Er is een bepaald soort kind dat volwassenen onmiddellijk laat opveren: dat ene kind dat altijd klaarstaat, dat overal in uitblinkt, dat zonder aarzeling verantwoordelijkheid draagt waar leeftijdsgenoten nog niet eens aan denken. Ik was zo’n kind. Ouders zuchtten dan zachtjes wanneer ze naar hun eigen kind keken: ‘Waarom kun je niet meer zoals Yasmina zijn?’
Want Yasmina is verantwoordelijk. Intelligent. Sociaal-emotioneel verder dan haar leeftijd. Ze is het kind dat later een perfectionistische volwassene wordt. Een zogenoemde high achiever. Ze zou nog eens de redder van de wereld worden.
Toen liet ik me nog in die verwachting meeslepen. Maar al snel droeg ik méér dan mijn leeftijd toeliet. Van brieven lezen naar bonnetjes controleren. Van e-mails versturen naar werkstukken maken voor neven en nichten. Van ‘betrouwbaar kind’ naar het familielid met alle oplossingen voor alle problemen. Volwassenen herkenden mijn verantwoordelijkheid en leunden steeds harder op mij. Maar tegen welke prijs?
Over de auteur
Yasmina Ahamiane is auteur en theatermaker. Deze week vervangt zij Harriët Duurvoort. In de maand december is zij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Onze samenleving is gefixeerd op prestaties. Hoe meer vinkjes, hoe meer status, hoe meer geld, hoe meer applaus. Ik leerde al vroeg dat uitblinken geen keuze was, maar een plicht. Ik legde mezelf torenhoge ambities op. Als iets de eerste keer niet lukte, werd ik gefrustreerd. Want ik was toch het ‘uitverkoren kind’? Ik moest het toch kunnen?
Ik had geen faalangst, maar ik had wél angst om te falen. Een verschil dat subtiel lijkt, maar in het dagelijks leven allesbepalend is. Niet bang zijn voor de mislukking zelf, maar voor het moment dat anderen zouden ontdekken dat ik óók gewoon een mens was. Voor de buitenwereld oog je als de ideale dochter: welgemanierd, welbespraakt, goed gekleed. Velen denken dat nog steeds. Maar de interne worstelingen blijven vaak buiten beeld.
Ook op werkgebied ben ik een high achiever. Altijd geweest. Bij een van mijn eerste bijbaantjes als vakkenvuller in de supermarkt móést elk product exact op één lijn staan, alsof het een museumexpositie was. In de brugklas kon ik anderhalf uur bezig zijn met de lay-out van één powerpointslide, want het moest er esthetisch perfect uitzien. Tijdens het wachten op cijfers hield ik mijn adem in. In alles wat ik deed zat een vorm van kramp.
Perfectionisme is geen talent, het is een last.
Zelfs sociale situaties waren nooit écht ontspannen. Een lunch met familie of vriendinnen was geen rustmoment, maar een choreografie: ‘Pak nu je vork, maar gecontroleerd. Snijd je eten. Kijk op, er wordt tegen je gesproken. Knik zacht, zodat men ziet dat je actief aan het luisteren bent. Glimlach naar de serveerster zodat ze weet dat alles naar wens is. Neem een hap. Oei, de persoon links van je is stil – het laatste woord dat je hoorde was ‘vakantie’. Vraag subtiel door. Spreek niet te hard, maar ook niet te zacht’, klonk het in mijn gedachten.
Het is vermoeiend om continu bewust te zijn van je eigen lichaam, je eigen toon, je eigen aanwezigheid. Toch is die bewijsdrang óók een motor. Kinderen zoals ik bereiken vaak wel wat. Docenten en klasgenoten zeiden vroeger al: ‘Jij komt er wel. Jij wordt succesvol.’ Dat maakte me trots, maar het versmalde ook mijn wereld – omdat succes geen mogelijkheid was, maar een verwachting werd.
Die verwachtingen draagt een perfectionist als een rugzak vol stenen. Sommige stenen heb je zelf opgepakt. Sommige zijn je toegestopt. En sommige draag je omdat niemand je ooit vertelde dat je ze ook had kunnen neerleggen.
En dat brengt me terug bij die kinderen die vanaf jonge leeftijd uitblinken. De kleine leiders, de kleine organisatoren, de kleine probleemoplossers. De kinderen die altijd ‘volwassen’ lijken. Ze groeien vaak uit tot bewonderde volwassenen, maar zijn vaak ook mensen met een verhulde kwetsbaarheid: de voortdurende angst om het fundament van hun identiteit te verliezen.
Uiteindelijk draait het misschien om iets heel eenvoudigs: voelen wanneer je je schouders niet langer hóeft aan te spannen. Weten wanneer je even mag vertragen zonder schuldgevoel. Wanneer je moet sprinten, en wanneer je mag stilstaan. Wanneer je haas bent – en wanneer je eindelijk, al is het maar voor heel even, schildpad mag zijn. Zoals de Libanese schrijver Khalil Gibran ooit schreef: de schildpad kan meer over de weg vertellen dan de haas.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns