Home

Waarom KTM er goed aan zou doen om toekomst te plannen zonder Acosta

KTM probeert Pedro Acosta tevreden te houden, maar er zijn diverse redenen die suggereren dat de Oostenrijkse fabrikant beter een toekomst zonder het Spaanse toptalent kan plannen.

In iedere verslechterende relatie komt er een punt waarop uit elkaar gaan de minst traumatische oplossing voor beide partijen is. Dat geldt voor liefdeskoppels, maar is minstens zo toepasbaar op professionele werkrelaties. Een voorbeeld daarvan is de samenwerking tussen KTM en Pedro Acosta, die gedoemd lijkt om na 2026 te eindigen. Je hoeft geen diploma in psychologie te hebben om te begrijpen dat KTM in dat geval de hoeksteen van zijn MotoGP-project gaat missen. Acosta is opgeleid in de academie van het merk, maar is ondanks alles niet overtuigd om langer te blijven bij de familie die hem hielp te groeien.

Net als voor het gros van de overige MotoGP-rijders geldt, loopt het contract van Acosta bij KTM eind 2026 af. Het Oostenrijkse merk hoopt hem langer te kunnen binden en heeft de afgelopen weken dan ook de nodige lofuitingen geuit aan het adres van de 21-jarige rijder. "Ik denk dat we nog wat tijd hebben om Pedro te laten zien dat wij de juiste partner voor hem zijn, maar niet veel", zei motorsportbaas Pit Beirer tijdens de laatste raceweekenden van 2025. Helaas voor de motorcrossrijder zijn juist de prestaties van de KTM RC16 een van de belangrijkste redenen voor de frustraties van Acosta in 2025.

Toch is de motorfiets niet de enige factor die de voormalig Moto3- en Moto2-wereldkampioen weerhoudt van een langer verblijf bij KTM. Dat geldt ook voor de zakelijke onzekerheid rond het merk, dat in vier jaar tijd meer dan 80 procent van zijn beurswaarde heeft verloren, meerdere miljarden schuld opbouwde, onder curatele werd gesteld en van eigenaar wisselde. Inmiddels heeft Bajaj Auto de volledige controle over KTM, nadat de Europese Commissie hier recent goedkeuring voor heeft gegeven. Dit leidt tot veranderingen in het management, die impliceren dat de prioriteiten worden verlegd. Wat dit betekent voor het MotoGP-project, is nog niet helemaal duidelijk.

Nadat duidelijk werd dat hij in 2026 nog niet kon vertrekken, veranderde de houding van Pedro Acosta.

Foto door: Jose Jordan / AFP via Getty Images

Met dit alles in gedachten heeft Acosta zijn houding gedurende het seizoen aanzienlijk veranderd. Vroeg in het jaar was hij door de tegenvallende RC16 zo gedesillusioneerd dat hij een vertrek voor 2026 als enige optie zag. Daar heeft KTM zich – niet geheel verrassend – tegen verzet. Met het besef dat hij zijn contract moet uitdienen, ging Acosta zich focussen op het maximaliseren van het materiaal dat hij tot zijn beschikking had. Op die manier wilde hij de wereld – en dus ook geïnteresseerde merken – laten zien dat hij niets van de magie waarmee hij het label ‘de volgende grote jongen’ verwierf, verloren heeft.

Met zijn nieuwe houding vond Acosta de weg omhoog. Mede door vijf podiumplaatsen in de tweede seizoenshelft klom hij op naar de vierde plaats in het kampioenschap met 307 punten, bijna twee keer zoveel als teamgenoot Brad Binder. De veel betere prestaties dan zijn teamgenoot zijn vanzelfsprekend de best mogelijke reclame voor de Spanjaard, en dat is niet onopgemerkt gebleven bij de teams en fabrikanten die nog altijd interesse in zijn diensten hebben.

Of Pedro Acosta op termijn naar Ducati kan overstappen, hangt onder meer af van Marc Márquez.

Foto door: Qian Jun / MB Media via Getty Images

In het openbaar heeft Acosta niets gezegd over de rijdersmarkt richting 2027, maar Motorsport.com heeft vernomen dat hij graag voor Ducati wil racen – en bij voorkeur in het fabrieksteam. Of dat tot de mogelijkheden behoort, hangt af van een reeks gebeurtenissen die in de komende maanden moeten plaatsvinden. De eerste daarvan is vanzelfsprekend de contractverlenging van Marc Márquez.

De dominantie van Márquez zorgt ervoor dat Ducati vol voor hem wil gaan. Uit informatie van Motorsport.com blijkt dat het management van de wereldkampioen en dat van Ducati maanden geleden al verkennende gesprekken hebben gevoerd over een nieuwe deal – nog voordat Márquez geblesseerd raakte in Indonesië. Door die blessure zijn de gesprekken tijdelijk stilgelegd, al wordt verwacht dat de draad wordt opgepakt zodra hij weer fit is. Aangezien het voor de hand ligt dat Ducati alles in het werk stelt om Márquez te behouden, lijkt het salaris momenteel de grootste variabele te zijn.

Als Francesco Bagnaia blijft kwakkelen in 2026, dan is Pedro Acosta zijn gedroomde opvolger bij Ducati.

Foto door: Gold and Goose Photography / LAT Images / via Getty Images

De hoogte van Márquez’ salaris wordt vervolgens bepalend voor de aanbieding aan de tweede Ducati-rijder, ongeacht wie dat wordt. Francesco Bagnaia is nog altijd in beeld en heeft de kans om een gecompliceerd seizoen 2025 om te draaien in 2026. Gezien zijn rol in de Ducati-geschiedenis, zijn staat van dienst en zijn Italiaanse nationaliteit lijkt hij de logische kandidaat, maar alles hangt af van zijn resultaten.

Slaagt Bagnaia er niet in om terug te slaan in 2026, dan heeft Motorsport.com begrepen dat Acosta een streepje voor heeft op de overige kandidaten. Wel zou de keuze voor de rijder uit Mazarrón betekenen dat Ducati afscheid neemt van de hiërarchische structuur die het hanteert sinds de Desmosedici uitgroeide tot de beste motorfiets op de grid. Toch zegt het genoeg dat Acosta eerder dit jaar bereid was om zo lang als nodig te wachten bij VR46 om Franco Morbidelli in 2026 te vervangen. Dat dit uiteindelijk niet doorging, komt doordat KTM meerdere miljoenen euro’s compensatie verlangde om hem voortijdig vrij te geven.

Wat zou jij graag willen zien op Motorsport.com?

- Het Motorsport.com-team

Reacties lezen en plaatsen

Source: Motorsport

Previous

Next