten we in Port Soedan twee dagen gedwee autoriteiten bezoeken, tot we een brief kregen vol stempels en handtekeningen en we onze reis naar de kapotgeschoten hoofdstad Khartoem konden vervolgen.
Eenmaal in Khartoem aangekomen konden we, ondanks de schriftelijke toestemming van zo’n beetje alle landelijke autoriteiten, alsnog niet meteen aan het werk. Elke dag moesten we op het hoofdkantoor van de militaire dienst een soldaat ophalen die de hele dag met ons meereisde om een oogje in het zeil te houden. In elke wijk moesten we eerst naar de lokale autoriteit om te melden dat we er waren, en met welk doel. Alles om te voorkomen dat er een onwelgevallig verhaal naar buiten zou komen.
Dat het je als correspondent (nagenoeg) onmogelijk wordt gemaakt je werk te doen, is natuurlijk vervelend, maar dankzij het paspoortprivilege dat een Nederlands identiteitsdocument je geeft, worden we gelukkig nooit écht langdurig gearresteerd (of erger). Dat risico lopen de lokale journalisten die wij als ‘fixer’ inhuren wel. Toen ik in Egypte werkte, liep onze fixer op openbare plekken bewust tien meter achter ons. Als de fotograaf en ik gepakt zouden worden, zou hij tenminste niet worden gearresteerd. Want, zo hadden agenten hem bij een eerdere arrestatie gezegd, ‘die witneuzen kunnen we niet in elkaar slaan, dus krijg jij de klappen die zij verdienen’.
‘Fixers’ kunnen misschien nog beroep doen op de internationale media waar zij voor werken, mochten ze opgepakt worden. Voor reguliere journalisten is dat bijna nooit het geval. Zo publiceerde de Franse radiozender RFI onlangs een stuk waarin het rapporten van persvrijheidsgroepen analyseerde: journalisten worden steeds vaker ontvoerd, gemarteld of zelfs vermoord – en de daders worden vrijwel nooit veroordeeld.
‘Steeds vaker zijn het staten of lokale overheden – die juist journalisten moeten beschermen volgens het internationaal recht – die deze misdaden begaan’, zegt Sadibou Marong, directeur Afrika van non-profitorganisatie Reporters Sans Frontieres. Wat er tegen hen gedaan kan worden? ‘Documenteer meedogenloos, doe aangifte, dien klachten in en overspoel de rechtbanken zodat er sporen achterblijven’, zegt Marong. ‘Zodat er op een dag, als er geen autoritair regime meer zal zijn, eindelijk gerechtigheid zal geschieden.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant